Nieuws

Tom Dumoulin kreeg alle ruimte om de route naar Tokio voor hem zo aangenaam mogelijk te maken

Sinds Tom Dumoulin besloot in Tokio aan te treden op zijn tijdritfiets, heeft zijn ploeg Jumbo-Visma hem vooral op afstand gevolgd. Volgende week wordt duidelijk of hij de nieuwe generatie tijdritkanonnen achter zich kan laten.

Tom Dumoulin tijdens het NK tijdrijden, afgelopen juni, dat hij won. 	 Beeld Vincent Jannink / ANP
Tom Dumoulin tijdens het NK tijdrijden, afgelopen juni, dat hij won.Beeld Vincent Jannink / ANP

Het lichaamsgewicht van 69 à 70 kilo is op gewenst peil. De positie op de tijdritfiets is in orde. Dat is vorig jaar december nog maar eens vastgesteld, in de windtunnel van de Technische Universiteit Eindhoven. Met de fiets zelf is ook weinig mis. Aerodynamisch genoeg. Niets meer aan doen.

Wat rest is de vraag hoe Tom Dumoulin (30) er voor het overige voor staat in wat zijn project is gaan heten, de route naar een olympische medaille na een rit van 44 kilometer tegen de klok door de heuvels ten oosten van de Fuji, op woensdag 28 juli.

Na een zelfgekozen retraite van vier maanden besloot hij in mei zich op te laden voor een terugkeer in de discipline waarin hij zowel in de Giro d’Italia als de Tour de France etappes won en in 2017 wereldkampioen werd. Op de Spelen in Rio de Janeiro was er, ondanks een pijnlijke pols, al zilver, achter Fabian Cancellara. Afgelopen weekeinde vertrok hij naar Tokio.

Bondscoach Koos Moerenhout heeft de afgelopen periode geregeld telefonisch contact met hem gehad. Vorige week is hij nog bij hem langs geweest om het oranje tenue af te geven. Hij heeft vertrouwen in het optreden in Japan. ‘Tom liet geregeld weten dat het steeds beter gaat. Ik ken hem al lang. Als hij dat zegt, geloof ik dat. Feitelijk heeft hij maar één opdracht: het beste van zichzelf laten zien. Waar hem dat gaat brengen, weet niemand.’

Het gevoel achterna

De bezinning op de vraag of Dumoulin nog wel wielrenner wilde zijn, leidde tot een voorbereiding waarin hij meer dan in de voorgaande jaren een eigen stem had. Hij vroeg meer ruimte, hij kreeg meer ruimte. Hij wilde af van het volledig moeten plooien naar programma’s, schema’s, blokken. De intervaltraining overslaan, bijvoorbeeld, als hij al bij de warming-up het idee heeft dat het misschien niet zo verstandig is. Hij wilde dichter bij zichzelf blijven. Het gevoel achterna.

Volgens Jumbo-Visma waren het verplichtingen die hij gedurende zijn eerste seizoen bij het team vooral zichzelf oplegde. Hij zou er na zijn vertrek bij Sunweb ook naar op zoek zijn geweest: een omgeving die in alle geledingen topsport ademde. Hij voelde zich er aanvankelijk ‘heel happy’ bij.

Zo rigide was het systeem niet, zeggen zijn begeleiders. Nooit belde een boze trainer hem op als bleek dat een blok was overgeslagen. Op een hoogtestage in de Alpen had hij bijna beschroomd gevraagd of hij zijn mountainbike mocht meenemen. Natuurlijk kon dat. Of hij er ook een keer in zijn eentje een lange duurtraining kon doen in plaats van een rit met het hele team. Waarom niet? Het paste allemaal in het beeld dat Dumoulin later schetste in zijn toelichting op het besluit het wielrennen voorlopig de rug toe te keren: hij was alleen maar bezig te voldoen aan verwachtingen die anderen van hem zouden hebben. Hij wist zelf niet meer wat goed voor hem was.

Sinds zijn besluit weer olympiër te willen worden, volgt de ploeg hem, enkele ontmoetingen daargelaten, vooral op afstand. Sportief directeur Merijn Zeeman en Mathieu Heijboer, hoofd performance, hebben geregeld telefonisch overleg. Ze zien de data van zijn trainingen. Dumoulin zet zelf de hoofdlijnen uit, zij sturen desgewenst bij.

Overtraind

Dat hij vorige maand na het NK tijdrijden verklaarde dat hij vorig jaar overtraind was geraakt – hij was niet meer moe, maar ‘gewoon ziek’ na een inspanning – mocht voor de buitenwereld een verrassing zijn, zijn ploeg stond er minder van te kijken. Over de kling hebben ze hem niet gejaagd, dat weten ze zeker. Hij was vooral ‘slecht belastbaar’ geweest vanwege de stress, de twijfel, de onrust in het hoofd die hij niet durfde uit te spreken.

In mei presenteerde Dumoulin zijn plannen voor zijn terugkeer aan het team: deelname aan de Ronde van Zwitserland, het NK tijdrijden in Emmen (waar hij won) en de NK op en rond de Vam-berg (waar hij voortijdig stopte). Eind juni en de eerste week van juli verbleef hij op hoogte in Livigno, in de Italiaanse Alpen. Weer terug in Limburg werkten de stortregens van vorige week niet bepaald mee om voluit te kunnen trainen. Hij zat lang niet altijd op de tijdritfiets; hij behoort niet tot het type renner dat er maniakaal mee bezig is. De ongemakkelijke houding en het lastige sturen kunnen leiden tot tegenzin.

Het geloof in Dumoulin stoelt op het resultaat van de tijdrit naar La Planche des Belles Filles, op de een na laatste dag van de Tour de France van 2020. Hij werd tweede achter Tadej Pogacar, die op de Vogezencol de gele trui mocht aantrekken. Daar waren flarden te zien van de klasse uit zijn topjaren. Daar was hij in staat geweest de sores opzij te zetten. Daar kon hij versnellen op passages die hem lagen, rust pakken als het mogelijk was. Taakgericht rijden, noemt de trainersstaf dat.

Jongere generatie

De ploeg waagt zich niet aan een voorspelling of zijn grotere eigen invulling gaat leiden tot een podiumplek in Japan. Het op- en afgaande parcours is zeker in zijn voordeel. Zijn optreden op de NK in Emmen oogde solide. De gegevens uit Livigno maakten wel duidelijk dat er nog wat watts aan vermogen bij zouden moeten.

Bondscoach Moerenhout heeft geen inzage gehad in de data van Dumoulin. Hij beklemtoont dat ze niet zaligmakend zijn. ‘Ze zijn een onderdeel van het hele pakket. Er speelt zo veel meer mee: motivatie, beheersing van de fiets, doorzettingsvermogen, de vorm van de dag. Het zegt ook nog eens niets over je concurrenten. Dat soort aspecten gaan in al die data-analyses weleens verloren.’

Het grootste gevaar zal vermoedelijk van een jongere generatie komen: het aanstormend talent Remco Evenepoel (21), wereldkampioen Filippo Ganna (24) of ploeggenoot Wout van Aert (26). Moerenhout: ‘Daarachter zit een grote groep kanshebbers. En ja, daar hoort Tom zeker bij.’

Dumoulin zelf zei vorige week tegen de Limburgse omroep L1 dat zijn prestatie niet bepalend zal zijn voor de voortzetting van zijn wielerleven. Hij noemde de opbouw naar de Spelen ‘een heel mooi proces’. ‘Dat is vooral wat ik meeneem. Mijn gevoel hierover gaat niet veranderen wanneer het resultaat in Tokio zou tegenvallen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden