Interview Tom Beugelsdijk

Tom Beugelsdijk kreeg dit seizoen al tien gele kaarten: ‘ADO is strijd, dat hoort bij deze club’

Tom Beugelsdijk grijpt in tijdens ADO - NAC, 27 oktober 2018. Links Mitchell te Vrede, rechts Lex Immers. Beeld Dennis Wielders

Bij elke gele kaart is Tom Beugelsdijk van ADO vanaf nu geschorst. Hij waakt ervoor dom geel te pakken, maar verder zal hij er ouderwets blijven inkleunen.

Tom Beugelsdijk maakte dit seizoen pas zestien overtredingen. Toch kreeg hij al tien gele kaarten. Hij ligt na twintig gespeelde wedstrijden op koers om het gele-kaartenrecord van de eredivisie te verbeteren. Dat staat op twaalf maal geel in 34 duels. De rijzige verdediger van ADO Den Haag is ervan op de hoogte. ‘Ik kreeg het doorgestuurd van bekenden. Het interesseert me helemaal niks. Dan denk ik: we hebben zeker niks te doen, dat we met zo’n lijstje aankomen.’

Dan een tikje schuldbewust: ‘Het is geen positief dingetje. Ik ben er ­zeker niet trots op.’ Bij elke gele kaart is hij vanaf nu geschorst. Wat te doen? ‘In ieder geval geen domme gele kaarten pakken voor praten of voor een duwtje bij een opstootje.’ De lijf-aan-lijf-duels blijft hij voor honderd procent aangaan. ‘ADO is strijd, dat hoort bij deze club.’

Het zit in hem, merkte hij al tijdens het voetballen op pleintjes rond het oude Zuiderpark-stadion waar hij opgroeide. ‘Alle andere kinderen wilden acties maken en scoren; ik wilde tacklen en koppen. Dat vond ik kicken.’

Het is zijn kracht. ‘Het team heeft er niets aan als ik iemand laat lopen uit angst voor een kaart en er valt een goal.’

Lekker kaarten 

Zondag ontbreekt Beugelsdijk, juist de laatste maanden goed op dreef na een vormcrisis eerder in het seizoen, op het wedstrijdformulier bij FC Emmen - ADO Den Haag door zijn gele kaart vorig weekeinde tegen Heracles. ‘Na afloop was ik euforisch met de winst, pas in de dagen erna kwam het besef: bah, weer geschorst. Je mist ook de voorbereiding, die jongens gaan het hotel in van tevoren, lekker kaarten of voetbal kijken, ernaartoe leven. Veel ploeggenoten zijn vrienden van me. Ik rij er pas zondagmorgen heen. Normaal gesproken ben ik al nerveus voor een wedstrijd, maar op zo’n tribune helemaal.’

Hij heeft het gevoel sneller geel te krijgen dan een andere speler. ‘Dan kijk ik op FOX naar een wedstrijdje en zie ik iemand wegkomen met een soortgelijke overtreding als waar ik eerder geel voor kreeg. Denk ik: huh?’

Hij vermoedt dat het ligt aan zijn houding. ‘Ik ben lang, wat houterig en mijn hoofd staat op onweer als ik voetbal. Dat is mijn focusgezicht. Heb ik ook als ik schrijf. Kan ik niets aan doen. Ik ben een eerlijke speler, wil niemand pijn doen, ik deel uit en incasseer. Ik heb vaak zat een jaap onder mijn oog. Hoor je me niet over.’

Hij hekelt tegenstanders die doorrollen of gaan schreeuwen na een niet al te zwaar contact. ‘Ook als ik dat op tv zie, word ik giftig.’ Hij zucht. ‘Het is frustrerend. In Nederland zijn ze strenger. In Duitsland had ik nu nooit op tien kaarten gestaan.’

Positief praatje

Hij zegt juist een goede band met scheidsrechters te hebben. ‘Ik maak van tevoren altijd een positief praatje, dan wensen we elkaar veel plezier, lekker knallen. Toch gaat het daarna vaak mis. Ligt zeker niet altijd aan de scheids, hoor.’

Schorsingen kosten hem wedstrijdpremies. ‘Zijn geen extreme bedragen, maar ik pak ze graag mee, want ik heb een huis, moet eten, wil mijn extraatjes. Maar het is dat jij dat nu zegt, eigenlijk denk ik daar nooit aan als ik geel krijg.’

De komst van de videoscheidsrechter dit seizoen biedt hem voor- en nadelen. ‘Je kunt niet meer gepakt worden als je tegenstander ineens omtuimelt. Maar als je iemand beet hebt in het strafschopgebied wordt dat sneller bestraft. Ik houd van fysiek contact. Hoort bij voetbal, vind ik. Nu moet je vreselijk oppassen.’

Er komt een periode dat hij minder kaarten pakt, voorspelt Beugelsdijk. Waarom dat dan is, kan hij eigenlijk niet uitleggen. ‘Dat is een flow, het lot, een beetje geluk. Ik ben dan net die tiende van een seconde op tijd. Of de scheids zit een keertje mee.’

Mindervaliden

Buiten het veld staat zijn gezicht zelden op onweer. Beugelsdijk (‘zeg maar Tommy, hoor’) werd verkozen tot maatschappelijk speler van het jaar in 2017. Onvermoeibaar en met de juiste mix van begrip en humor beweegt hij zich op evenementen of goede-doelengala’s tussen sponsors, fans, kinderen of mindervaliden. Ploeggenoten slaan doorlopend een arm om zijn nek, valt op tijdens een training.

Hij is populair bij ADO-fans vanwege zijn strijdlust en aanraakbaarheid. Hij werd ook bekend bij niet-voetballiefhebbers, omdat hij in een interview met Omroep West een keer ‘rustig’ zei met een vet Haags accent. Dat filmpje werd massaal gedeeld, ‘rustâââhhhg’ werd een soort nationale kreet.

Inmiddels krijgt de cultheld het zelf zijn strot niet meer uit. ‘Het heeft me goede dingen gebracht, maar het levert eigenlijk meer irritaties op. Soms denk je: heb je weer zo’n brochumpie die dat moet roepen naar me. Je lacht een beetje mee, maar loopt gauw door. Kijk, voor hem is het de eerste keer, voor mij vaak al de achtste keer op een dag.’

In de Mediamarkt kwam er een keer een vrouw op hem af, die haar telefoon pakte en zei: ‘Wil je tegen mijn man Henk zeggen dat hij even rustig moet doen?’ Hij antwoordde: ‘Mevrouw, ik help graag met alles, maar ik ben geen attractie.’

Desnoods beginnen ze over al die gele kaarten; alles beter dan het rustâââhhhg. ‘Had ik het kunnen terugdraaien dan had ik het tienduizend keer liever nooit gezegd.’ Grijnzend: ‘Had ik het nu een stukje rustiger ­gehad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.