Het nieuwe olympisch stadion van Tokio, gefotografeerd op 24 juli  2019.

Vooruitblik Olympische Spelen 2020

Tokio heeft maar één probleem: hitte

Het nieuwe olympisch stadion van Tokio, gefotografeerd op 24 juli 2019. Beeld Carl Court / Getty

Het Olympisch Stadion van Tokio wordt maandag geopend. Verslaggever John Volkers nam alvast polshoogte in de metropool die over negen maanden zeventien dagen het sportieve centrum van de wereld is. In de ongezonde hitte. 

DE HITTE

De vorige Olympische Zomerspelen van Tokio, die van 1964, werden om gezondheidsredenen naar de herfst verschoven. Ze begonnen op 10 oktober. Het was destijds, niemand had het nog over klimaatverandering, een ingreep om de atleten voor de hitte te beschermen.

Wie de voorbije week in Tokio was, in dezelfde tijdspanne als die van ’64, snapt dat de omstandigheden in oktober zeer geëigend zijn voor topsport, ondanks de zware Hagibis-tyfoon. Ja, er hing een putlucht door de overstroming van de riolering, maar de buitentemperatuur was meer dan comfortabel voor topsport: elke dag rond de 20 graden. Dat is zo’n beetje de helft van de verwachte temperatuur in juli en augustus, tijdens de Spelen van volgend jaar.

De bestrijding van die zomerse hitte is het grote thema in de aanloop naar 2020. De meest forse ingreep, verplaatsing naar de herfst, is niet aan de orde. Het past niet meer in het jaarlijkse sportschema, waarin ploegen en clubs niet bereid zijn zomaar hun betaalde krachten een dikke maand uit competitie te laten halen. De Spelen van 2000, die van Sydney, blokkeerden door de late datum, tot in oktober, tal van internationale competities. Onbespreekbaar heet zo iets.

Toch voorspelde Tokio in 2013 dat het weer prima zou zijn voor atleten. Het is een gotspe gebleken. In 2017 en 2018 was het in de zomer extreem warm, in 2019 was er een herhaling van die temperaturen en de luchtvochtigheid. In de periode 24 juli – 9 augustus, volgend jaar de zeventien olympische dagen, tikte de thermometer de 40 graden aan. De luchtvochtigheid reikte tot 90 procent. Buitenwater warmde op tot 30 graden. Gewone Japanners stierven. Jonge roeiers werden bij een olympische testwedstrijd getroffen door een hitteberoerte.

De olympische hockeyvelden. Beeld Getty

Deze periode, zo sprak bestuurslid Kimiyuki Nagashima van de Japanse artsenfederatie, is niet geschikt voor outdoorsport noch voor het kijken ernaar. Er wordt sindsdien naar het programma gekeken. De marathon, die om 6 uur ’s ochtends zou worden gehouden om de ergste hitte te ontlopen, is door een ingreep van het IOC naar het noordelijker gelegen Sapporo verplaatst. De Japanners zagen de ren door hun mooie stad, de grootste reclamespot, daarmee verdwijnen. De snelwandelaars, die in de keizerlijke tuinen zouden lopen, zijn ook naar Noord-Japan verbannen.

Het openwater zwemmen, zo vertelde olympisch kampioen Ferry Weertman na terugkeer uit Tokio, zal mogelijk om 6 uur ’s morgens beginnen. Weertman: ‘Dat betekent om half 3 het bed uit. We kunnen misschien beter wakker blijven. Als je het ritme wilt aannemen om tegen drieën je bed uit te gaan, dan weet je dat zoiets nauwelijks vol te houden is.’

HITTEBESTENDIG

Geen sporter uit Nederland vertoeft zo vaak in Japan als zeilster Marit Bouwmeester. Zij is olympisch kampioen in de Laser Radial, een eenmansboot, en wil dat graag zo houden. Er is in haar ogen maar één manier om dat te bereiken en dat is vaker dan de concurrentie verblijven in Enoshima, de olympische zeilhaven van 2020. Zo deed ze het ook in Rio.

‘Ik ben nu net achttien dagen geweest’, sprak de Friezin zaterdag in Japan. Dit was de laatste trip van het jaar. Enoshima is geen Rio, waar je het jaar rond dezelfde omstandigheden had. Hier krijg je ’s winters andere zeilomstandigheden.’

Het Miyagi Stadion waar voetbalwedstrijden worden gespeeld. Beeld Kazuhiro NOGI / AFP

In het voorjaar hervat zij haar bezoeken aan de badplaats van Tokio, in het gezelschap van broer en coach Roelof. Het is ook om te wennen aan de Japanse hitte. ‘Wij zeilden afgelopen zomer bij 36 graden en 80 procent luchtvochtigheid. Op het water is het te doen. Maar als je gaat optuigen, vers uit de airco vandaan, dan ervaar je dat als extreem warm. Je lichaam presteert dan slechter. Sommige dagen, met uitstel of een extra race, verkeer je zeven uur op het water.’

Er wordt, onder leiding van de sportwetenschapper Kamiel Maase van NOCNSF, van alles aan gedaan om de hitte te bestrijden. Er zijn hitteprotocollen. Koelvesten die in Athene (2004) en Peking (2008) al gebruikt werden. Extra dranken. Paraplu’s. Snel de airco in, als daar gelegenheid voor is.

Bouwmeester: ‘Je probeert je bij die hitte zo dun mogelijk te kleden. Maar het zwemvest werkt als een bodywarmer. Ik draag een speciale broek, met power pads, om niet te snel te verzuren bij het buiten de boot hangen. Ik kan niet in een korte broek de zee op. En ik experimenteer met zonnecrème die meer moet ademen.’

Ze noemt zich koelbloedig. Een beter woord is hittebestendig. ‘Weet je, iedereen heeft er last van maar bij de een slaat het pittiger aan dan bij de ander. Mijn lichaam reageert blijkbaar minder op die hitte. Wel prettig natuurlijk.’

Bouwmeester zeilde in de olympische testwedstrijd van de voorbije zomer naar de tweede plaats. Ze vindt dat ze door competitieverplichtingen elders in de wereld te weinig van de zomers van Enoshima heeft kunnen proeven. Dat gaat ze in 2020 inhalen.

Het Musashino Forest Sport Plaza, waar badminton en schermen zal plaatsvinden. Beeld Toshifumi Kitamura / AFP

ERFENIS

De Olympische Spelen van 1964 in een herrijzend, naoorlogs Tokio hebben fraaie sporen nagelaten in de stad. Een van die parels van beton, staal en natuursteen is het Yoyogi-stadion, waar Ada Kok en Erica Terpstra naar olympische medailles zwommen. Het Yoyogi, met zijn hangende dak en twee met elkaar verbonden hallen, is voor de Spelen van 2020, 56 jaar na dato, nog steeds in gebruik. Op onderhoud wordt nooit bezuinigd in Japan.

Wie met enige herinnering de hal betreedt, ziet dat er zwaar gerenoveerd is en dat  de duiktorens zijn weggehaald. Daar werd olympisch schoonspringen gedaan. De betonnen torens waren beeldbepalend in de hal, maar ze zijn weg. Nog erger misschien voor de generatie Kok en Terpstra: het 50-meter zwembad is gedempt. Alleen in hal 2 ligt er nog een 25-meterbad, bestemd voor de warming-up, nu voor de recreant in deze miljoenenstad.

Volgend jaar spelen de handballers, twaalf mannen- en twaalf vrouwenploegen, hun olympische toernooi in Yoyogi. De Nederlandse vrouwen, de nummers vier van de Spelen van Rio, maken een goede kans zich te kwalificeren. Zij zullen niets zien van de prachtige houten vloer in de hal. Daaroverheen komt de blauw of geel gekleurde rubbervloer die gebruikelijk is bij grote handbaltoernooien.

Het Yoyogi is bij de renovatie verstevigd. Het gebouw is aardbevingsbestendig gemaakt, naar de standaard van 2019. Het is een van reuze karweien die de Japanse organisatie heeft ondernomen. Met name op het nieuw aangelegde eiland in de baai van Tokio, de zogenaamde Bay Area, is veel nieuw gebouwd. Het gaat in hoog tempo.

Chef de mission Pieter van den Hoogenband kon bij zijn bezoek in augustus al vaststellen dat ‘de prachtstad Tokio’ nagenoeg klaar is voor de Spelen van volgend jaar. Bij de rondleiding die de afgelopen week werd georganiseerd was slechts het olympisch zwemstadion, een paleis met 15 duizend plaatsen, nog een gebouw in de steigers. De turnhal Ariake is over een maand klaar. 

Braziliaanse en Griekse toestanden, laat of te laat gereed komen, bestaan niet in Japan. Maandag (vandaag) wordt het nieuw gebouwde Olympisch Stadion geopend. Voor al die bouwnijverheid is dan ook de portemonnee getrokken. Het hoofdstadion heeft 149 miljard yen (1,2 miljard euro) gekost. In totaal kosten de Spelen omtrent 25 miljard, bouw en operatie.

Het startwater voor de kano’s bij het Kasai Canoe Slalom Centrum. Beeld Kazuhiro NOGI / AFP

WIELRENNERS

Nederland heeft een mooi wielerverleden liggen in Tokio. In 1964 veroverden Bart Zoet, Eef Dolman, Gerben Karstens en Jan Pieterse het goud op de 100 kilometer ploegentijdrit. Het waren amateurs. Vrouwen mochten in die tijd op de racefiets niet meedoen aan de Spelen.

Voor de Spelen van volgend jaar zijn de Nederlandse vrouwen op de fiets belangrijke kandidaten voor medailles. De generatie Vos, Van der Breggen en Van Vleuten zullen op de weg kunnen heersen. Het parkoers voor die wegwedstrijd ligt westelijk buiten de stad, in de richting van de heilige berg, de Fuji. De vrouwen beklimmen bij die berg, passage op 1.451 meter bij Suyama, overigens niet. Dat is aan de mannen. De vrouwen krijgen 137 kilometer voor de wielen, met twee klimmen tot 1.121 meter. De finish ligt op het racecircuit van Fuji dat een gemeen slot vormt. Er wordt geklommen naar de meet.

Bondscoach Koos Moerenhout is in juli wezen verkennen in Japan. Hij beoordeelt het parkoers als ‘zeer lastig’, met name de Mikuni-pas 34 kilometer van de meet (1.171 m hoog). Moerenhout: ‘Van de start gaat er geen meter vlak. Dat gaat een lastige koers worden.’ Over de vrouwen: ‘Daar gaat ook een sterke winnaar komen. Maar bij de mannen is er meer klimwerk.’

De tijdritten (22 om 44 kilometer) zijn ook op golvend en heuvelterrein rond de racebaan van Fuji. ‘Het zou Tom Dumoulin zeker moeten liggen’, is de beoordeling van Moerenhout. Dumoulin veroverde bij de vorige Spelen in Rio het zilver op de tijdrit.

In de medailleprognoses van peilingbureau Gracenote nam Nederland deze zomer de zevende plaats in. Van de geprognosticeerde 34 medailles (13 goud) zal een groot deel op de fiets moeten worden gewonnen. Nederland is sterk op de BMX (Niek Kimmann en Laura Smulders), op de mountainbike (Mathieu van der Poel) en op de baan (het legertje krachtpatsers rond Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen). De reputatie van de vrouwen op de weg is meer dan bekend. De wegrenners bij de mannen hebben te maken met een gebrekkige voorbereiding. Een week voor de start van de Spelen eindigt de Tour de France. De wegwedstrijden van Tokio zijn precies een week later.

Chef de mission Van den Hoogenband laat zich niet uit over medailleverwachtingen. Hij zegt er geen waarde aan te hechten. ‘Het geeft hooguit reuring. Dat er vooraf lekker over wordt gesproken. Mooi toch.’ Hij hoopt zich tijdens de Spelen telkens snel te verplaatsen van Fuji naar Izu, waar baan en mountainbike wordt gehouden. ‘Laat mij maar lekker rondracen, een teken dat het goed gaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden