Tips voor rijden op natuurijs

Voor de meeste schaatsers uit het huidige marathonpeloton is een NK op natuurijs een primeur. De oude garde heeft nog een aantal tips.

Jan Uitham (84 jaar), tweede bij Elfstedentocht van 1963:
‘Er gaat niets boven natuurijs. Daar heb je zij- en tegenwind en scheuren in het ijs. Dat vraagt een bepaalde handigheid van schaatsen, het is net als bij de trambaan, je moet je schaatsen er dwars overheen zetten. Dat hebben die jongens van nu snel onder de knie , in principe is kunstijs ook ijs.’

René Ruitenberg, winnaar Veluwemeertocht 1997:
‘Op het kunstijs krijgen heup en rug er flink van langs, bovendien vereist dat rondjes rijden een behoorlijke bochtentechniek. Dan ga je gauw wringen en komen je rug en heup vast te zitten. Op natuurijs is het een kwestie van recht-toe, recht-aan. Met veel ontspanning in de slag, bijna vanuit een soort automatisme. ’

Bart Veldkamp, nummer 29 Elfstedentocht 1997:
‘Schaatsen op natuurijs, dat kun je zomaar. Ik had voor mijn eerste wedstrijd, een marathon in Polsbroek, gespijbeld. Ik wilde eens kijken, als jongen van de kunstijsbaan, wat ik daar kon uitrichten. Dat bleek best veel te zijn. Maar die wedstrijd kwam op het NOS-Journaal. Scholier Bart Veldkamp wint en verrast elite. Toen moest ik de volgende dag naar school. Dat gaf wel een probleem. Wist ik veel van die journaaluitzending.’

Emiel Hopman, Nederlands kampioen marathon 1984:
‘Voor rijden op natuurijs heb je een andere slag nodig, één die je snel kunt aanpassen. Je moet een beetje waggelen, van het ene been op het andere springen. Zoals Evert van Benthem. Die had de perfecte slag voor dit werk én hij kon klunen.’

Uitham:
‘Een echt probleem is het niet voor de marathonrijders om over te stappen naar natuurijs. Die jongens zijn door en door getraind. Wij gingen pas het ijs op als de eerste slootjes waren bevroren en moesten ons verder behelpen met droogtraining en fietsen.

Jos Niesten, nummer 3 Elfstedentocht 1985:
‘Natuurijs, daar hoef je als schaatsenrijder niks voor te leren. Dat gaat vanzelf. Schaatsenrijden is schaatsenrijden. Een enkeling onder de toppers heeft er moeite mee. En soms is er een specialist die puur op natuurijs uitblinkt, zoals Lars Hoogenboom. Maar het leert snel. Is mijn ervaring.’

Uitham:
‘Natuurlijk ben ik klaar voor een Elfstedentocht. ik train nog steeds een paar keer per week; ‘s zomers op de fiets, 's winters op kunstijs. Ik ben graag bezig, maar kijk nu vooral uit naar een mooie tocht. Zeker nu het honderdjarig bestaan van de Elfstedentocht veel aandacht krijgt. ben je er mee bezig. Ik zeg maar zo: laat ik er nu maar veel over praten, straks moet ik nog lang genoeg zwijgen.’

Ruitenberg:
‘Ik ben als kind opgegroeid op het natuurijs van het Veluwemeer: het ijs op en crossen maar. Dat is niet altijd supermooi schaatsen, maar het vraagt wel een bepaalde cadans en een enorme concentratie, want natuurijs zit vol verrassingen. Instinctief ben ik op alle scheuren en oneffenheden voorbereid.’

Bert Verduin, nummer 3 Elfstedentocht 1997:
Natuurlijk hebben die nieuwe jongens geleerd op het natuurijs van Oostenrijk, Zweden en Finland. Maar toch is het echte ijs in Nederland anders. In Oostenrijk rijdt het wel heel gemakkelijk. Hier in eigen land is het guur, het waait, je hebt dooi-ijs en je hebt de druk van het publiek. Je moet voor de grote wedstrijden op natuurijs stressbestendig zijn.

Niesten:
‘Je moet wel je kilometers maken. Wij, de toppers uit mijn tijd, reden bijzonder veel. Voor de Elfstedentocht van 1985 reed ik eerst tien dagen tevoren het NK natuurijs op het Amstelmeer. Dat was 100 kilometer. Daarna Ankeveen, 140 kilometer. En vier dagen voor de Elfsteden stond ik aan het vertrek van de Rottemerenmarathon bij Zevenhuizen. Die was 200 kilometer. En ik won daar, met overmacht.’

Verduin:
‘Ik was geen man van het kunstijs. Op natuurijs kwam ik tot mijn recht. Bij kilometerpaal 150 begon ik warm te draaien.’

Niesten:
‘In mijn tijd reden de toppers meer individueel. Die werkten dan ook samen, om weg te blijven. Nu laten kopmannen hun knechten werken. Ze wachten op een eindsprint. Het is minder leuk geworden. Maar ik zit wel achter de tv donderdag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden