Interview Timo van Driel

Timo van Driel bespant rackets op Roland Garros: ‘Het racket van Serena is het examen voor elke bespanner’

269 rackets heeft Timo van Driel in tien dagen bespannen op Roland Garros. ‘Het is een gekken-huis. Nadal bedrijft topsport, wij ook.’

Timo van Driel.

Soms is het tegen de 30 graden op Roland Garros, daarna regent het en zakt de temperatuur. De tennissers hebben meer nodig dan geduld en uithoudingsvermogen, hun materiaal moet telkens worden afgestemd op de wisselende weersomstandigheden in Parijs. Timo van Driel is een van de ‘racketdokters’ die dagelijks zo’n 27 rackets van de juiste snaren voorziet en de bespanning op het gewenste gewicht brengt. ‘De rackets blijven maar komen van de baan, het is dit jaar een gekkenhuis op Roland Garros.’

De moderne rackets illustreren de evolutie van het tennis. Zesvoudig kampioen Björn Borg is met zijn houten racket alleen nog te zien in het museum op Roland Garros. De huidige topspelers hebben stijve en zware rackets van kunststof, waarmee ze extra power genereren. Ze kunnen kiezen uit honderden soorten polyestersnaren of nylon, terwijl de klassieke darmsnaar weer terug is. Meestal wordt voor een combinatie van darm en polyester gekozen om kracht en gevoel uit het racket te halen.

Aanpassingsproblemen

Onder Stade Philippe Chatrier heeft sponsor Babolat bij de ‘racketservice’ achttien machines opgesteld, waarmee de bespanners binnen tien tot vijftien minuten de rackets weer speelklaar hebben. De 29-jarige Van Driel is de enige Nederlandse bespanner in het circuit. Op maandag had het team van Babolat al 5.100 rackets bespannen, terwijl de eindstand in 2017 4.910 rackets was.

Van Driel staat na tien dagen op 264 rackets. ‘En nog vijf op een andere machine. Bij Mertens en Bautista Agut heb ik de bespanning wel drie tot vier keer aangepast. Ze begonnen op een grijze dag op een buitenbaan, daarna kwam de zon door en vlogen de ballen van het racket. Het kan soms een halve kilo schelen, we hebben veel aanpassingsproblemen gehad.’

Na zeven games worden niet alleen de ballen vervangen, het is voor de spelers het sein om ook een nieuw racket te pakken. Van Driel: ‘En dus gebruiken spelers soms wel vijf tot zes rackets per partij. Er werd vaak gewisseld, we kregen binnen vijf dagen al 150 rackets van de baan. Breekt de zon weer door? Of vallen er juist druppels? Hup, ander racket. Ze zijn niet aan te slepen.’

Van Driel voelt zich als de pianostemmer van het Concertgebouworkest. Je laat Rafael Nadal, de belangrijkste cliënt van Babolat, niet worstelen met de verkeerde bespanning of een foutief frame. ‘Nadal bedrijft topsport, wij ook’, aldus Van Driel. ‘De toelatingseisen voor een bespanner zijn streng.’

Van Driel krijgt een ‘spoedje’ voor een juniorenpartij op baan 4, een Wilson Blade 101. De computer geeft het gewenste gewicht aan: 23,5 kilo. Een Spaanse collega die het andere racket voor de junior doet, gooit de rol met snaren naar Van Driel. ‘We zijn goed op elkaar ingewerkt.’ Na ruim een week staat de teller al op 61 kilometer aan snaren.

Runner

Van Driel vlecht de snaren door elkaar, zijn vingers worden zwaar belast. Voortdurend smeert hij zijn handen met zalf om kloofjes te voorkomen en ze soepel te houden. Op de computer stelt Van Driel de gewenste bespanning in en bepaalt hoe strak de knopen moeten worden aangetrokken. Hij test of de compositie van de snaren klopt, dan wordt het logo op het blad aangebracht en brengt een ‘runner’ het racket naar de baan.

Van Driel: ‘Wij noemen de runners wandelaars of kruipers, zo kreeg Matwe Middelkoop zijn racket te laat terug tijdens het dubbelspel tegen de Fransen Mahut en Herbert. Dan baal ik.’

Van Driel schoot op Roland Garros een collega te hulp, die maar liefst tien rackets van Serena Williams moest bespannen. De exacte bespanning is beroepsgeheim. Maar het racket van de voormalige nummer 1 van de wereld prepareren is volgens Van Driel de ultieme uitdaging.

‘Serena heeft misschien wel het moeilijkste racket van allemaal. Compact patroon, veel kilo’s, darmsnaar en een stugge polyestersnaar. Je moet oppassen dat je ze niet in elkaar vlecht. Het racket van Serena is het examen voor elke bespanner.’

De bespanners kennen blindelings de voorkeuren van de spelers. Tijdens het toernooi in Genève vergde het racket van hardhitter Rosol meer tijd dan het blad van de meer verfijnde artiest Fognini. Van Driel: ‘Rosol heeft een klein racket met hoge spankracht, waarbij de snaren met twee knopen worden vastgezet. Je hebt een langer stuk draad nodig, de snaar is wat stugger. Fognini heeft een groter racket en een gladde snaar; dat is een eitje.’

Vandaag is Van Driel al begonnen op het grastoernooi in Rosmalen. ‘Ik heb zelf op gras getennist om te ondervinden wat een bal doet op die ondergrond. Daar kan ik de rackets van de spelers op aanpassen, hebben ze meer kilo’s nodig of minder?

‘Zeg ik: als je vroeg speelt, is het gras nog wat drassig. Dan zou ik een wat zachtere bespanning nemen, zoals ik op Roland Garros de verschillen analyseer tussen het centrecourt in Philippe Chatrier en de zachtere baan 7. Bespannen is maatwerk, daarom noem ik mezelf ook racketdokter. Ik ben in feite een consultant van de spelers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden