Tijd om over Sotomayor te springen

Het atletiekseizoen begint vrijdag met de Diamond League in Doha. Hoogtepunt zijn de WK in Peking in augustus met - wie weet - een Nederlandse wereldkampioene en een sprong over 2,46 meter.

Bogdan Bondarenko is kandidaat voor het wereldrecord van 2,46.Beeld EPA

Hervindt Usain Bolt zijn snelheid na een seizoen van ongemakken?

De Amerikaanse sprinter Ryan Bailey nam onlangs de beroemde pose van Usain Bolt aan, nadat de Verenigde Staten aartsrivaal Jamaica had verslagen op de 4x100 meter estafette (met Bolt als slotloper). Het was geen eerbetoon aan de verliezer. Bailey haalde zijn rechterhand met een triomfantelijke, snijdende beweging langs zijn nek.

Wie maakt Bolt een kopje kleiner? Dat is dit seizoen de hamvraag. De snelste man op de 100 en 200 meter is misschien kwetsbaar. Vorig jaar kwam hij nauwelijks in actie door een combinatie van fysiek ongemak en geestelijke vermoeidheid. Hij liep de 100 meter slechts één keer, in 9,98 seconden. Op de 200 meter, zijn favoriete afstand, testte hij zichzelf niet eenmaal.

In de aanloop naar deze zomer heeft hij zich vooral verbaal laten gelden. Hij zou het wereldrecord op 200 meter (19,19) graag onder de 19 seconden brengen. In het Vogelnest van Peking, zeven jaar geleden het stadion van zijn onweerstaanbare doorbraak, wil hij zijn wereldtitels op beide sprintafstanden prolongeren.

Of dat reëel is? Jong sprinttalent heeft vorig jaar niet weten te profiteren van zijn afwezigheid. De ontwikkeling van Yohan Blake en Ryan Bailey is gestokt door blessures. De concurrentie lijkt te komen van dertigers met dopingproblemen: Tyson Gay, Asafa Powell en bovenal Justin Gatlin, de olympisch kampioen van 2004 die vorig jaar ongeslagen bleef en persoonlijke records liep op de 100 en 200 meter.

Veel heeft Bolt dus niet te vrezen, mits hij de topsnelheden uit zijn topjaren weet te benaderen.

Dafne Schippers wint in 2014 bij de EK in Zürich de 200 meter.Beeld Getty Images

Wie verbetert het wereldrecord hoogspringen na 22 jaar?

Het wereldrecord hoogspringen behoort tot de oudste topprestaties in de atletiek. In 1993 zweefde de Cubaan Javier Sotomayor over 2.45 meter, een centimeter hoger dan een voetbaldoel (onderkant lat). Die prestatie lijkt rijp voor verbetering nu twee extreem getalenteerde hoogspringers zich hebben aangediend.

Op het oog hebben Bogdan Bondarenko (Oekraïne) en Mutaz Barshim (Qatar) zelfs al hoger gesprongen dan 2.45. Alleen lag de lat lager, op 2.43 of 2.42. De gapende ruimte tussen hun bol getrokken rug en die roerloze lat gaf aan dat ze in staat zijn Sotomayer te overtreffen, ook al zijn hun pogingen op 2.46 tot nu toe mislukt.

Hoogspringers ervaren sommige hoogtes als een psychologische drempel: 2.30 en 2.40 zijn belangrijke barrières: 2.45 is de ultieme grens. Het is onbetreden luchtruim. Zowel Bondarenko als Barshim hebben gezegd dat ze baat hebben bij hun onderlinge duels. Het leidt de aandacht af van de recordhoogte.

Hoogspringers zijn meestal zenuwpezen. Ze roken vaak en zoeken soms hun toevlucht in drugs, zoals Sotomayor (cocaïne). De 25-jarige Bondarenko bekende vorig jaar dat de lat na elke mislukte poging op 2.46 hoger lijkt te liggen. 'De eerste drie of vier keer dat je die hoogte probeert, voelt het goed. Na twintig keer denk je: 'Waarom doe ik dit?' Je moet oppassen dat je niet bang wordt om zo hoog te springen.'

Die vrees lijkt de 23-jarige Barshim niet te kennen. '2.46 is mogelijk', concludeerde de Diamond Leaguewinnaar vorig jaar opgewekt. Ondanks zijn mislukte pogingen.

Krijgt Nederland voor het eerst een wereldkampioene?

Sinds 1983 zijn er veertien WK's atletiek gehouden, met polsstokhoogspringer Rens Blom als enige Nederlandse wereldkampioen. De kans dat hij in Peking wordt opgevolgd door een vrouw is op papier nooit groter geweest.

Met Dafne Schippers, Sifan Hassan en Nadine Broersen heeft Nederland drie troeven: twee Europees kampioenen en een wereldkampioen indoor.

Een titel is dus mogelijk, zeker volgens het dogma van topsportgoeroe Joop Alberda. Zijn redenering: van elke drie medaillekandidaten presteert er bij een WK altijd een minder dan verwacht. Een atleet haalt zijn niveau. En de derde stijgt boven zichzelf uit. Om een titel te bemachtigen heeft een land dus drie serieuze kandidaten nodig: de huidige situatie.

Wie van de drie Blom opvolgt, is lastiger te voorspellen. Broersen moet zichzelf op de zevenkamp flink verbeteren om in aanmerking te komen, maar dat lukte haar bij de WK indoor vorig jaar ook.

Schippers beslist op zijn vroegst eind deze maand of ze als sprintster of zevenkampster naar de WK gaat. Op de zevenkamp geldt voor haar hetzelfde als voor Broersen: voor de titel is waarschijnlijk een fors persoonlijk record nodig. Kiest ze voor de sprint, dan heeft ze meer kans. Op de 200 meter komt ze in de buurt van de zege als ze haar beste tijd evenaart: bij drie van de vorige vijf WK's leverde 22,03 goud op.

Het gunstigst is de uitgangssituatie van Sifan Hassan, vorig jaar de snelste vrouw ter wereld op de 1.500 meter. Met haar tijd van 3.57,00 zou de afgelopen vijf WK's hebben gewonnen. Zelfs als ze minder hard loopt dan vorig jaar, maakt ze kans op de titel.

Wie grijpt de macht bij de IAAF: Sebastian Coe of Sergei Boebka?

Ze cirkelen al decennia op elkaar heen, eerst op de atletiekbaan, daarna in de bestuurskamers van de mondiale sport: de Britse tweevoudig olympisch kampioen 1.500 meter Sebastian Coe (1980 en 1984) en de Oekraïense olympisch kampioen polsstokhoogspringen Sergei Boebka (1988). Een van de twee krijgt als voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF de taak de sport nieuw leven in te blazen.

Bij de WK in Peking zwaait de hoogbejaarde Senegalese voorzitter Lamine Diack (81) na 16 jaar af. De kritiek op zijn beleid klinkt door uit de ambitieuze plannen die zijn mogelijke opvolgers hebben: een duidelijker wedstrijdkalender, meer commerciële partners, strenger dopingbeleid, atletiekwedstrijden op straat, extra aandacht voor jeugd en sociale media, en meer geld voor kleine federaties.

Beide ex-atleten hebben hun sporen verdiend als bestuurder. Ze zijn sinds 2007 vicevoorzitter van de IAAF. De 58-jarige Coe, een geslaagde zakenman, was voor de Conservatieven parlementslid. Hij leidde het organisatiecomité van de Zomerspelen in Londen. De 51-jarige Boebka is voltijds sportbestuurder. Hij is IOC-lid en sinds 2005 voorzitter van het Oekraïense olympisch comité. Hij stelde zich in 2013 kandidaat voor het voorzitterschap van het IOC, maar verloor ruimschoots van de huidige topman Thomas Bach.

In augustus, kort voor de WK atletiek in Peking, beslissen 213 bonden welke olympisch kampioen een poging mag wagen de atletiek net zo populair te maken als tijdens hun eigen hoogtijdagen. Coe versus Boebka: de belangrijkste race van dit atletiekseizoen vindt plaats in bestuurskamers.

Boebka (links) met Lavillenie, de huidige recordhouder polstokhoog.Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden