Interview Edwin Jongejans

Tieneridool is nu als bondscoach gids van jong talent

Edwin Jongejans was wereldkampioen schoonspringen en een pionier. Hij keerde terug als een gerenommeerde bondscoach.

Edwin Jongejans springt van de 3-meterplank bij de Spelen van Barcelona in 1992. Foto ANP

Hij draagt de grootste naam in de in Nederland kleine sport van schoonspringen; in het Engels meer naar zijn ware aard benoemd tot diving, duiken. Edwin Jongejans is na veertien Britse coachjaren teruggekeerd naar Nederland, waar zijn naam nog altijd goed is voor herinneringen aan die bruinverbrande jongen die zulke geweldige salto’s kon draaien in het zwembad.

Edwin, uit Badhoevedorp, was succesvoller dan zijn anderhalf jaar oudere zus Daphne, die met haar looks veel aandacht kreeg. Zij werd Europees kampioen, in 1987 op de 3-meterplank. Hij werd wereldkampioen op de 1-meterplank, in 1991, en greep twee Europese titels op die hoogte. Jongejans werd zelfs Nederlands sportman van het jaar. Hij zal het zelf niet noemen. Te bescheiden.

Het was ‘the story of his life’ dat de 1-meter geen olympische discipline was in 1992, toen Barcelona met het iconische beeld van de Sagrada Familia de achtergrond van de verende planken vormde. ‘Dat is toen jammer geweest’, zegt de Nederlandse bondscoach bijna zonder verandering in toonhoogte. ‘Ik was de eerste Europees kampioen op de 1-meterplank. En daarna de eerste wereldkampioen. Ik was wat graag de eerste olympisch kampioen op die hoogte geworden.’

Tieneridool

In Nederland werd de door de zon gebruinde, in de VS trainende Jongejans destijds als een tieneridool gezien. ‘Zelf zie je dat niet zo. Toen ik in januari in Nederland begon, sprak de radioverslaggever die me kwam interviewen van de voormalige beachboy Edwin. Sindsdien word ik door Joey (van Etten, red.) in het bad zo genoemd. Het verschijnsel onttrok zich aan mij. Ik zat in de Verenigde Staten. Er waren geen social media. Met de fanmail viel het mee. Hooguit vroegen van die Duitse handtekeningenjagers mij om een autogram.’

Het schoonspringen maakte wereldburgers van de Jongejansjes. Daphne bleef na 1996 voor altijd in de VS wonen, eerst in Fort Lauderdale, daarna in Atlanta. ‘Ze komt nooit naar Nederland. Ik kwam in haar buurt bij trainingskampen met de Britse ploeg. Dan zocht ik haar op.’

Hijzelf was ook altijd onderweg. ‘Sinds mijn zeventiende heb ik in totaal zes jaar in Nederland gewoond.’ Jongejans is nu 51.

Nu is hij terug in het land dat slechts drie duiktorens heeft (Amsterdam, Eindhoven en Amersfoort) en waar hij in 2003 nog opzien baarde door Nederlands kampioen ‘bommetje’ te worden. Zijn plons reikte tot 8.90 meter. Hij kan erom lachen. Hij heeft een Amsterdams gevoel voor humor.

Technisch directeur André Cats van de zwembond KNZB sprak vorig jaar bij de WK in Boedapest eerst oriënterend met de succescoach. Later werden het contractbesprekingen. Jongejans was een grote vis om op het droge te trekken.

Hij was in 2003, na een zestal moeizame jaren in de weinig toeschietelijke Nederlandse clubwereld, naar Groot-Brittannië vertrokken. ‘Ik werd in Nederland in 1997 tot bondscoach gebombardeerd. Ik was de jongen die net van de plank af was. Ik werd de betaalde coach in een wereld van vrijwilligers die zich het apelazarus werkten. Ik wist alles van springen, maar de omgang met de coaches, een belangrijke taak als bondscoach, moest ik nog leren. Dat is een beetje hobbelige weg geweest.’

Na een botsing tussen hem en een clubcoach kwam er in 2003 een telefoontje uit Groot-Brittannië, van zijn collega Ady Hinchcliffe. Of hij niet iemand wist voor een job als fulltime coach. ‘Ja, zei ik. Ik weet er een: ik.’

‘Ik wist alles van springen, de omgang met coaches moest ik nog leren.’ Foto ANP

Hij ging met een contract voor één jaar naar Leeds en kreeg talentherkenning als taak. ‘Ik ging naar de basisscholen. Daar moet je kinderen uit halen, was de opdracht. We hadden een speciale test om talent te ontdekken. Ik heb tweeduizend leerlingen getest en daarvan heb ik er 150 naar het zwembad gehaald. Daaruit zijn er 25 gekozen.’

In 2005 kwam het grote geld in de Britse topsport, toen Londen de Olympische Spelen van 2012 kreeg toegewezen. Alles kon. ‘Herstel, bijna alles.’ Van de jonkies uit 2003 kreeg Jongejans twee meisjes op de Spelen. ‘Een was 15, de ander 17. Die van 17 werd dertiende. Haalde op één plek na de olympische finale. Zeventienduizend mensen op de tribune om haar aan te moedigen bij de laatste sprong. Het 15-jarige meisje werd in het synchroonteam zevende.’

Zijn faam kwam met de volgende olympische cyclus. Het succes van Londen 2012 smaakte naar meer en de Britten bleven investeren in de olympische topsport. Tom Daley, de wereldkampioen op de 10 meter, was de grote voortrekker.

Jongejans: ‘Ik werkte voor de Spelen van Rio in een team van vier. Ik deed Jack Laugher, Ady Hinchcliffe coachte Chris Mears. Een-op-een, maar met zijn vieren. Ady was de hoofdprogrammeur. We verrasten de onverslaanbaar geachte Chinezen met een zwaarder geladen programma. De allermoeilijkste sprong, tweeënhalve salto met drieënhalve schroef, konden zij niet nadoen.

‘Wij introduceerden die pas in het olympische jaar. Die gaf hoge punten, want hij zat er geheid in. Als wij geen fouten maken, zei ik, dan worden we olympisch kampioen. De Russen hebben het nog geprobeerd om ons na te doen, maar ze hebben compleet gefaald en werden zevende.’

Brits goud

Het olympisch goud van Rio (3-meter synchroon) in het groengekleurde water van Barra was het hoogtepunt in de coachloopbaan van de Nederlander. Daarna was het ‘wat nu?’. Zijn collega Hinchcliffe was wegge-kochtdoor Australië.

Eerst volgde een operatie aan een hartklep en werd de aorta gerepareerd . ‘Als kleine jongen hadden ze bij een sportkeuring al ruis aan mijn hart ontdekt.’ Uiteindelijk koos hij voor een voortijdige terugkeer naar Nederland. ‘Want anders was ik na Tokio in Groot-Brittannië gestopt.’

Jongejans zag Nederland als een uitdaging. ‘Ik kende de springers van de grote wedstrijden, Celine van Duijn, Inge Jansen, Joey van Etten, voorheen Uschi Freitag. Je ziet dingen. En als coach heb je dan soms de gedachte: zou ik hiermee willen werken? Wat zou ik dan met hen doen? Dat had ik met de Nederlanders. Toen ik werd gevraagd, zei ik niet meteen ja. Ik wist het niet. Maar na een tijdje zei ik: ik ga het doen. Mijn ouders worden ouder. Ik heb geen gezin. Ik kon dan ook zo weg naar Nederland. Zo ben ik hier in 2018 begonnen.’

Jongejans, pendelend van stoel naar staanplaats langs het bad, zegt geen geheim te hebben. Hij weet door zijn leven langs de duikplank en toren buitengewoon veel van de sport. Hij uit zich in een soort gebarentaal naar de springer die naar beneden is gedoken. Het is steeds houdingcorrectie zonder woorden.

‘Het is hard werken, altijd hard werken. Een ijverige springer haalt 1.700 sprongen in de maand. Mijn stijl is positief, erop letten dat er plezier is. Want je doet deze sport omdat je het leuk vindt. Ik vind het leuk om talenten te helpen. Ik ben geen bullebak. Ik probeer de sporters eigen verantwoordelijkheid te geven. Als ik vandaag onder de bus loop, moeten ze wel verder kunnen. Sommige coaches maken hun pupillen in mijn ogen te afhankelijk. ‘

Jongejans, wijzend naar de toren: ‘Weet je, als je daar boven staat, op 10 meter, dan moet je het zelf doen. Dan kunnen de springers het ook. Ik ben niet meer dan een hulpmiddel in hun prestaties. Ik werk aan een grote mate van zelfstandigheid. Want ik wil zelfdenkende sporters. Die weten wat zij willen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.