motorsport herinneringen aan jack middelburg

Theater, muziek en rokende banden: motorcoureur Jumpin’ Jack Middelburg krijgt muziektheaterstuk

Jack ‘Jumpin’ Jack’ Middelburg verongelukte in 1984 op het circuit van Tolbert. 35 jaar na zijn dood moet een muziektheatervoorstelling over de gelauwerde motorcoureur zijn herinnering levend houden.

Winnaar Middelburg gaat aan kop in de race in Ammerzoden, april 1983. Beeld ANP

Zonder dat de Grote Drie het vooraf van elkaar wisten, zijn ze die dag herenigd. Op zondag 1 april 1984 staan Jack Middelburg en Boet van Dulmen samen aan de start in Tolbert, op de grens van Groningen en Drenthe, zoals voorzien. De komst van Wil Hartog, die drie jaar eerder was gestopt, is een verrassing. Hij bezoekt nog maar zelden wedstrijden, maar nu zit hij op de tribune. 

De temperatuur komt nauwelijks boven nul uit, er staat een ijzige wind uit het noordoosten. Het is de dag die voor een van hen noodlottig zal eindigen en de anderen zal tekenen. 1 april 1984 markeert het einde van het hoogtij in de Nederlandse motorsport.

Wat eraan vooraf ging, komt deze maand weer tot leven, op het TT-circuit van Assen. Theatergroep BUOG (Bedenkers en Uitvoerders van Ongewone Gebeurtenissen) uit Leeuwarden produceert een muziektheaterspektakel over Middelburg, de winnaar van de TT in Assen in 1980 en op Silverstone, Groot-Brittannië in 1981. Die aprildag zou hij tragisch verongelukken, op 31-jarige leeftijd. Onder regie van Frank Lammers geven twintig acteurs, dertig motorrijders, zestig dansers, veertig gitaristen en vijftig extra muzikanten vorm aan Middelburgs kleurrijke bestaan. ‘We slaan een brug tussen theaterpubliek, motorliefhebbers en rockfans’, beloven producenten Kees Botman en Pieter Stellingwerf. De première is donderdag, op de noordlus van de Drentse baan. Er zijn acht voorstellingen van Jumpin’ Jack gepland.

Jumpin’ Jack speelt van 9 t/m 19 mei, TT-circuit Assen.

Middelburg, een spichtige kassenbeglazer uit het Westland, steevast uitgerust met een sjekkie onder de vlassnor, was van de drie de meest besproken coureur en volgens kenners de talentvolste. Wel stapte hij, in motorrijdersjargon, geregeld hard af: hij zocht telkens de grens op en ging er ook weleens over.

Ook buiten de baan gaf hij gas. Toen hij na de zoveelste snelheidsovertreding met zijn Mercedes voor de rechter moest verschijnen en werd gevraagd naar het waarom toch elke keer, antwoordde hij flegmatiek: ‘Hardrijden is nu eenmaal mijn vak.’ Het begrip bij de magistraat was beperkt: Middelburg belandde twee weken in de gevangenis.

Koningsklasse

Wil Hartog (74), in 1977 de eerste Nederlandse TT-winnaar in de koningsklasse en wegens zijn lengte en kleur van zijn raceoverall voor eeuwig in de herinnering als de Witte Reus , gelooft niet dat Middelburg meer viel dan anderen. ‘Hij had alleen de pech dat hij zo vaak ongelukkig terechtkwam.’ Zijn lichaam bevatte zoveel platen en schroeven dat de start zijn achilleshiel werd, hij kreeg de motor soms nauwelijks van zijn plaats.

De theatermakers zijn bij Hartog langsgekomen om de sfeer van de racerij van toen te proeven in het kleine museum bij zijn voormalige grasdrogerij in Lambertschaag. Daar is de blauw-witte Suzuki RG 500 de blikvanger, de machine waarop hij Assen won. Ze wilden ook van hem weten wat voor iemand Jack Middelburg nu eigenlijk was. De concurrenten waren bevriend geraakt.

Nog voordat Middelburg die koude dag in Tolbert zijn motor aanduwt, is de race beladen. Hij rijdt op een Honda RS 500 R, het jaar daarvoor aangekocht door de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging. Die wilde hem helpen, nadat Suzuki de coureur niet langer een productieracer ter beschikking stelde. Na een teleurstellend seizoen hoopte hij op betere prestaties; een nieuw frame voor de motor ging daarbij helpen. Bij hem in de buurt stond Van Dulmen, die bij de KNMV bot had gevangen – volgens de vereniging omdat hij alweer een contract met Suzuki had afgesloten. De kwestie stelde de jarenlange vriendschap tussen de twee op de proef. In Tolbert wilden ze beiden laten zien wat ze in huis hadden.

Hartog zag Middelburg voor het eerst racen nadat de Westlander met Van Dulmen van de Nederlandse Motorsport Bond was overgestapt naar de rivaliserende bond KNMV. ‘Jack reed meteen voorin. Ik stond bekend als een uitstekende remmer, maar Jack ging nóg later in de ankers, hij vloog me gewoon voorbij. Het was een renner met grote moed, met een groot hart. Hij racete met zijn handen, ik wat meer met het hoofd. Ik reed vloeiender. Jack smeet echt met zijn fiets, hij hing maar naast die motor.’

Eén moment is hem het meest bijgebleven. Middelburg rijdt in 1981 op Silverstone, het favoriete circuit van Kenny Roberts, de dan regerende wereldkampioen. In de Stowe, een snelle bocht naar rechts, pakt hij de Amerikaan in de laatste ronde. ‘Hoe hij ’m er toen tussen zette en daarna er weer vol uit accelereren, dat was echt op het randje, alles met zo veel lef. Je moet voelen dat de achterkant van de fiets niet wegstapt.’ Het is de manoeuvre die hem zijn tweede winst in een grand prix oplevert.

Hartog: ‘Jack was een heel lieve en zachte jongen, maar eenmaal op de baan gedroeg hij zich ronduit agressief. Het was de adrenaline, de wil om te winnen, koste wat het kost.’ Hoewel ze geregeld met elkaar optrokken, zocht de Noord-Hollander voorafgaand aan races doorgaans de luwte van een hotel op, terwijl Middelburg waar mogelijk in een caravan op de camping verbleef. Daar was het tussen de coureurs en de aanhang altijd feest: de biertjes, de barbecue.

Glijdend

Toen Hartog in 1977 de TT won, eindigde Middelburg als 11de, hij was laat vertrokken nadat hij op het laatste moment nog had besloten van banden te wisselen. ‘Ik zag hem toen al als serieuze concurrent. Eerder dat jaar had ik nog geprobeerd hem in Tubbergen eruit te remmen na een lang recht stuk, tussen Fleringen en Albergen. Ik ging hem inderdaad voorbij, maar dan wel zonder motor, glijdend op mijn buik.’

In 1980 waren de rollen in Assen omgekeerd: Middelburg dubbelde Hartog in de laatste ronde – diens Suzuki was niet vooruit te branden, hij zou als 19de en laatste over de finish komen. Van Dulmen eindigde als 4de.

Hartog: ‘Ik had helemaal niet gezien dat Jack op kop reed. Nee, het was geen vernedering. Ik dacht alleen: Jack wint! Ik gunde het hem.’

Meer dan 125.000 dolenthousiaste toeschouwers zagen Jack Middelburg op sublieme wijze de Grote Prijs winnen. Na afloop namen supporters dan ook 'hun held' op de schouders, 29 juni 1980. Beeld ANP

In Tolbert ziet Hartog vanaf de tribunes hoe de coureurs aan het begin van de tweede ronde op hem af stormen. Hij was niet voor de motorrace gekomen, zijn broer deed die dag mee aan een wedstrijd voor karts. Hij kan zich niet meer herinneren of hij Middelburg nog heeft gesproken. ‘Het zal misschien een armzwaai in het rennerskwartier zijn geweest. We waren al wat uit elkaar gegroeid. Logisch: hij racete, ik was grasdroger.’

De start van Middelburg was weer eens matig en hij wilde plaatsen goedmaken. Voor een haakse bocht remde hij te laat en trok het voorwiel onderuit. Hij vloog de strobalen in. En mogelijk omdat pal daarachter een grote zwerfkei lag, stuiterde hij terug de baan op, waar twee coureurs hem aanreden. Van Dulmen ramde de Honda van Middelburg midscheeps en belandde in een sloot.

Hartog rende de tribune af en zag een onbemande ambulance staan, met de sleutels er nog in. Hij sprong achter het stuur en reed de ravage tegemoet, achtervolgd door ziekenbroeders en artsen. Ter plekke zag hij dat het mis was – nog altijd moet hij de emoties wegslikken als de herinnering bovenkomt. ‘Jack bloedde uit zijn oren. Ik dacht: dit is slecht. Heel slecht. Ik kon het niet aanzien, ik ben weggelopen.’

Het is het macabere slotakkoord van de glorietijd, al wordt Van Dulmen in 1985 nog 4de in Assen. Op 3 april hoort Hartog via de radio dat Jumpin’ Jack in het ziekenhuis in Groningen aan zijn verwondingen is bezweken. ‘Vreemd misschien, maar ik voelde berusting. Ik wist gewoon dat het niet meer goedkwam.’ 

Helm

Op verzoek van de familie loopt hij op de begrafenis voor de baar uit, met de helm van de coureur in de hand, en voert hij het woord. Hij weet niet meer wat hij precies heeft gezegd, het moet vooral over Jack als sportman zijn gegaan en diens drive, is zijn vermoeden.

De uitvaart van Middelburg. Links Wil Hartog met Middelburgs helm. Beeld Hollandse Hoogte / Leo Vogelzang

Van Dulmen zou later verklaren dat hij zich medeschuldig achtte aan de dood van Middelburg. Het touwtrekken over de Honda’s van de KNMV had geleid tot bittere onderlinge verwijten. Een interview waarin Van Dulmen schampere opmerkingen maakte over het privéleven van Middelburg zou hebben geleid tot wraakgevoelens. Hij zou te gehaast het uiterste van zijn motor hebben gevraagd, terwijl de banden nog onvoldoende waren opgewarmd.

Van Dulmen wil er liever niets meer over kwijt. Terugblikken valt hem zwaar, hij was destijds niet welkom op de begrafenis. Volgens Hartog trekt Van Dulmen ten onrechte het boetekleed aan. ‘Het was toch echt Jack die zichzelf onderuit remde.’

Hij is blij met de theaterproductie. ‘Jack heeft niet de roem gekregen die ik veertig jaar heb gehad. Het blijft maar voortleven. Ik word nogal altijd op de winst in Assen aangesproken, mensen die zich dankbaar tonen, foto’s laten zien, om een handtekening vragen. Dat heeft hij moeten missen. Ook al is het postuum, zo’n groot sportman verdient dit.’

Jumpin’ Jack: herinneringen aan Jack Middelburg, Natascha Kayser. Uitgeverij Q; 246 pagina’s ; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.