Terug naar het roemruchte Bankrasmodel

Een nieuwe opleiding moet de kloof tussen de A-League en de Europese top verkleinen. Ron Zwerver is een van de aanstichters....

Amsterdam Vorig jaar had Ron Zwerver met de mannen van Nesselande nog niet de titel behaald in de A-League of de stekker werd al uit de ploeg getrokken. Dit seizoen zou hij hetzelfde scenario kunnen beleven met het talententeam van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Met dit verschil dat Zwerver (42) nu zelf het initiatief nam voor de liquidatie van HvA. ‘We leidden op voor de middelmaat.’

Het is geen diskwalificatie van Gido Vermeulen, aartsvader van het HvA-project dat talenten moest klaarstomen voor de internationale top. ‘Hij heeft het neergezet in Amsterdam. Maar HvA was geen opleidingsteam meer. Ik heb een ploeg die in de gedevalueerde A-League om de titel kon spelen. Opleiden had geen prioriteit. Ook ik wilde pieken op zaterdag, maar daar was HvA niet voor opgericht. Ik ben in dienst van de bond. Die stelt mij niet aan om clubtrainer te zijn. HvA moet terug naar de bron.’

Met zijn collega Koos Klein en Bert Goedkoop, technisch directeur van de Nevobo, analyseerde Zwerver wat het Nederlandse volleybal nodig heeft om aansluiting te vinden bij de wereldtop. Het antwoord lag in een grondige renovatie van de talentontwikkeling. Nu de clubs er niet in slagen spelers op te leiden, neemt de bond de scholing ter hand.

Zwerver: ‘Je kunt het de clubs niet eens kwalijk nemen. Het is niet in hun belang. Als je internationaal wilt presteren, koop je toch goede spelers? Dynamo heeft de laatste jaren niets anders gedaan.

‘Maar door een chronisch gebrek aan sponsorinkomsten moeten de clubs oudere en dus duurdere spelers afstoten. Het is verleidelijk om jonge en goedkope spelers op te stellen, terwijl de vuistregel nog altijd is dat ze eerst 10 duizend uur moeten trainen om de top te bereiken.’

De nieuwe opleiding moet juist de enorme kloof tussen de A-League en de Europese top verkleinen. Daarom heeft de Nevobo het roemruchte Bankrasmodel uit de jaren tachtig, waarbij de topspelers uit de competitie werden gehaald, in een nieuw jasje gestoken. Zwerver: ‘We kwamen tot de conclusie dat we spelers nog jonger moeten scouten om ervoor te zorgen dat ze rond hun achttiende fysiek belastbaar zijn.’

Zwerver en Klein zagen te veel jonge spelers rondlopen met schouder- en kniekwetsuren, omdat ze ‘lichamelijk onvoldoende werden geschoold’. Ook tieners moeten tijdens de trainingen ‘springen, springen, springen tot ze er bij neervallen. Het is funest voor hun ontwikkeling’.

Zwerver gaat in het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) in Amsterdam jongens trainen van 16 tot 18 jaar. De Talentcoaches Matt van Wezel en Patrick Tonnaer nemen in Arnhem meisjes van 14 tot 16 onder hun hoede. En zo reisde de olympisch kampioen van 1996 het land door om kinderen te zoeken die voor het project van de Nevobo in aanmerking kwamen.

Zwerver: ‘We zochten grote, lange jongens van boven de 1.90 die redelijk goed kunnen bewegen. We zijn het land doorgegaan, van Ootmarsum tot Tuitjehorn. We vroegen talenten om fulltime mee te draaien met ons programma.

‘Ons voorstel viel vooral de moeders van die jongens rauw op hun dak. Zie je het voor je: een gezin uit Ootmarsum dat zijn kind moet afstaan aan Ron Zwerver. En hij verhuist ook nog eens naar Amsterdam. Dat is heavy, want we nemen in feite een deel van de opvoeding over.’

En dus wordt een manager Wonen en Leven aangesteld om de talenten te leren hoe ze zichzelf moeten bedruipen. Toch wisten Zwerver en Klein al dertien jongens te verleiden tot deelname aan het project.

Zwerver: ‘Bij HvA ervoer ik al hoe belangrijk het is om volleybal in een strak kader aan te bieden. Om half acht in de ochtend begint de krachttraining, vanaf negen uur ga je naar school. En vanaf vier tot zeven is er eventueel ruimte voor baltraining, afhankelijk van je individuele belasting.’

Na enkele maanden, vooral fysiek gerichte training wil Zwerver met zijn jongens diverse internationale stages gaan volgen. ‘Om ze bijvoorbeeld te laten zien wat een jonge Braziliaan kan. Ze ontdekken de combinatie van frivoliteit en power.

‘Daarna wil ik ze meenemen naar China of Japan, waar ze snelheid en discipline wordt bijgebracht. In Amerika wil ik mijn spelers laten zien hoe topvolleyballers twee minuten voor de wedstrijd op slippers de hal binnenkomen en vervolgens met hun all American attitude voor elke bal gaan.’

Zwerver hanteert nu eenmaal internationale, liefst olympische normen om zijn talenten te toetsen. ‘Bij de jeugd is Argentinië nu de standaard. Ik wil die jongens laten zien wat er voor nodig is om de top te bereiken. Maar de school staat in onze opleiding centraal. ‘Ik kan niemand garanderen dat hij later profvolleyballer wordt. Toch hoop ik dat onze jongens na een opleiding van bijna twee jaar misschien wel boven het niveau van de A-League uitstijgen.’

Geef hem zes tot tien jaar de tijd, aldus Zwerver. ‘Zo heeft mijn generatie het ook gedaan.’ En lachend: ‘Ik had mezelf nooit in de rol van opleider gezien. Ik weet nog dat ik met mijn vader naar een presentatie voor de opleiding tot sportleraar ging.

‘Toen ons werd verteld dat de meeste leerlingen ’s avonds als coach bij een sportclub eindigden, trok mijn vader me snel naar buiten. Hij zei: ik kan als boekhouder goed rekenen. De kans dat jij in dat vak de top bereikt, is nihil. Moest ik ook de boekhouding in. Het is gelukkig anders gegaan. Maar ook als opvoeder ben ik in gedachten al bij die gouden medaille.’

Twijfels zegt Zwerver ook als coach en opleider niet te kennen. ‘Ik weet dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Ik ben ervan overtuigd dat onze visie de juiste is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden