Tennissen we met een harige bal of met een kogel?

Maak niet de fout te denken: een tennisbal is een tennisbal. De toppers voelen elk verschil. Een afwijkende stuit kan de uitkomst van een partij bepalen. Klacht: er zijn te veel soorten. Voor elke baansoort een type bal zou helpen. Maar of dat commercieel haalbaar is?

Beeld Getty

Rafael Nadal schudt het hoofd, nadat hij op de Masters in Indian Wells weer een Pennbal langs zich heen ziet suizen. Het servicekanon Milos Raonic schudt de aces achteloos uit zijn mouw in de wetenschap dat hij de Spanjaard simpelweg geen tijd gunt om zijn befaamde topspinslagen te produceren. Nadal weet het zeker: het ligt aan de tennisbal. Bijna wekelijks spelen de toptennissers met een andere bal, foetert Nadal. 'En deze lijkt wel een baksteen, het leidt tot blessures.'

Ergens in Nieuw-Zeeland moet wellicht een schaap zich schuldig voelen na de klaagzang van Nadal. Met schapenwol begint immers de fabricage van de tennisbal. En zou Roger Federer weten dat de beroemde Wimbledonbal van Slazenger zelfs een reis van 80 duizend kilometer langs 11 landen maakt alvorens in blik aan de zevenvoudig kampioen te worden opgediend? Welk schaap is de klos om de Zwitserse maestro te behagen?

Het is beroepsgeheim, zegt Johan Frank Geuze, sales manager van Dunlop Sports in Eindhoven. Op Wimbledon wordt al sinds 1902 met Slazenger gespeeld, met een uniek recept. 'De wol wordt met iets gemengd, waardoor het verschil met andere fabrikanten wordt bepaald.' Geuze klinkt als de kok, die niet wil verraden hoe hij zijn biefstuk bereidt. 'Een tennisbal is een natuurproduct.'

Wat is de magie van een tennisbal, hoe bepaalt hij de uitkomst van partijen? Waarom gedraagt hij zich anders op hardcourt dan op gravel? Waarom wordt de tennisbal eerst na zeven en vervolgens steeds na negen games weer afgedankt, terwijl zijn verwekking kapitalen heeft gekost? De bal wordt gekoesterd, gestreeld, beproefd, geliefkoosd en gehaat. De bal is ongrijpbaar, als een onbereikbare liefde. En elke bal is anders. De lange reis van het schaap naar de vuilnisbak.

New balls please

Wol, vilt, rubber en compressie voor een gasgevulde bal, of niet om juist een drukloze tennisbal af te leveren; in werkelijkheid is het proces veel gecompliceerder. De Britse Warwick Business School berekende in 2013 dat de Wimbledonbal, die allang niet meer in Engeland wordt gemaakt, een wereldreis maakt voor hij in Londen arriveert. Wol uit Nieuw-Zeeland, klei uit Amerika, sulfaat uit Zuid-Korea, rubber uit Maleisië, zink uit Thailand en na nog enkele ingrediënten uit onder meer Japan vindt de 'vulkanisering' van de tennisbal plaats in de fabriek op de Filipijnen.

Dunlop fabriceert maar liefst dertig soorten ballen, die allemaal voldoen aan de standaard van de Internationale Tennis Federatie (ITF). De doorsnee van een tennisbal is rond de 6,5 centimeter. Het gewicht mag variëren tussen 56 en 59,4 gram, de maximale stuithoogte van 1.34 meter en 34 centimeter tot 1.47 meter.

Die marges leiden tot een enorme diversiteit aan tennisballen. Manager Geuze: 'Mercedes levert wel vijf typen in een 300-serie die op diesel rijden en nog eens vijf in een benzine-uitvoering. Zo werkt het ook met tennisballen.'

De fabricage van tennisballen is zelfs cultureel bepaald, aldus Geuze. 'In Noord-Europa spelen we bij voorkeur met een harde en zware bal, de Fransman vindt het verschrikkelijk. De Amerikaan speelt een keer met een bal, de Nederlander wil er zolang mogelijk mee spelen. Wij zijn zuinig is het credo en ook dat vraagt om een ander type bal.'

Voortdurend worden de ballen uit de fabriek getest, zegt Geuze. Zoals een pianostemmer meteen een valse noot hoort, voelt de tennisser na de eerste slag of een bal geschikt is of niet. De ITF hanteert sinds 2003 een windtunnel om de aerodynamische kenmerken van de tennisbal te onderzoeken. Ook hoge spinrotaties kunnen worden gesimuleerd.

In de 'bazooka luchtkanon' worden de ballen met snelheden van 180 kilometer per uur afgeschoten om bijvoorbeeld het effect te meten van een smash. En hoe de ballen de steeds hardere klappen van de tennissers ondergaan. Ze komen tot leven zodra het blik wordt opengetrokken en de spanning ervan afgaat. Hun levensduur staat vast, de grilligheid van de bal is de grootste uitdaging voor de toptennisser.

'Je voelt hoe hard de ballen zijn als ze uit het blik komen', vertelt tenniscoach en voormalig Davis Cup-captain Tjerk Bogtstra. 'Soms lijken het net kogels, zijn ze gladder en kleiner. Dan schiet de bal sneller van je racket af en plakt hij minder op je bespanning. Voor de serveerder is dat prettig, de topspelers pakken een ander racket met een iets zwaardere bespanning als ze moeten retourneren. Het verschil kan een halve kilo zijn, maar het gaat om het gevoel.

'Ik vind de ballen het prettigst als er even mee gespeeld is. Dan kun je ze indrukken, zijn ze een beetje behaard en heb je meer controle. Soms krijg je nieuwe ballen, terwijl je denkt: de oude spelen nu pas lekker. Het hangt ook van de ondergrond af. Op een wat ruwe indoorbaan, net geschilderd met een grove verfstructuur ,slijt de bal snel. Hij wordt harig en dus groter. Dan wil je graag nieuwe ballen.'

Karakter van de bal

Even de bal voelen om zijn karakter te bepalen; het is een heilig ritueel voor tennissers. De beelden zijn overal hetzelfde. De serveerder vraagt drie ballen aan de ballenjongens, weegt en betast ze en gooit er een weg. Nummer twee verdwijnt in de broekzak - vrouwen hebben soms een ballenhouder onder hun rokje of krijgen de tweede bal aangereikt - en met de favoriete bal wordt geserveerd.

Op zijn beurt wikt en weegt de tegenstander bij de return. Met welke snelheid en curve komt de bal over het net, hoe vlijt hij zich neer op de grond, afhankelijk van de baansoort?

Geef Nadal een lekkere, harige tennisbal om zijn extreme spinrotaties te demonstreren en zeker op gravel is zijn zware spin een moordwapen. Maar op hardcourt slijten de ballen eerder, zoals in Indian Wells. Bogtstra: 'In feite borstelt Nadal telkens de bal door die zware spin. Dan krijgt een bal veel te verduren, de haartjes vliegen eraf. Wellicht waren de Pennballen in Indian Wells te hard voor Nadal, voelden ze voor hem als bakstenen en moest hij zijn bespanning aanpassen. Je kunt veel zeggen van Nadal, maar hij is geen zeikerd.

'Als Nadal klaagt, heeft hij een punt. Hoewel de hoge stuit in Indian Wells in het voordeel van Nadal was, kon hij de bal onvoldoende spin meegeven. Dan werkt het tegen een hardhitter als Raonic in zijn nadeel. De bal heeft zoveel invloed.'

Voor gras maakt Slazenger een speciale bal 'met ander vilt en een speklaagje'. Met het gras is ook de Wimbledonbal langzamer geworden, zegt Bogtstra. 'Het spel op gras ging zo snel dat de bal iets zwaarder en zachter is gemaakt, zodat er minder aces werden geslagen en meer rally's werden gespeeld.'

De bal wordt trager door de compressie te veranderen, legt Dunlop-manager Geuze uit. 'Je kunt het gas in de bal reguleren en de rubberstructuur aanpassen. Dat bepaalt hoe de bal vliegt en hoe lang hij meegaat. In de Slazengerbal zit ook een ander soort vilt, dat vocht afstoot en dus tegen regen is bestand. Op onze Fort Clay Courtbal zit juist een viltlaag die zo min mogelijk stof, zand en gravelkorrels oppakt waardoor hij in theorie hetzelfde gewicht houdt.'

De toptennisser ervaart het vaak anders. 'Ballen van Dunlop zijn iets zwaarder dan die van Head', zegt Bogtstra, die voor zijn tennisacademie in Doorn een contract heeft met Head. 'Een toptennisser voelt het verschil. Je moet er ietsmeer voor doen om een Dunlopbal goed van je racket te krijgen. Zeker op gravel lijken Dunlopballen iets groter en pluiziger te worden. Vind ik iets minder comfortabel.'

Nadal tijdens Roland Garros 2014Beeld ap

Ei

Robin Haase deelde de kritiek van Nadal op de bal in Indian Wells niet. Tennissers laten zich ook leiden door vooroordelen, aldus de nummer 1 van Nederland. 'Als ze een bal zien van Head of de Amerikaanse variant van Penn denken ze al snel: die is slecht. Head kwam met nieuwe ballen, die naar links of rechts konden stuiten als ze uit het blik kwamen. Die bal leek wel een ei, hij vervormde ook raar in je racketblad.'

Head heeft onlangs verbeterde ballen op de markt gebracht, zegt Haase. 'In Indian Wells waren de Pennballen van Head prima. Maar de omstandigheden in Californië zijn nu eenmaal extreem. Golfers slaan de ballen daar vanwege de geringere luchtweerstand ook 30 meter verder dan op andere toernooien. De bal vliegt meer op Indian Wells en stuit ook veel hoger op.'

Dezelfde Pennbal onderging een metamorfose in het veel warmere Miami. Haase: 'Toen kreeg ik juist het idee dat ik met een baksteen tenniste. Ik sloeg een dropshot, waarbij de bal op mijn eigen baanhelft viel. Ook nu lag het vooral aan de omstandigheden. Het is te gemakkelijk om de bal de schuld te geven. Ik hoor spelers zeggen dat ze een bepaalde bal niet fijn vinden, terwijl ik dan constateer dat die juist geschikt is voor hun spel. Het is en blijft een gevoelskwestie.'

De bal als sluipmoordenaar

In februari hekelde Andy Murray tijdens het toernooi in Rotterdam het 'ballenbeleid' in de ATP Tour. Te vaak werd volgens de Schotse Wimbledonkampioen van bal gewisseld op de toernooien, met blessures als gevolg. Haase, instemmend: 'Ik heb al meer dan een jaar last van een golfelleboog. Telkens spelen met andere ballen maakt het er niet beter op.'

De Nederlandse tennisbond (KNLTB) maakt zich grote zorgen over de uitval van spelers boven de 18 jaar. Blessures zijn de belangrijkste oorzaak. Vooral recreanten, die met een goedkopere, drukloze bal spelen, zijn kwetsbaar.

Coach Bogtstra: 'Drukloze ballen gaan veel langer mee. Ze blijven hard, maar er zit geen gevoel in. Nu hebben recreanten ook geen balgevoel, ze merken het verschil niet. Voor een toptennisser is zo'n bal een ramp, maar ze verkopen goed. Toch zijn ze funest voor je arm en je schouder. Een drukloze bal op kunstgras, slechter kan het niet. Volgens mij staan de fysiotherapeuten te juichen langs de baan.'

Een blikje met drie, gasgevulde ballen kost al snel 14 euro. Drukloze ballen kosten de helft. 'Elke twee weken gooi ik een mand met ballen weg. Ik denk dat wij er tussen de 6.000 en 8.000 euro aan ballen doorheen jagen. Voor vele tennisscholen zal het verleidelijk zijn om te besparen op de kosten voor ballen, terwijl slechte ballen en een verkeerde bespanning aantoonbaar tot blessures leiden.

Dunlop-manager Geuze: 'Ik zeg altijd tegen klanten: je stapt ook niet in je auto als je banden kaal en versleten zijn. Laat je op de tennisbaan dan ook niet leiden door Hollandse zuinigheid.'

De jeugd speelt tegenwoordig met zachtere ballen in verschillende kleuren, die stage 1, 2 en 3 worden genoemd. Rood is de zachtste bal voor kinderen tot 6 jaar, daarna worden ze per kleur (oranje en groen) iets harder. Bogtstra: 'Zo breng je kinderen techniek bij, je leert ze het raakpunt op de juiste hoogte te hebben. En je doet aan blessurepreventie.'

Op zoek naar de ideale bal

Haase pleit voor een vaste tennisbal per baansoort. 'Rond de Australian Open spelen we met een Wilsonbal, dan hoor je niemand. De klaagzang begint bij het indoorseizoen in Europa, waar we telkens met andere ballen spelen. Ook in Azië heeft elk toernooi zijn eigen bal. Er is niet alleen verschil tussen de diverse merken, elke fabrikant maakt verschillende ballen.

'Je kunt geen ideale bal uitzoeken, elke tennisser volgt zijn gevoel. Je kunt wel van twintig verschillende ballen per seizoen naar een bal per swing in het seizoen. Ik denk zelfs dat het niveau in de tennissport erdoor omhoog gaat. Nu kun je het vertrouwen snel kwijtraken als de ballen bij het volgende toernooi plotseling dertig keer van je racket vliegen. Dezelfde bal leidt ook tot een eerlijke competitie. Het is gek dat we op de graveltoernooien in aanloop naar Roland Garros met Dunlop spelen en in Parijs de Roland Garrosbal van Babolat krijgen voorgeschoteld.'

Dat ideaalbeeld is niet te realiseren, weet Bogtstra. 'De commercie bepaalt, elk toernooi kan een contract met een ander merk afsluiten. De ATP zal nooit dwingend kunnen voorschrijven met welke bal moet worden gespeeld.'

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden