Tennisbond wil af van het propageren van ‘ideaaltechniek’

We moeten af van de sjablonen bij de ontwikkeling van talent, meent Frank van Fraayenhofen, hoofd opleidingen van de KNLTB....

De forehand van Jim Courier, de backhand van John McEnroe met dat typische hupje of een diagonale passing van Roger Federer zonder ruimte te creëren voor die slag; je zult ze niet aantreffen in het Handboek Prestatief Tennis van de KNLTB. Ook de tennisbond heeft te lang vastgehouden aan sjablonen bij het aanleren van moderne technieken, meent Frank van Fraayenhofen, hoofd opleiding bij de KNLTB.

Tijdens een studiedag van de Vereniging van Nederlandse Tennisleraren (VNT) vertelde Van Fraayenhofen hoe de komische act van een straatartiest op het Amsterdamse Rembrandtplein hem deed beseffen dat elk mens over unieke bewegingen beschikt. ‘Die vent observeerde de voorbijgangers zo scherp dat hij meteen hun loopje wist te imiteren. Elk mens is ook te herkennen aan zijn manier van lopen. Van driftige passen tot slenteren; je haalt iemands karakter er zo uit.’

Zo is het ook op de tennisbaan en toch hebben docenten de neiging een ‘ideaaltechniek’ te propageren, stelde Van Fraayenhofen. ‘Ik deed het vroeger zelf ook. Je racket verpakken tijdens het volleren of een volley slaan na een achterzwaai was uit den boze, daar had je toch helemaal geen tijd voor? Maar de Australiër Lew Hoad deed het in de jaren vijftig al op Wimbledon en bij Patrick Rafter zag je ook dat hij zijn greep bij het volleren iets veranderde.’

De topspelers ontwikkelen nieuwe trends, niet de theoretici, leerde Van Fraayenhofen. ‘Ooit kwam een groep Zweedse tennissers met hun coaches naar Nederland. Let maar niet op die magere met dat lange haar, zei een trainer. Zijn spel lijkt nergens naar, al wint hij alles. Dat bleek dus Borg te zijn.

‘Maar het is wel de kracht van het Zweedse tennis dat ze niet alleen nieuwe Borgs hebben opgeleid. Ze boden ook de ruimte aan een service-volleyspecialist als Edberg.’

Bij het ontwikkelen van talenten is de verleiding immers groot om de ‘nieuwe Krajicek’ of een ‘tweede Sampras’ op te leiden, waarschuwde Van Fraayenhofen. ‘Nu willen we allemaal het liefste Federer klonen, terwijl je bij het aanleren van technieken eerst naar het karakter van de speler moet kijken.’

Daarbij ondervond Van Fraayenhofen dat de Nederlandse tennisser vaak ‘achteruitstrevend conservatief’ is. ‘Het is cultureel bepaald. De Amerikaan zegt eerst dat hij olympisch kampioen wil worden en vraagt zich pas later af hoe. De Nederlander wordt van de wieg tot het graf verzorgd. Hij bouwt eerst zekerheden in en zo voeden wij onze spelers ook op. Luister naar Schalken, bij hem staat veiligheid toch voorop?’

De tennisleraren hebben er volgens de oud-bondscoach ook hard aan meegewerkt om ‘laffe en schijterige’ spelers te produceren door ze voor te houden ‘dat ze bij hun slagen een marge in moeten bouwen, zodat de bal ruim over het net gaat’. Van Fraayenhofen: ‘Nederlanders zijn control freaks en zo tennissen we ook, beheerst en voorzichtig. Ligt het servicepercentage te laag? Dan luidt de opdracht: minder hard slaan. Zo trainen we voortdurend met de rem erop.’

Vincent van Gelderen tracht met de 15-jarige Renée Reinhard een andere weg in te slaan, hoewel het aanlokkelijk is het vooral door de Russinnen gepropageerde ‘eendimensionale’ vrouwentennis te volgen. Zo hard mogelijk slaan op een ‘smalle baan’ is de teneur. Maar Reinhard zal eigen wapens moeten ontwikkelen om de sprong naar de WTA Tour te kunnen maken.

De doelstellingen van Van Gelderen spreken Van Fraayenhofen aan. De Nederlandse kampioene moet in de rally ‘messcherp langs de lijn durven slaan’ en tijdens haar servicebeurten minstens twee fouten bij de tegenstander afdwingen. Op papier en tijdens de videopresentatie van Van Gelderen zag het er aardig uit.

De praktijk is weerbarstiger, ondervond Reinhard tijdens de US Open voor junioren. Ze kreeg in New York het ultieme (twee keer 6-0) pak slaag van Azarenka, de nummer een in de wereld van de spelers tot achttien jaar.

Van Gelderen mokte in het vakblad Tennis en Coach dat hij als privé-trainer het vuile werk moest opknappen (‘technisch puinruimen’), als Reinhard na een periode in het buitenland weer bij hem terugkeerde. Een ‘coördinator’ van de bond (Annemieke de Jong) als tussenpersoon moet voortaan een vlekkeloze communicatie garanderen. ‘Het lag ook aan mijn ego, we werken nu uitstekend samen.’

Maar de route naar de top bepaalt Reinhard uiteindelijk zelf, aldus Van Gelderen. ‘Renée moet haar progressie niet afmeten aan de resultaten van Misa Krajicek. De buitenwereld doet dat graag, maar die twee hebben een onvergelijkbaar speltype. Ik hanteer graag een Chinese wijsheid. Sta op met de zon en leef zonder oordeel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden