Ten onrechte geen naamsverbondenheid

Maurice Raichenbach zal natuurlijk bovenal in de damliteratuur blijven voortleven dankzij de zes wereldtitels op rij die hij in de periode 1933-1938 behaalde....

En toch. Wie mij zou vragen naar de belangrijkste speltechnische bijdrage die de Fransman aan de damwereld geleverd heeft, zou ni¿et die slagzet tegen Vos als antwoord krijgen. Raichenbach heeft namelijk óók een half tactische, half positionele wending geïntroduceerd waarvan het praktische belang veel groter is dan dat van de 'Coup Raichenbach'; ik doel op de 2x2 ruil waarmee hij in zijn derde matchpartij tegen Springer (WK 1937) de vijandelijke aanvalsstand opblies en zich in gewonnen positie manoeuvreerde!

Maar of het nu komt doordat Raichenbach in de afwerking faalde (hij liet het eindspel remise lopen) of doordat het belang van de bedoelde manoeuvre al die jaren onvoldoende is onderkend, feit is dat men er Raichenbachs naam nooit aan verbonden heeft. Ten onrechte evenwel: de 2x2 ruil 29-23! (18x38) en 43x21, in negen van de tien gevallen voorafgegaan door de verrassende zet 38-33!!, wordt tot de scherpste en gevaarlijkste wapens gerekend die een witspeler in zijn strijd tegen een zwarte voorpost op 27 ter beschikking staan.

Velen hebben er hun voordeel mee gedaan, vaak zelfs vanuit exact dezelfde positie als Raichenbach tegen Springer had (De enige verschillen schuilen doorgaans in de stand van de 'aanvaller'.) En nog talrijker zijn de partijen waarin het Leitmotiv gevormd wordt door het in-stelling-brengen dan wel verhinderen van de 'Raichenbach-manoeuvre' of het – ik geef maar een schot voor de boeg – 'Raichenbach-changement'.

Kortom: we hebben hier met een thema te maken dat niet meer valt weg te denken uit het damspel zoals dat anno 2004 wordt gespeeld. En het lijkt niet meer dan fair om Raichenbach, die ruimschoots de eerste was die deze verborgen finesse aan het licht bracht, ook op dit punt de eer te gunnen die hem toekomt.

Uiteraard ontkom ik er niet aan die 'stampartij' tussen Raichenbach en Springer met u dóór te nemen. Maar eerst wil ik een andere partij laten zien waar ik min of meer bij toeval op stuitte maar die domweg te curieus is om niet onder het stof vandaan te halen.

Bij het bestuderen van zijn vijftiende matchpartij tegen Vos ontdekte ik namelijk dat Raichenbach de dekselse wending waarmee hij Springer verraste, al een jaar eerder in de wedstrijdpraktijk had kunnen introduceren. Toen, in januari 1936, zag de Fransman echter nog niet hoe het moest: hij liet zijn beste kans onbenut en moest in een puntendeling berusten.

Maar zou het werkelijk ondenkbaar zijn dat Raichenbach door zijn partij met Vos (lees: de teleurstellende uitkomst daarvan) op het spoor werd gezet van de manoeuvre waarvan Springer zestien maanden later het slachtoffer zou worden?

Raichenbach-Vos 15de matchpartij WK 1936

1.34-29 20-25 2.40-34 17-21 3.31-26 21-27 4.32x21 16x27 5.44-40 18-22 6.50-44 12-18?

Dit verdraagt de zwarte stand niet goed.

7.29-24! 19x30 8.35x24 14-19 Pover, maar 8...7-12 9.37-31! was zo mogelijk nog ernstiger geweest.

9.34-29! 19x30 10.29-23 18x29 11.33x35 13-18 12.37-31!

Geeft zwart geen gelegenheid naar het randveld 36 uit te wijken.

12...10-14 13.41-37 14-19 14.37-32 11-16 15.32x21 16x27 16.46-41 6-11 17.41-37 1-6 18.37-32 11-16 19.32x21 16x27 20.42-37 7-11 21.47-42 8-12 22.37-32 11-16 23.32x21 16x27 24.42-37 6-11 25.37-32 11-16 26.32x21 16x27 27.48-42 2-7 28.42-37 7-11 Zie diagram 1

29.37-32?! 11-16 30.32x21 16x27 31.38-32?

De enkelvoudige afruil van 27 levert een onmiskenbaar positioneel overwicht op. Maar wit hád ook beslissend voordeel kunnen verkrijgen, zoals ik – voor zover nog nodig – volgende week zal onthullen (en zoals Raichenbach dus zélf – zij het in enigszins vereenvoudigde vorm – tegen Springer zou laten zien!).

31...27x38 32.43x32 12-17 33.32-27 Het is moeilijk te zeggen waaruit wits allersterkste spel bestaat. In een vrijwel identieke situatie koos Tjeerd Harmsma in een competitiepartij tegen Ad de Hoon (maart 2002) voor 39-33-28, 35-30 en 40x38. Dat plan oogde misschien weinig ambitieus maar zou niettemin, na slechts twee microscopisch kleine fouten van zijn tegenstander, in een indrukwekkende (eindspel)zege resulteren!

33...9-13 34.27-21 19-23 35.21x12 18x7 36.49-43 13-18 37.31-27 22x31 38.36x27 Eerst 37.39-33 lijkt mij kansrijker.

38...23-28(!) 39.26-21 18-22 40.27x18 28-32 41.43-38 32x34 42.40x29 3-8 43.21-17 8-13 44.18x9 4x13

Zie diagram 2

45.45-40 Ondanks alle vereenvoudigingen blijft wit aan de leiding gaan: in het spannende schijveneindspel zou de geringste misstap zwart fataal worden. Zo had Vos zich na 45.29-23!?, dat wellicht betere praktische kansen had geboden, slechts op één enkele manier staande kunnen houden:

45...5-10! (45...15-20? 46.44-40! en wit gaat winnen, zowel na 46...5-10 47.35-30! 25x34 48.40x29 en 49.17-12 + als na 46...13-19 47.23x14 20x9 48.35-30! 25x34 49.40x29 met drievoudige oppositie!) 46.44-40 10-14! 47.40-34 15-20! 48.34-29 14-19! (48...13-19? 49.17-12! 19x28 50.12x1 28-32 51.1-23! 32-38 52.23x5 en 53.35-30! +) 49.23x14 20x9 50.45-40 9-14! 51.29-23 14-20! 52.40-34 20-24! 53.23-19 13-18! (het loont de moeite na te gaan waarom 53...7-12? verliest) 54.19x30 18-23 55.30-24 23-28 56.24-19 28-33! (56...28-32? verliest door 57.19-13! en nu óf 57...32-38 58.13-8! 7-12 59.8-2! 12x21 60.2-16 +, óf 57...32-37 58.13-8! 37-41 59.8-2! 41-46 60.2x11!! 46-23 61.11-6! 23x45 62.6-1 +) 57.19-13 25-30!! 58.34x25 33-39! met remise na 59.13-9 39-44 = of 59.13-8 7-12! =.

45...15-20 46.40-34 20-24 47.29x20 25x14 48.34-29 14-20!!

Behalve op veld 19 (49.29-24 +) mocht zwart evenmin 48...5-10? spelen wegens 49.29-23! gevolgd door 50.35-30! +. De tekstzet heeft onder meer de verdienste dat hij 49.35-30 met 49...13-19! = kan beantwoorden.

49.29-23 20-25!!

Opnieuw de enige: op 49...20-24? volgt eerst 50.44-39! en daarna pas 51.23-19 +.

50.44-39 5-10 51.39-33 51.39-34 10-14 52.35-30 is evenmin toereikend, al moet ook dan de redding van ver komen: 52...14-20! 53.34-29 25x34 54.29x40 20-24! 55.40-35 en nu 55...7-11!! (maar onder geen beding 55...13-19? 56.23x14 24-29 57.17-12! 7x18 58.14-9/10 +) 56.17x6 13-18!! 57.23x12 24-29 58.6-1 29-33 met remise dankzij de (zelf-)blokkade van de witte dam!

51...10-14 52.33-28 Of 52.33-29 13-19! 53.17-12 19x28! 54.12x1 28-32 =.

52...14-20! 53.28-22 7-12(!!) 54.17x19 20-24 55.19x30 25x34 Remise.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden