Technisch directeur Paauw verlaat KNAU na de Spelen

Bert Paauw, technisch directeur van atletiekunie KNAU, stopt met zijn werkzaamheden na de Olympische Spelen van Sydney. Paauw (52), sinds 1992 in dienst van de bond, bemerkte bij zichzelf 'een stukje metaalmoeheid in deze energievretende baan'....

Paauw had al na de EK in 1998 (Boedapest) bij het KNAU-bestuur aangegeven dat hij na Sydney wilde stoppen. In mei maakte hij de beslissing definitief bekend. Het nieuws werd nog niet naar buiten gebracht, Paauw wilde wachten tot het olympische kwalificatie-traject van de Nederlandse atleten was afgesloten.

Die datum is bepaald op zondag 3 september. Een handvol atleten als Wilbert Pennings, Troy Douglas, Patrick van Balkom en Monique de Wilt doet de komende dagen her en der in Europa nog een alles-of-niets poging. Maar gisteren, op het bondsbureau, maakte Paauw het nieuws van zijn vertrek alvast wereldkundig.

Paauw kwam begin 1992 in dienst; tijdens de Spelen van dat jaar in Barcelona was er een gouden medaille op de 800 meter voor Ellen van Langen. 'Maar dat was niet het gevolg van mijn beleid. Ik zat er nog te kort.' In de periode daarna nam een generatie internationale topatleten als Elly van Hulst, Erik de Bruin en Frans Maas afscheid en kon Paauw met een jeugdige selectie aan de gang.

Met liefst 25 mannen en vrouwen kwam Nederland twee jaar later aan de start bij de EK in Helsinki. 'Vrijwel de gehele ploeg ging daar collectief door het ijs.' Direct daarna veranderde de KNAU het topsportbeleid drastisch: de topselecties werden flink verkleind, de selectieprocedures verscherpt.

Paauw noemt dat zijn drie 'O's': ombuigen, opbouwen en oogsten. 'Voor het bereiken van de top is acht jaar nodig, dat hebben de volleyballers wel bewezen. In Sydney, maar vooral in de jaren daarna zal pas geoogst worden.'

Zelf zal hij dat als technisch-directeur niet meemaken. 'Als ik nóg een olympische periode had afgewacht, dan was ik 56 jaar geweest. Nu ben ik 52 en kan ik nog aan iets anders beginnen.' Hij weet nog niet wat hij gaat doen.

Zijn grootste teleurstellingen vormden de WK van 1993 (dopingzaak Erik de Bruin) en de EK van 1994. In 1997, bij de WK in Athene, kreeg Paauw een 'goed gevoel' over de Nederlandse atletiek, met vijf toptwaalf-plaatsen voor Nederlanders.

De opbouwende lijn werd echter weer geknakt tijdens de WK in Sevilla in 1999, met slechts twee toptwaalf-plaatsen. 'Dat beschouw ik als een incident, de opgaande lijn is er nog steeds.' In Sydney begeleidt Paauw de komende weken (vooralsnog) negen Nederlandse atleten, net zoveel als in Atlanta, waar twee finaleplaatsen waren.

Paauw kwam na slecht presteren van Nederlandse atleten herhaaldelijk in de pers en bij trainers onder vuur te liggen, en voelde zich vaak onbegrepen. 'Dit is meer en meer een bureau-baan geworden. Je houdt je bezig met het uitstippelen van het beleid, het schrijven van doorwrochte plannen en het aanvragen van subsidies.'

Paauw miste het 'veldwerk' echter niet. Het maakte zijn werk af en toe wel frustrerend, zegt hij. 'Je bent toch afhankelijk van wat anderen presteren. Daar heb je nauwelijks enige invloed op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden