Te midden van de kampioenen

Of het de juiste beslissingen zijn voor zijn carrière, kan hij nu nog niet zeggen. Maar hij neemt ze ten minste....

Thomas Dekker zegt wat hij denkt, doet wat hij wil en gelooftsterk in zichzelf. Klaar. Mag hij alsjeblieft?

Er zullen mensen zijn die hem om die reden een arrogante kwastvinden. Dat is best. Er zullen er zijn die hem bewonderen om zijnvastberadenheid. Dat is ook best.

Hij is pas 21 jaar, bezig aan zijn tweede jaar bij deberoepsrenners en nu al een veelbesproken figuur in het peloton.Dat op zich is al knap. Die veelbesprokenheid geldt zijnprestaties, en de keuzes die hij maakt.

Dat eerste snapt hij, dat laatste niet. Hij is een talent datzich bewust is van zijn bijzondere kwaliteiten. Waarom mag hijdaar dan niet optimaal gebruik van maken? Dekker, die vandaagstart in Milaan-Sanremo, wil zichzelf nooit verwijten dat hijniet het maximale uit zijn carrière heeft gehaald.

Als hem over tien jaar wordt gevraagd terug te kijken op zijnloopbaan, zal hij waarschijnlijk zeggen dat 2006 het breekpuntis geweest. Het is het jaar waarin hij belangrijke beslissingennam. Of het de juiste waren, kon hij toen nog niet weten. Maarhij nam ze ten minste.

Hij koos voor zijn carrière. Hij koos ervoor de beste van dewereld te worden.

Thuis zitten in Dirkshorn, en afwachten, dat werkt niet.Succes moet je afdwingen, dat komt ook de grootste talenten nietaangewaaid. Hoe groter de offers, hoe groter de kans op roem. AlsLance Armstrong iets heeft aangetoond de afgelopen zeven jaar,is het dat wel. En Jan Ullrich ook, maar dan in omgekeerderichting.

Hoe kunnen mensen hem nou kwalijk nemen dat hij zijn talentniet wil verkwanselen, zoals de Duitser - overigens wel zijnfavoriete renner - dat deed. Voor hem telt alleen hetallerhoogste, en dat is de Tour. Hij is geboren voor de hoofdrol,de bijrol past niet bij hem. Als hij alleen die nog maar zoukrijgen, fietst hij over vijf jaar niet meer. Zeker weten.

Wie de beste wil worden, moet doen wat de besten doen. En eenbeetje meer. Dus was het helemaal niet vreemd dat hij contactlegde met de Italiaanse trainer Luigi Cecchini, die ooksamenwerkt met Cunego, Petacchi, Cancellara en Ullrich.

Dat Cecchini werd verdacht (maar nooit vervolgd) van verbodendopingpraktijken met in opspraak geraakte renners als BjarneRiis, Tyler Hamilton en Francesco Casagrande, maakte de keuze vande jonge renner voor velen onbegrijpelijk. Voor Dekker niet. 'Hijis mijn trainer, niet mijn dokter. En ik ben er toch zelf bij?Ik weet wat ik doe.'

De beschuldigingen slaan gewoon nergens op, vindt hij. Italiëis het land waar de politie regelmatig dopingrazzia's houdt. 'Jezou wel gek zijn om te knoeien. Voor mij is er niets veranderdten opzichte van afgelopen jaar. Vorig jaar kon ik die mannen vande Tirreno al kloppen hoor. Waarschijnlijk had ik met LouisDelahaye (trainer bij Rabobank, red.) ook gewonnen, maar ik voelme nu gewoon meer op mijn gemak. Klaar.'

Dus verhuisde hij dit voorjaar naar Lago di Camaiore, aan deTyrreense kust. Dekker verblijft er in hotel Caesar, waarvan deeigenaar een fervent wielerliefhebber is. Het is een goede vriendvan Cecchini.

De Italiaanse trainer/dokter zelf heeft hem opgenomen als eenzoon, vertelt Dekker. Elke avond zit hij met het hele gezin,vrouw en twee zonen van 27 en 37 jaar, in Lucca aan het diner.

'In het begin voelde ik me opgelaten. Ik dacht: die mensenwillen ook wel eens alleen eten. Maar op een gegeven momentmaakte ik me er niet meer druk om. Als ik niet kom, vragen zewaar ik blijf.'

Twee, drie keer per dag bellen ze elkaar. 'Cecchini heeftgezien hoe groot mijn fysieke kwaliteiten zijn. 'Hij herkent mijngedrevenheid, niet iedereen gaat met 21 jaar naar Italië. Hetis anders dan Ullrich die in het voorjaar naar Toscane komt metRudy Pevenage die zijn hand vasthoudt. En die elke dag moetzeggen: ga nou trainen Jan.'

Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in Verona, tijdens de WKtwee jaar geleden. Dekker werd vergezeld door zijn managerJacques Hanegraaf. In september vorig jaar volgde een tweedeontmoeting. Aan het einde van de maand reed Dekker naar Lucca omer op de Monte Serra, een klim van zeven kilometer, met goedgevolg een test af te leggen. 'Een potentiële Tourwinnaar',noemde de Italiaan hem onmiddellijk.

Elke ochtend vertrekken ze om half tien voor de training, veelte vroeg naar de zin van Dekker. En Cecchini, 62 jaar, fietstaltijd zelf mee. Hij is niet de enige. Vaak sluiten naast eentwintigtal amateurs ook profs als Petacchi en Cunego aan.Misschien kan hij nog eens met Ullrich gaan trainen, mijmertDekker.

Daar geniet hij van. Hij is gevoelig voor complimenten vanmensen tegen wie hij opkijkt. Dat zijn er in zijn wereld nietveel meer.

Hij gelooft ook in het vedettedom en alles wat daar bij komtkijken. Niet voor niets houdt hij van Italië, van het mooieweer, de mooie kleren, de mooie auto's en de mooie vrouwen. Maghij? Hij is nog jong, en eraan gewend dat alles om hem draait.

Sinds hij zijn contract tot 2007 verlengde bij de Rabobankbehoort hij tot de grootverdieners. Hij geeft maandelijks meergeld aan zijn mobiele telefoon uit dan zijn ouders verdienen.Dekker wilde zijn vader een nieuwe auto geven. Die bedankte. Zijnzoon moest zuinig zijn op zijn centen. Hij vond dat wel mooigezegd.

Dekker is in een andere wereld terechtgekomen. 'Ik vind hetfantastisch om op mijn 21ste al tussen de kampioenen te leven ente trainen. Het geeft een kick als je kunt trainen met Petacchien bij die man thuis af en toe de benen onder tafel magschuiven.'

Dit is wat hij wilde. Dit is waarvan hij sinds zijn zestiendeheeft gedroomd.

Het was het jaar van zijn eerste omslag. Dekker ging meertrainen en hield sindsdien alles bij in schriftjes. Hij schreefop hoeveel uur hij trainde, hoeveel uur hij sliep, telde zijnhartslag en gaf een cijfer van een tot vijf voor hoe hij zichvoelde. 'Ik had ergens gelezen dat de profs dat deden.'

Hij heeft ze nog, die vellen. Omdat hij bezeten is van zijnsport. Dekker leest en volgt alles. Hij kan zelfs met MichaelBoogerd, de grootste kenner op het gebied van de wielerhistorie,concurreren. 'Ik ben iemand van de lijstjes, cijfers enstatistieken. Dat vind ik mooi, het hoort bij onze sport.'

Vroeger ging hij geregeld met zijn vader bij wielerarchivarisWim van Eyle op bezoek. De mooiste verhalen en anekdotes zittenin zijn hoofd opgeslagen. 'Ik vond alles prachtig. Heel veelrenners praatten alleen maar over de Tour, ik zat ook in hetvoorjaar voor de televisie, naast mijn vader op de bank. Hij meteen biertje en ik met mijn frisdrank.

'Het gaat om de liefde voor je vak. Dit is mijn passie. Ik hebvan kleins af aan gedroomd wielrenner te worden. Ik wilde zelfsvoor niets rijden, als ik maar prof was.'

Hij zegt dat hij er alles voor over heeft. Er zijn er die hemdaarom de verhuizing naar Italië hebben afgeraden. Niemand konhem er vanaf brengen. Ook zijn ouders niet. 'Dat is het probleemmet mij: als ik iets in mijn hoofd heb, gebeurt het zo. Dat ikging verhuizen, was thuis eigenlijk niet meer dan een mededeling.

'Ze maken zich zorgen, dat snap ik wel. Mij doet het allemaalweinig, ik pas me overal aan. Maar zij missen elke avond iemandaan de eettafel.

'Vroeger ging ik na een wedstrijd naar huis en dan haaldenmijn ouders me op van het vliegveld. Dan moest ik mijn verhaalvan de wedstrijd doen. Toen ergerde ik me daar wel eens aan. Maarnu is er niemand om tegenaan te praten. Dat is soms moeilijk.'

Zijn moeder pakte de koffer in, maakte 's ochtends de broodjeswarm en zijn vader poetste de fiets. 'Het is het beste hotel vande wereld. Nu zit ik ook in een hotel, maar het is toch anders.De eerste keer dat ik mijn koffer inpakte, ontplofte dat dingbijna.'

Hij vindt dat hij niet de makkelijkste weg heeft genomen.'Maar ik voel me op mijn gemak. Ik ben nu alleen maar metfietsen bezig. Ik ben echt een voorbeeldprof. Ik leef voor mijnvak.'

Je zult hem daarom niet horen zeggen dat het succes in deTirreno onverwacht was, dat hij er nooit op had gerekend en dathij overdonderd is door geluk. Hij zou liegen.

Het is heel simpel. Zodra er een tijdrit in het parcours isopgenomen, zoals in de Italiaanse rittenkoers, wordt hij eenkanshebber op de eindoverwinning. In kleinere ronden dan, voorde grotere geeft hij zichzelf nog een aantal jaar. Zo reëel isDekker wel.

Hij zegt daarmee toch niets geks? Sla zijn resultaten er maarop na. Rebellin, Di Luca, Savoldelli: goede renners hoor, maarnooit betere tijdrijders dan hij. Zelfs in de ploeg schoven zehem het kopmanschap toe. Daar waren met Freire, Boogerd en Flechagenoeg andere kandidaten voor. 'Het lijkt allemaal snel te gaan,maar deze overwinning zat er gewoon aan te komen.'

Dat hij jong is, doet in het hele verhaal helemaal niet terzake, vindt Dekker. Hij is van de generatie: liever alles vandaagdan morgen niets. 'Ik zie mijn leeftijd niet als een belemmering,ik sta aan de start van een koers. Ik ben 21, maar ik ben me nietbewust hoe oud ik ben. Het zijn de mensen om mij heen die daarop wijzen.

Hij logenstraft de wetmatigheden van de wielersport. 'Door dezogenaamde regels moet je heen prikken. Ik ging vorig jaartijdens het trainingskamp op de eerste berg gewoon aan. Wat maaktdat nou uit?

Niets hiërarchie. Natuurlijk heb ik respect voor iedereen,maar het moet geen belemmering worden. Ik weiger in mijn remmente knijpen omdat ik 21 ben. Het is in ieders carrière tochpakken wat je pakken kunt?'

Hij zal geen kans onbenut laten. De Tirreno heeft hij tochmaar mooi gewonnen. De beker en de enige overgebleven leiderstruigaan mee naar huis. Die zijn voor zijn vader, die spaart allesvan hem. 'Hij vermoordt me als ik die hier achterlaat. Ze zijnvoor het Thomas Dekker museum', zegt hij. 'Wordt in 2019geopend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden