Sydney te vroeg voor nieuwe record-score

Nog veertien maanden resten tot de Olympische Zomerspelen van Sydney. Allerwegen wordt hard gewerkt. Voor Nederlandse begrippen is enorm veel geld geïnvesteerd, maar de uitkomst valt lastig te calculeren....

John Volkers

D IT voorjaar had de barometer voor de sport er moeten zijn. Het NOCNSF wil voor de stand van zaken in de nationale topsport een graadmeter instellen, een eigen Sport-AEX, met een indexcijfer gerelateerd aan het zorgvuldig gekozen nuljaar 1985.

De barometer - uit de ideeënbus van technisch directeur Alberda - is er nog niet. Het is derhalve lastig te berekenen hoe veel de koers van het topsportaandeel is gezakt in vergelijking met de topjaren 1996 - negentien olympische medailles van Atlanta - en 1998 - vijfmaal goud in Nagano -.

De gedachte dat in het voorolympisch jaar de Nederlandse hoogconjunctuur is aangetast, lijkt gerechtvaardigd. Het team de mission voor Sydney, het drietal Loorbach, Alberda en Sturkenboom, heeft iets van zijn geestdrift van een jaar geleden teruggenomen.

Toen was een positie bij de toptien van de wereld het doel voor 2000. Begin dit jaar, bij een inspectie in Australië, meende technisch-directeur Alberda dat dit pas in het nieuwe millenium, in 2004 (Athene), haalbaar zou zijn. Voor het bereiken van de beste tien (VS, Rusland, Duitsland, China, Frankrijk, Italië, Australië, Cuba, Oekraïne en Zuid-Korea) zouden volgens hem twee etappes nodig zijn.

De vijftiende plaats in het medailleklassement van Atlanta is niet eenvoudig te overtreffen. Het aantal van negentien plakken (4/5/10) zal als een uitmuntende score de geschiedenis in gaan, slechts geëvenaard door de thuis-Spelen van Amsterdam 1928. Maar daar waren zes gouden, negen zilveren en vier bronzen medailles goed voor de achtste plaats op de medailletabel.

De verwachtingen voor Sydney zijn in het pre-olympisch jaar lastig te peilen. 'Tussen 13 en 29 medailles', was de meest recente, kwantitatieve gok van Alberda. Dat het in sommige vleugels van de 'medaillefabriek' de laatste maanden minder is gegaan - de olympische volleybalkampioen leed in zeven weken twaalf nederlagen - is volgens de ploegleiding niet de oorzaak van de getemperde prognoses.

Sowieso leeft het besef dat de hoogste berg en het diepste dal vaak naast elkaar liggen. Er zijn periodes van natuurlijke terugval, maar die mogen als fases van bezinning worden aangemerkt. De 'dalen' zijn nodig om de weg omhoog weer in te slaan.

Maar vooral is de afgezwakte medaillevoorspelling het resultaat van koele berekening. Een olympische oogst is, zeggen de rekenmeesters met verstand van topsport, het gevolg van tien jaar investeren.

De volleyballers, om het bekende voorbeeld bij de kop te nemen, gingen in 1986 investeren in meer training en meer interlands. De professionele aanpak bood na twee jaar (in Seoul) een diploma, na zes jaar (Barcelona) zilver en uiteindelijk, in 1996 in Atlanta, het begeerde goud.

Het Nederlands Olympisch Comité zal zijn eigen calculaties hebben gemaakt. In tien sporten is sinds 1990 zoveel geïnvesteerd dat de kans op een medaille aannemelijk is. Maar daarbij dient aangetekend te worden dat geheide kansen - Haarhuis/Eltingh en Seriese in Atlanta - ook gemist kunnen worden. De kansrijke sporten, met navenante investeringen, zijn volgens de NOCNSF-planners: hockey, judo, roeien, volleybal (mannen), waterpolo (vrouwen) plus zwemmen, wielrennen, zeilen, paardensport, tennis en - opvallend - atletiek.

Het geld is verschaft: inclusief de Paralympics-voorziening van drie miljoen is er 34,5 miljoen gulden beschikbaar voor het olympisch traject. Dertig miljoen was in '97 de ambitieuze doelstelling van het team de mission. In die som is een bedrag van 8,2 miljoen opgenomen voor de 'tijdelijke regeling', waardoor 157 sporters sinds dit jaar fulltime en met een verzekerd inkomen hun olympische voorbereiding kunnen doen.

Het zijn voor Nederlandse begrippen ongekende bedragen. Maar voor de volgende olympische periode (2001-2004) zal er gewerkt worden met bedragen die weer vijftig procent hoger zullen zijn.

De hele wereld is bereid te investeren in sportprestaties. In Groot-Brittannië werd in '96 gemord over de 36ste plaats in het medailleklassement van Atlanta en besloot de regering tot een investering van honderd miljoen pond.

Nederland begon zich in '97 voor te bereiden op de Spelen van Sydney. Dat was twee jaar te laat, vonden kenners. Dit jaar, 1999, is daarom al het jaar dat er over Athene gedacht moet worden. Voor Sydney is alles al klaar. Het werk van beleidsmaker en fondswerver Alberda is feitelijk gedaan.

Hij zal volgend jaar slechts de nacalculatie doen. Hebben die Nederlandse medailles twee of drie miljoen per stuk gekost, zal een van de vragen zijn. Aan aandeelhouders is voorlopig geen antwoord verschuldigd. Alberda droomt van een beursgang voor zijn Nederlandse topsportbedrijf, het Team Holland. Het zal een puur emotie-aandeel worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden