Reportage

Suriname droomt van het WK

Voetbal in Suriname Bondscoach Dean Gorré probeert het Surinaamse elftal naar het WK in 2018 te brengen. Vandaag oefent hij in Paramaribo tegen buurland Guyana.

Bondscoach Dean Gorré: Het begint ermee dat iedereen er lol uithaalt. Dan kun je beter afspraken maken met elkaar. Beeld anp

En dan, tijdens de topper in de Surinaamse hoofdklasse tussen Intermoengotapoe en WBC (Walking Boys Company), valt Ronnie Brunswijk in, voormalig rebellenleider en zakenman. Hij is met 54 jaar de oudste speler in de hoofdklasse van het land dat zo graag eens naar het WK wil.

Op de tribune van het André Kamperveenstadion in Paramaribo zit Dean Gorré (44), de nieuwe bondscoach van het Surinaams elftal. Vanuit zijn woonplaats in Engeland komt hij elke maand een week over om de 'natio' voor te bereiden op de eerste kwalificatiewedstrijden voor het WK in 2018. In juni speelt Suriname uit en thuis tegen Nicaragua, de huidige nummer 154 van de FIFA-ranglijst. Suriname neemt de 169ste positie in en heeft door die hogere notering vrijaf in de allereerste voorronde.

In de topper van vanmiddag tegen Guyana ziet Gorré de complete basis van het nationale team in actie. Voetballers van Surinaamse bodem wel te verstaan. De optie om profs van Surinaamse origine met een Nederlands paspoort uit de Nederlandse en andere Europese competities op te stellen is voorlopig niet aan de orde. Het wetsvoorstel is nog niet behandeld in het Surinaamse parlement en omdat de nationale politiek nu in het teken staat van de verkiezingen in mei, gaat dat vóór de zomer ook niet gebeuren.

Mogelijkheden

Gorré weet wat hem te doen staat: de eerste twee knock-outronden in het kwalificatietoernooi overleven. In de poulefase waarin Suriname tegen Mexico of Costa Rica kan loten, moet er versterking uit Europa komen. Wie weet wat er dan mogelijk is: 'De bondsvoorzitter krijgt wekelijks een mailtje van de FIFA. Of het al geregeld is met die dubbele nationaliteit. Suriname is het laatste lidland dat er geen gebruik van maakt. Ook in het Caribisch gebied houden ze het scherp in de gaten. In Jamaica en Trinidad zien ze Suriname mét profs als grote concurrent voor een WK-ticket.'

Dan komt de speler met rugnummer 53 van de bank van Intermoengotapoe. Het publiek reageert met een furieus applaus. Ondanks zijn logge en hoekige postuur ziet de voetballer kans zijn knieën tot ver boven de schouders te heffen. Hij gooit er twee korte sprints uit en werkt een serie brede armzwaaien af. Dan gaat het trainingspak uit en meldt hij zich bij de vierde man. De naar schatting achthonderd toeschouwers joelen nog harder.

Met nog tien minuten te spelen en een 2-1-stand voor 'Inter' neemt hij de spitspositie over van één van zijn naar eigen schatting vijftig kinderen. Zo maakt Jungelo plaats voor Ronnie Brunswijk, niet alleen voetbalvader maar ook eigenaar, voorzitter, technisch directeur en voornaamste geldschieter van de landskampioen. Daarnaast leidt hij een cluster binnenlandpartijen, is hij coalitiegenoot van president Desi Bouterse en ondernemer in goud en hout.

Geschiedenis

Of Brunswijk als invaller zijn team versterkt is zeer de vraag. Rond de middencirkel draaft hij wat rondjes en in de slotminuten is hij betrokken bij een (verloren) duel. Wel maakt Inter 3-1 waarbij de veteraan juicht alsof hij de bal zelf tegen de touwen heeft gejaagd.

Gorré grijnst van oor tot oor. 'Man, dit is toch geschiedenis? Waar zie je nou zo'n wissel? En dat knieheffen vond ik lang niet verkeerd. Dat ik zie de meeste vijftigers Brunsie niet nadoen.'

Bevorderlijk voor het spelpeil lijkt het niet, maar de bondscoach bekijkt de situatie zoals die zich aandient. Als Brunswijk kan invallen, heeft hij daar rekening mee te houden. Zeker omdat hij de grote man is achter Inter dat met zo'n tien spelers is vertegenwoordigd in de nationale selectie.

Talent als uitgangspunt

Vanaf de tribune ziet hij ook wel dat zijn internationals volop fouten en verkeerde keuzes maken, maar liever neemt hij hun talent als uitgangspunt. Gorré heeft de spelers persoonlijk gesproken. Hij wilde weten hoe oud ze waren toen ze voor het eerst droomden van een voetbalcarrière: 'Wat denk je; 8, 9 jaar? Vergeet het maar: rond hun 15de. Omdat ze toen pas echt wedstrijden zijn gaan spelen. Dat betekent dat je in Suriname alleen op basis van talent de top kunt halen. Niet door eindeloos te trainen zoals bij ons. Een speler moet minimaal 10 duizend uur trainen voor hij prof kan worden. Dat is een enorm verschil.'

Maar dat gaat Gorré zijn internationals niet onder de neus wrijven. Tijdens de eerste trainingsweek staan plezier en beleving voorop. Vol overgave doet hij mee aan rondootjes en ziet hij kans spelers af te bluffen en te poorten. Soms pakt hij ze vast, dan weer neemt hij er een apart. Tijdens het afsluitende partijtje scoort de bondscoach de winnende goal.

Niet voor het eerst schalt zijn hoge lachje door het stadion. 'Deze spelers zijn gewend aan trainers die voetbal heel serieus nemen. Maar het begint ermee dat iedereen er lol en energie uithaalt. Dan kun je daarna des te beter afspraken maken met elkaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden