Superfiets laat geen ruimte voor excuses

De passie voor het wielrennen begint bij de fascinatie voor de fiets. Wereldkampioen Theo Bos heeft de beste van de wereld gekregen....

Theo Bos houdt van eerlijke sport. Liefst wil hij dat de concurrentie over net zulke goede trainingsfaciliteiten beschikt, net zo veel biefstukken kan kopen en hetzelfde materiaal heeft als hij. In de wedstrijd zouden in zijn beleving alle renners dan ‘naakt’ aan de start staan voor een authentiek man-tegen-man-gevecht.

Fysieke en mentale vermogens geven de doorslag. Wie dan wint? Theo Bos natuurlijk.

Op de wielerbaan van Alkmaar haalde de tweevoudig wereldkampioen dinsdagmiddag met plezier herinneringen op aan de Olympische Spelen van Athene en de WK van dit jaar in Bordeaux. Bij beide toernooien beschikte hij over bijna dezelfde fiets als de Australiër Ryan Bailey. ‘Mooie, eerlijke duels waren dat. Geen excuses, geen frustratie’, zei Bos. Om er vervolgens stoïcijns aan toe te voegen: ‘Daar stappen nu dus vanaf.’

Bos heeft een fiets gekregen waarin Koga Miyata, samen met TNO en DSM, een half miljoen euro ontwikkelingskosten heeft gestoken. Zijn Kimera (Latijn voor leeuw) is de beste baanfiets ter wereld. Dat was twee jaar geleden tenminste het doel toen Bos en de fietsenfabrikant aan het project begonnen. Honderden tekeningen, testen en manuren later is de beste baanrenner van Nederland in de wolken. ‘Dit is de beste fiets die ik ooit heb gehad’, vertelde hij nadat hij onder grote belangstelling een paar rondjes op het prototype had gereden.

De cijfers zijn indrukwekkend. De aerodynamische vooruitgang is op 9,7 procent vastgesteld. De nieuwe kleding draagt daar met 6,5 procent winst ook toe bij. Op het vlak van de stijfheid en het gewicht van de fiets is er volgens de wetenschappers ook een enorme verbetering geboekt.

Dat is wat Bos wilde. Hij zocht een rijwiel dat, volgens de internationale norm, 6,8 kilogram zwaar is en waar geen beweging in te krijgen is. ‘Het gaat om de voorwaartse beweging. Elke pedaalslag moet direct op het tandwiel uitkomen. Alle zijwaartse afwijkingen remmen af. Dat is verloren tijd en verspilde energie.’

Kleine marges zijn in de topsport te koop. Het zou niet mogen, vindt hij. Het bevordert de oneerlijkheid in de sport. Hij is er zelf jarenlang de dupe van geweest. ‘Maar zo werkt het wel.’

Bos moet met zijn tijd mee. Hij genoot er de laatste jaren van dat hij concurrenten versloeg met minder goed materiaal. ‘Daar deel je zo’n psychologische tik mee uit.’

Maar het was niet vol te houden. Hij heeft zich neergelegd bij het feit dat topsport per definitie oneerlijk is. Dus bezondigt hij zich daar nu ook aan. Als de beste sprinter ter wereld heeft hij ook recht op de beste fiets ter wereld. Hij is bezeten van zijn materiaal, evenals collega-sprinters Teun Mulder en Tim Veldt. Ze zijn hun eigen mecaniciens.

Voorheen stond Bos in zijn eigen schuurtje te sleutelen aan een nieuw stuur. Nu is elk onderdeel van zijn fiets elektronisch doorgemeten. ‘Het is een droom om mijn wensen neer te kunnen leggen bij mensen die er verstand van hebben’, zei Bos in Alkmaar. ‘Bij elke fiets die ik had, dacht ik altijd: waarom hebben ze dit nu zo gedaan?’

Wielrennen is een conventionele sport. Wegwielrennen welteverstaan, verbeterde de sprinter. Want op de baan zoeken de renners voortdurend naar verbeteringen. Het is de Formule 1 van het fietsen. ‘De klapschaats gaan we in onze sport niet meer uitvinden, maar er is nog ruimte. En omdat de verschillen zo klein zijn, is iedereen daar naar op zoek.’

In 2002 kreeg hij zijn huidige fiets van dezelfde sponsor. Bij de wereldbeker in Manchester werden de sprinters daarna onmiddellijk tweede. Een paar maanden later was Bos voor het eerst wereldkampioen. ‘Zo belangrijk is deugdelijk materiaal dus.’

Jarenlang heeft hij jaloers naar de Britten gekeken. Als daar iemand roept dat hij een stuur nodig heeft, liggen er de volgende dag 600 klaar. ‘Laatst kochten ze nieuwe wegfietsen in. Het waren er alleen 100 te veel. Die hebben ze meteen maar weer doorverkocht, maar met verlies.’

Het is weggegooid geld. Daar houdt hij niet van. Liever is Bos slim. In zijn ogen moet je het als sporter ook simpel houden. Te veel poespas en luxe gaat ten koste van de prestatie. ‘Je moet oppassen dat je niet doorslaat, dat je te complex gaat denken. Ik heb niemand nodig om mijn fiets te poetsen.’

Charles van Commenée, technisch directeur van NOC*NSF, stelde ondertussen tevreden vast dat Bos in Peking alleen kan verliezen van een betere sprinter. Niet omdat het materiaal of de begeleiding niet deugt. De baanselectie is een potentiële goudmijn geworden voor NOC*NSF.

De vraag is alleen nog wanneer de wedstrijdpremière van de Kimera is. Liefst zou Bos zijn geheim tot de olympische finale van Peking verborgen houden. ‘Is het wel verstandig er nu al op te gaan rijden?’, vroeg hij zich af. Voor spionage schaamt in het baanwielrennen niemand zich. Bos: ‘Officieel moet al het materiaal dat je gebruikt ook te koop zijn, anders is het competitievervalsing.’

Het prototype ging voorlopig mee terug naar de opslagruimte van de fabrikant. Bos zal er af en toe op trainen. ‘Het is net als met nieuwe schaatsen. Deze fiets zal eerst nog een paar keer op z’n donder moeten krijgen voordat je er echt iets mee kunt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden