Superelf met verrassende elegantie

Het wereldkampioenschap voetbal is voorbij, het is tijd voor hét wereldelftal. Iedereen brengt ze samen, de beste spelers van het toernooi dat gisteravond met de triomf van Frankrijk werd afgesloten....

Van onze verslaggever

Willem Vissers

PARIJS

Elke eindronde heeft zijn ster: de speler die de herinnering aan het toernooi vele generaties lang levend houdt. Pelé blonk uit in 1958 en 1970, Garrincha in 1962, Charlton in 1966, Cruijff in 1974, Kempes in 1978, Rossi in 1982, Maradona in 1986, een Duitser ongetwijfeld in 1990 (welke is onbekend gebleven), Romario in 1994. Wie zijn naam aan dit WK heeft vastgeklonken moet nog blijken, maar het zou de Fransman Zinedine Zidane kunnen zijn.

Technische vaardigheid is de belangrijkste voorwaarde om in de Super-elf van de Volkskrant opgenomen te worden, maar dat vooral gemeten naar de verwachtingen vooraf. Natuurlijk is Ronaldo momenteel de beste voetballer van de wereld; hij is bovendien pas 21 jaar oud, maar hij kon in Frankrijk, mede door fysiek ongemak, niet aan de hoge verwachtingen voldoen.

In plaats van Ronaldo is Michael Owen als aanvalsleider gekozen. Een Engelsman van achttien jaar pas, fris en onbevangen en voor het grote publiek dé verrassing van het WK. De enige sensatie misschien, hoewel ook spelers uit de kleinere voetballanden als Hadji (Marokko), Mahdavikia (Iran) en Nakata (Japan) zich positief onderscheidden.

Veel landen hadden (te) weinig te bieden; bij Noorwegen verdiende Tore André Flo respect, omdat hij in zijn eentje de aanval vormde en nog gevaarlijk was ook. De elftallen van Oostenrijk, Duitsland, Verenigde Staten, België, Zuid-Korea, Noorwegen, Schotland, Saudi-Arabië, Jamaica, Japan, Tunesië, Roemenië, Colombia, Bulgarije zullen straks snel vergeten zijn.

Ploegen die voor de aanval kiezen, gaan meestal snel naar huis. Van de deelnemers met de natuurlijke drift naar voren eindigde Nederland met zijn vierde plaats als beste. Denemarken bereikte de kwartfinale; Nigeria, Chili en Mexico strandden in de tweede ronde.

Nationale elftallen met aanvallende buitenspelers bestaan niet meer. Alleen clubs (Ajax, Barcelona) willen nog wel eens structureel de aanval zoeken via de vleugel. Zelfs in Nederland zijn rechts- en linksbuitens dun gezaaid. Bondscoach Hiddink nam twee echte flankspelers mee naar Frankrijk, Zenden en Overmars, maar bijna nooit speelden ze samen.

De Superelf van de Volkskrant speelt in een 4-3-3 formatie; een variant die op het WK volledig uit de mode bleek. Als gevolg daarvan nemen enkele spelers een positie in die ze normaal niet bekleden. Twee Nederlanders haalden de Superelf: Frank de Boer en Edgar Davids. Gekozen is voor vrijwel allemaal spelers die uitkwamen voor een elftal dat minimaal de tweede ronde bereikte. Fernando Hierro van het verrassend snel uitgeschakelde Spanje is de enige uitzondering.

Doel: José Luis Chilavert, Paraguay.

Voor het WK was Chilavert vooral bekend van de televisie-beelden die werden getoond als hij weer eens een vrije trap of strafschop had verzilverd. De werkelijkheid bleek nog mooier dan de film. Chilavert is een goede keeper met een imposante gestalte en groot leiderschap. Hoe hij zijn teamgenoten overeind hielp nadat ze in de verlenging van het treffen met Frankrijk een doelpunt moesten incasseren was indrukwekkend en vertederend tegelijk.

Rechtsachter: Liliam Thuram, Frankrijk.

Sinds de halve finale tegen Kroatië, waarin hij twee maal scoorde, een volksheld. Hij kan model staan voor de complete verdediger. Technisch begaafd, snel en sterk. In Italië, waar hij voetbalt voor Parma, werd hij al een tijdlang beschouwd als een van de besten. Sinds het WK vinden ze dat overal.

Centrum: Frank de Boer, Nederland.

Toen Spaanse verslaggevers hem na de wedstrijd tegen Kroatië voorhielden dat Barcelona 40 miljoen gulden voor hem wilde betalen, zei hij: 'Dat lijkt me genoeg.' Sportieve speler, technisch perfect. Adembenemend, vergeleken met Braziliaanse equivalenten als Junior Baiano en Aldair.

Voorstopper: Fernando Hierro, Spanje.

Uitblinker in de finale om de Champions League, waarin hij met Real Madrid tegen Juventus speelde. Hij bracht zijn vorm mee naar Frankrijk. Dat gold niet voor enkele van zijn ploeggenoten (Raul, Zubizarreta) en bondscoach Clemente.

Linksachter: Paolo Maldini, Italië.

Maldini zou eens serieus moeten praten met zijn vader Cesare, die tevens bondscoach is. Hij zou hem kunnen voorhouden dat Italië een kleurloos WK speelde doordat hij heeft verzuimd Roberto Baggio en Del Piero samen op te stellen. Maldini junior speelde weer goed. Minder spectaculair dan voorheen, maar op die positie wel beter dan Roberto Carlos van Brazilië die weliswaar aanvallend sterk voetbalt, maar dat beter als middenvelder zou kunnen doen. Of desnoods als linksbuiten.

Rechtshalf: Ariel Ortega, Argentinië.

Ortega is een ouderwetse dribbelaar die Diego Maradona's rugnummer erfde. Klein van stuk, 1,70 meter bij 66 kilo. Hij was de man met de beste kapbeweging van het toernooi, die in vijf wedstrijden 33 overtredingen moest verdragen, waarvan liefst tien van Nederlanders in de sprankelende kwartfinale (het uitgestoken been van Stam vlak voor Ortega's rode kaart niet meegerekend). Zijn frustratie was dus enigszins verklaarbaar.

Middenhalf: Zinedine Zidane, Frankrijk.

Tot de finale ging de strijd nog tussen hem en Michael Laudrup, de Deen die zijn imposante loopbaan besloot met de verloren kwartfinale tegen Brazilië. Maar wie twee keer scoort in de finale, is boven elke twijfel verheven. Zidane dus. De Fransman was twee duels geschorst na een rode kaart, maar speelde zijn beste wedstrijd toen die het meest nodig was: de 64ste en laatste.

Linkshalf: Edgar Davids, Nederland.

Hiddinks beste beslissing was om zijn ruzie met Davids uit te praten en hem vanaf de tweede wedstrijd, tegen Zuid-Korea, op te stellen. Pitbull bleek deze week zelfs te zijn uitgegroeid de populairste van alle Nederlandse voetballers. Davids controleerde zijn passie fantastisch. Zijn expressie is een fotoboek waard. Hij was veel beter dan de links en rechts verheerlijkte en enigszins vergelijkbare Argentijn Veron.

Rechtsbuiten: Brian Laudrup, Denemarken.

Een dribbelaar zoals ze niet meer worden gemaakt. Jammer dat hij voor Chelsea koos in plaats van voor Ajax.

Middenvoor: Michael Owen, Engeland.

Door een Nederlandse insider omschreven als 'een betere versie van Eric Viscaal.' Dan toch een heel veel betere versie. Bondscoach Hoddle hield de diamant van het Engelse voetbal de eerste wedstrijd op de bank, maar toen hij eenmaal mocht meedoen was hij nauwelijks af te stoppen. Bij Engelands tweede doelpunt tegen Argentinië vloog hij op doelman Roa af. Naar het schijnt kost hij nu al tegen de honderd miljoen gulden. Verkozen boven Ronaldo, omdat nieuw altijd lekkerder is.

Linksbuiten: Denilson, Brazilië.

Denilson, Rivaldo, Ronaldo en Roberto Carlos zijn de enige Brazilianen die nog aan Braziliaans voetbal doen denken. Denilson was bovendien reserve. Wanneer hij inviel, liet hij het publiek van zijn dribbels genieten. Behalve in de finale.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.