SUPERBOEREN

Zorgzaam, gemoedelijk, sociaal, vriendelijk, menslievend. Een normaal mens zou een beetje zenuwachtig worden van al het goede dat de Achterhoek voortbrengt, maar De Graafschap vaart er wel bij....

Ik ben een superboer, zegt de mevrouw van de broodjeszaak met een triomfantelijke grijns als ze hoort dat haar clièntele uit Amsterdam komt. En superboer zijn ze dezer dagen allemaal in Doetinchem. Van Lien Koolenbrander tot en met Ali Ibrahim.

Tante Lien is een Rotterdamse schippersdochter die trouwde met de voormalige terreinknecht van voetbalclub De Graafschap. Ze zwaait al tientallen jaren de scepter in de spelerskantine. Ali Ibrahim is een Ghanese voetballer die na omzwervingen door Duitsland en Zwitserland in de Achterhoek is beland. Tante Lien spreekt geen Engels en Ali Ibrahim spreekt (nog) geen Nederlands, maar superboeren begrijpen elkaar toch wel.

In de pauze tussen twee trainingen door maakt tante Lien in een soort Nederduits en vooral met haar handen duidelijk dat Ali bij een bevriende speelgoedwinkel een cadeau van 25 gulden mag uitzoeken en dat Ali's zoon op 1 december, als er een Sinterklaasmiddag is, dat cadeau kan ontvangen. Ibrahim lacht een gouden tand bloot en geeft tante Lien een stevige hand.

Wie je ook spreekt bij vbv De Graafschap, ze nemen allemaal op een gegeven moment het woord gemoedelijkheid in de mond. Niemand heeft haast bij de nummer drie van de eredivisie. Frank Koenegracht dichtte ooit over tuinlieden die, verspreid als coniferen, stonden alsof ze aan hun harken waren geklonken. Je vindt ze bij de ingang van sportpark Zuid, tussen Dichterseweg en Oude IJssel. Op het trainingscomplex van vbv De Graafschap doe je al gek genoeg als je gewoon doet. Verboden toegang voor praatjesmakers.

Theo Vergeer is materiaalman bij De Graafschap: 'Wat ik het meest bijzondere aan deze club vind? Dat is in één woord te vatten: zorgzaamheid. Ze zorgen hier goed voor elkaar. Er hangt een sociale sfeer. Niemand gedraagt zich, nu wij derde staan, anders dan tien jaar geleden, toen we in de eerste divisie op pakweg de negende plaats stonden. De eerste kapsoneslijer moet ik bij deze club nog tegenkomen.'

Ben Duiverman is masseur bij De Graafschap: 'Natuurlijk is er veel veranderd. Het gaat er allemaal een stuk professioneler aan toe, ook bij De Graafschap. Maar de sfeer van vriendelijkheid is gebleven, het warme gevoel, de inzet van vrijwilligers ook. Toen ik hier dertig jaar geleden kwam, liep hier een mannetje rond dat elke zondag in alle vroegte het stadion aanveegde. Dat mannetje is inmiddels 83 jaar oud en hij doet dat nog steeds.

'Ik kom oorspronkelijk uit Utrecht. Een wereld van verschil met Doetinchem. Utrechters zijn hard, Doetinchemmers rustig en altijd vriendelijk. Het merkwaardige is dat voetballers uit het Westen een metamorfose ondergaan als ze hier een tijdje meelopen. Die worden al heel gauw ook zo gemoedelijk.'

Sietse Veen is tegtenwoordig directeur van uitgeverij Wegener Arcade. Hij speelde begin jaren zeventig op de Vijverberg. Dat waren mooie jaren, met een team waarin Guus Hiddink, Gerrit Mintjes, Gerry Deykers, André van der Ley en Henk Overgoor uitkwamen.

Sietse Veen: 'Ik kom zelden meer in voetbalstadions. Mijn twee zoons Stephan en Michel hockeyen bij HGC. Maar De Graafschap heeft nog altijd een warm plekje. Er gaan weinig dagen voorbij dat ik niet aan De Graafschap denk. Ik heb er de jaren van mijn leven gehad.

'De Graafschap onderscheidde zich in die jaren van andere profclubs door de bijzondere Achterhoekse humor, door de volstrekte afkeer van ruziemakerij, door de typisch Achterhoekse gewoonte om van alles het betrekkelijke in te zien. Dat klimaat is, zo heb ik gemerkt tijdens mijn incidentele bezoekjes aan de Vijverberg, er nog steeds. Die hele club is eigenlijk geen spat veranderd.'

Gerrit Mintjes is tegenwoordig werkzaam bij de regionale KNVB-afdeling: 'We spelen nog wel eens met de oude knarren van De Graafschap een partijje voetbal. Komt Guus de bondscoach de kleedkamer binnengelopen, met in zijn ene hand een plastic zakje waarin zijn kicksen zitten en in zijn andere hand een pakje shag. Niks geen kapsones, niks geen babbels, niks geen arrogantie. Echt een Achterhoeker.'

Er arriveren twee mannen met groene bodywarmers op sportpark Zuid. Ze zijn van Maaltijd Expresse en laten bij tante Lien hutspot met klapstuk en boerenkool met worst achter. De spelers verdringen zich met hun bordje rond tante Lien die verdeelt en heerst met de pollepel. Voor de moslims is er een speciaal pannetje met rundvlees. Een paar spelers knorren, een paar spelers lachen.

Erik Redeker is verdediger van De Graafschap. Redeker komt uit Neede en wie uit Neede komt, een plaats in het oostelijkste puntje van de Achterhoek, droomt van een carrière bij FC Twente. Maar het was niet Twente dat hem ontbood, maar de toenmalige trainer van de Graafschap, Simon Kistemaker. 'Kist belde op met de mededeling: lange, hier komen.'

Redeker kwam, zag en won, al moest hij in het begin wennen aan de hogere handelingssnelheid die van hem verlangd werd. De Graafschap werd in zijn eerste seizoen ongeslagen kampioen van de eerste divisie en haalde met het oog op de eredivisie routinier Ernie Brandts in huis.

Redeker belandde op de bank en kwam pas in de laatste tien wedstrijden weer aan spelen toe. Met een bestuur dat broodnodige investeringen naliet en met Jan Versleyen als nieuwe trainer was degradatie onvermijdelijk. Redeker: 'Versleyen is een heel ander type dan Kistemaker. Goede oefenstof, hoor, maar hij paste hier niet.'

Dick Visser volgt als verslaggever bij De Gelderlander al jarenlang De Graafschap: 'Versleyen was compleet anders dan Kistemaker. Hij had het over in de bal komen, echte voetbaltaal. Daar werd, zeker toen nog, raar tegenaan gekeken. Hij probeerde een beetje interessant te doen.'

Na tien wedstrijden in de eerste divisie werd Versleyen eruit gegooid en opgevolgd door Frans Körver. De Graafschap had daarmee weer een trainer in huis, die hoopte dat zijn enthousiasme aanstekelijk zou zijn. Redeker: 'Een beetje zoals Kistemaker.' Dank zij de nacompetitie werd de eredivisie weer bereikt, maar ook Körver kon al vrij snel in het nieuwe seizoen weer opkrassen.

Visser: 'Die man schoot duidelijk te kort. Dat ging al meteen mis in eredivisie. Hij was echt niet te handhaven.' Redeker: 'Dat is nogal lullig gegaan. Körver speelde de spelersgroep de zwarte piet toe, terwijl wij altijd een goede relatie met hem hebben gehad.'

En dan op 30 oktober 1995 doet Fritz Korbach zijn intrede. Een dag later trad hij alweer uit, maar dat was slechts tijdelijk. Korbach werd onwel tijdens zijn eerste training. Het mislukte avontuur met Leo Beenhakker bij Instanbulspor eiste zijn tol. Maar Korbach was snel weer op de been en twaalf maanden later wordt zijn naam in de Achterhoek alleen nog maar in hoofdletters geschreven.

Op initiatief van Korbacht kwamen de spitsen Meijer en Viscaal naar Doetinchem en met hen sprokkelde De Graafschap in 34 wedstrijden 29 punten bij elkaar, genoeg om degradatie te ontlopen. Dit seizoen loopt het helemaal op rolletjes dankzij Korbach. De Graafschap staat na elf wedstrijden met 21 punten op de derde plaats.

Visser: 'Korbach is anders dan de buitenwereld denkt. Het is geen man die maar wat lult. Hij denkt goed na.'

Redeker: 'Korbach heeft hier in korte tijd veel voor elkaar gekregen. Hij ziet het voetbal goed en alles gaat bij hem lekker op de bluf. Aan de ene kant is hij behoorlijk hard. Meteen bij zijn eerste training waren scheenbeschermers verplicht, want hij mag zelf graag een koekie uitdelen. Maar aan de andere kant houdt hij toch ook een bepaalde afstand. Dat doet hij heel goed. Een trainer moet boven de groep staan, maar je moet niet met de schrik in de benen bij hem in de kamer stappen.'

Visser: 'Volgens mij heeft De Graafschap van alle eredivisieploegen het minste aaantal spelers gebruikt.'

Redeker: 'Korbach geeft de spelers die hij opstelt alle vertrouwen. Ik heb een keer een rode kaart gehad en stond er vier wedstrijden naast. Korbach kwam na die vier wedstrijden naar me toe en zei alleen maar: jij weer op drie. Zo'n trainer mag van mij ook alle vertrouwen verwachten.'

Hans van Doorneveld is assistent-trainer bij De Graafschap. Hij had vroeger zelf de leiding bij clubs als Haarlem en Fortuna, maar Van Doorneveld schikt zich met plezier in een ondergeschikte rol. Elke werkdag rijdt hij fluitend de 160 kilometer van woonplaats IJmuiden naar Doetinchem.

Van Doorneveld: 'Korbach doet het fantastisch en dit is een fantastische club. De gezeligheid is gebleven, we willen alleen een stapje hoger. We moeten niks, maar we willen graag. Frits is de baas, maar het loopt perfect met z'n tweeën. Hij heeft de poppetjes op de juiste plaats gezet. En het is niet enkel knallen wat hier gebeurt. We lopen gewoon heel goed te voetballen.'

Redeker: 'Die derde plaats is echt geen kwestie van geluk. Eigenlijk hebben we nog te weinig punten gehaald. Van Volendam en Twente hadden we moeten winnen. Alleen van Feyenoord hebben we verdiend verloren.'

In de spelerskantine hangt een krantenknipsel. Naar aanleiding van de rellen bij de wedstrijd tussen NEC en FC Utrecht worden de superboeren ten voorbeeld gesteld. Met instemming wordt scheidsrechter Mario van der Ende geciteerd: 'De fans van De Graafschap zijn een voorbeeld voor probleemsupporters.'

Jos Tiemessen is manager van De Graafschap: 'Onze grootste trots zijn de vaste supporters. Die mensen steunen de club door dik en dun, op een positieve manier. Er is hier nooit narigheid geweest. Er zit niet één crimineel element tussen. Daarom ook hebben we het ons kunnen permitteren om, na overleg met justitie en KNVB, een deel van het hekwerk rond het veld weg te halen. Het siert deze club dat zoiets kan.'

Reinder Hendriks, verdediger: 'De supporters zijn in één woord buitengewoon. Nooit rellen, nooit onenigheid, nooit scheldpartijen.'

Van Doorneveld: 'Het zijn echte superboeren.'

Redeker: 'Vooral die wedstrijd tegen Vitesse was fantastisch. Dat we die wonnen, was voor veel supporters zo ontzettend belangrijk. Je mag van iedereen verliezen, behalve van Vitesse. Dat leeft heel sterk.'

Visser: 'Bij De Graafschap vinden ze die lui uit Arnhem maar stadse snoevers. Vooral met Aalbers, die voorzitter. Dat vinden ze maar een praatjesmaker.'

In de drang naar succes is het Achterhoekse element bij De Graafschap enigszins verloren gegaan. De versterkingen kwamen uit de Randstad, de Lichtstad, Nigeria en Ghana. Van de elf spelers die vorige week zaterdag AZ versloegen, waren er drie met een langdurig Graafschap-verleden.

Redeker: 'Wat maakt het uit? Als de resultaten maar goed zijn. De jongens van buiten passen zich goed aan. Viscaal was een type dat je op tv zag en nu zit-ie opeens bij jou in de spelersgroep. En dat gaat hartstikke goed. Hij is hier opgebloeid en wij kunnen ook best wel iets van zijn mentaliteit gebruiken.'

Mintjens: 'Eind jaren zeventig kwam Pim van de Meent hier trainen. Het eerste wat hij zei was: jullie zijn te lief, jullie zouden je op het veld meer moeten gedragen als voetballers in het Westen doen. Ik denk dat hij gelijk had. In de ploeg van nu spelen jongens uit alle windstreken. Nee, dat vind ik niet jammer. Het voetbal is er op vooruit gegaan.'

Veen: 'Ik vind het persoonlijk jammer dat het Achterhoekse element verloren is gegaan. Er zijn er nog maar drie uit de streek, maar dat zijn altijd nog twee meer dan bij Heerenveen.'

Met zijn businessclub van driehonderd leden lijkt De Graafschap voldoende financiële armslag te hebben om het succes van Heerenveen te evenaren, een eredivisieclub met Europese ambities. Maar kennelijk is dat te ambitieus.

Visser: 'In principe kan het wel zoiets, maar zo is De Graafschap niet. De 21 punten die ze nu hebben, zien ze vooral als een mooie buffer.'

Redeker: 'We moeten wel realistisch blijven. Het gaat ver boven verwachting. Het publiek rekent er nu al op dat we met 5-0 van Fortuna winnen. Maar zover zijn we nog niet. We mogen al blij zijn als we winnen.'

Tiemessen: 'We hebben overwogen een nieuw stadion te bouwen, maar dat is financieel niet haalbaar. We gaan daarom de Vijverberg in fasen renoveren. De huidige capaciteit is 10.900 plaatsen. Met de verbouwing komen er duizend bij, meer is niet nodig.'

Hendriks: 'Ik vind het jammer dat de club heeft besloten geen nieuw stadion te bouwen. Daardoor blijft het toch een betrekkelijk kleine club, in de schaduw van Vitesse en Twente. Ik wil graag doorgroeien, hier of bij een andere club.'

Redeker: 'Ik heb net voor vier jaar bijgetekend. Ik hoef niet zo nodig weg. Ik wil voor mijn plezier voetballen en dat kan ook in de middenmoot. Het is toch mooi dat we op de Vijverberg blijven? Dat hoort bij ons, niet van die Arena-achtige toestanden. Mensen willen lekker buiten zitten, die hoeven geen vip-boxen. Ik heb op de Vijverberg altijd het gevoel: hier wint geen tegenstander.'

Tiemessen: 'We zijn nu eenmaal een bescheiden club. Er is hier echt niemand die serieus denkt aan Europees voetbal. We genieten van de derde plaats en we zijn er trots op, maar wat telt is de klassering na 34 wedstrijden. Wij zijn hier in deze streek geen dagdromers.'

Lien Koolenbrander wil de resterende hutspot en boerenkool opruimen als Fabian Wilnis zich bij haar meldt. Hij houdt zijn bord op en vraagt: 'Tante Lien, mag ik misschien iets meenemen voor het vrouwtje?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden