Succes Spaans schuldenvoetbal lijkt langste tijd te hebben gehad

Het blijft voetbal, met al zijn onvoorspelbaarheid en grillen. Maar feit is dat vijf van de acht clubs die gaan strijden om de grote Europese voetbalprijzen uit Spanje komen: Barcelona en Real Madrid in de Champions League, Valencia, Athletic Bilbao en Atletico Madrid in de Europa League. Dat is een ongekend sportief succes. Maar ook een succes dat grotendeels gebaseerd blijkt op enorme schulden en ondoorzichtige financiële constructies.

Lionel Messi en Christiano Ronaldo Beeld epa

Zo heeft Real Madrid een schuldenlast van 590 miljoen euro, terwijl Barcelona een schuld van 578 miljoen euro meetorst. Dat de sterrenploegen van trainers José Mourinho en Josep Guardiola geen uitzondering zijn, blijkt uit onderzoeken van de bekende Spaanse sporteconoom José María Gay de Liébana. Hij becijferde dat de Spaanse voetbalclubs samen ruim 3,5 miljard euro aan schulden hebben openstaan.

Volgens Gay de Liébana is het voetbal een spiegel van de steeds verder wegzakkende Spaanse economie. Ook daar werden jarenlang buitensporige uitgaven gedaan met geleend geld en nauwelijks financiële onderpanden. Totdat in 2008 de huizenbubbel uiteenspatte en iedereen in de problemen raakte.

Lang leken de Spaanse clubs de dans te ontspringen. Politici en banken waren huiverig om de voetballende idolen aan te pakken. De keren dat ze dit wel deden, leverde het enorm veel rumoer op. Neem de dreigende degradatie van Celta de Vigo en Sevilla in de jaren negentig, omdat hun administratie een chaos bleek. De plannen werden na massale protesten afgeblazen.

Zo kan het gebeuren dat in de Spaanse Primera Division vijf failliete clubs gewoon verder kunnen voetballen: Real Zaragoza, Levante, Racing Santander, Real Betis en Mallorca. Maar die vreemde situatie lijkt zijn langste tijd te hebben gehad.

Duitse belastingbetaler
Veel Spanjaarden, geconfronteerd met steeds ingrijpender bezuinigingen en werkloosheid, reageerden onthutst toen onlangs uitlekte dat de 20 voetbalclubs in de Primera Division een belastingschuld van 752 miljoen euro hebben en 550 miljoen aan achterstallige sociale zekerheidspremies. Maar ook in het buitenland klonk kritiek. 'Moet de Duitse belastingbetaler straks betalen voor Messi en Ronaldo?', kopte de tabloid Bild.

De Spaanse regering weigerde wijselijk een kwijtschelding van de schulden aan de clubs. Zoals ze dat eerder wel had gedaan in 1985 en 1991. Ook al omdat de UEFA in het seizoen 2013/14 in het kader van de 'financiële fairplay' clubs die te diep in de schulden zitten hun recht op deelname aan een Europese competitie ontnemen.

Maar ook de Spaanse banken, die hun ratings verlaagd zien worden door kredietbeoordelaars als Moody's, wensen niet meer zo flexibel te zijn. Dus lijken de clubs vooral te moeten besparen op hun grootste kostenpost: salarissen. En dat wordt nog een zware klus.
Ruim driekwart van de Spaanse voetballers uit de drie hoogste voetbaldivisies wordt al steevast te laat betaald of ontvangt helemaal geen salaris. Het leidde begin dit seizoen tot een spelersstaking, de eerste in 27 jaar, en een uitstel van de start van de Spaanse competities.

Geen loon
Zo'n 200 spelers die al enkele maanden geen loon hadden gekregen - sommigen zelfs al twee jaar - waren het zat. Pas toen de clubs garanties hadden gegeven om de 52 miljoen euro aan achterstallige salarissen volledig uit te betalen, ging de bal weer rollen.

Maar daarmee verdwenen de problemen niet. Volgens sporteconoom Gay de Liébana zou een mogelijke oplossing kunnen komen uit de inkomsten uit de Spaanse televisierechten. Al lijkt de mededeling van Spaanse TV-maatschappijen Mediaset España en Antena 3 dat ze komend seizoen nog maar de helft van de tv-gelden kunnen betalen weinig goeds te voorspellen.

Toch zouden veel clubs nog enige financiële lucht hebben als de tv-gelden eerlijker worden verdeeld. Op basis van de huidige regeling verdelen Real Madrid en Barcelona 52 procent van de tv-gelden, de overige clubs krijgen maar een fractie van dat percentage.

Het gevolg is een enorme ongelijkheid, zowel economisch als sportief. Barça hoopt komend weekeinde de achterstand op koploper Real met winst in El Clásico terug te brengen tot één punt. Maar het gat van de Catalanen met Valencia, de nummer 3 van de Primera Division, is liefst 29 punten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.