Stroopwafels niet vergeten

Ruim dertig jaar verzorgde Herman van der Velden de muziek van Radio Tour de France. Nu wordt het écht de laatste keer....

‘Einde wedstrijd’, staat er in zijn agenda op de dag van 23 juli. Kort nadat de laatste Tour-rijder over de streep gaat op de Champs Elysees, valt het doek definitief voor Herman van der Velden (64). Meer dan dertig jaar was hij de muzieksamensteller van Radio Tour de France (dat morgen op Radio 1 weer begint), Langs de lijn en Met het oog op morgen.

Twee jaar terug werd zijn afscheid al gevierd met een groots feest in de Kuip – huisvriend Lee Towers trad er nog op. Maar enkele weken later zat Van der Velden al weer achter de knoppen met een stapeltje cd’s. Tot nu dan. Dit is écht zijn laatste Radio Tour de France. Adieu Tour-artiesten, adieu zomerhits – vader is vertrokken. Wat zijn laatste nummer zal zijn, weet hij nog niet. ‘Misschien wel My Way door Herman Brood. Omdat ik het ook zo deed: op mijn manier.’

Zijn manier, dat is: zijn eigen gang gaan, zich door niemand, geen plugger of wie dan ook, laten beïnvloeden – al staat hij open voor alle suggesties.

Zijn werkvertrek in zijn Blaricumse doorzonwoning heeft iets van een jongenskamer. Aan de muur hangen T-shirts met handtekeningen van Feyenoordspelers (‘Wij zijn fan, ja’), gouden platen van Lee Towers, De Kast en Rob de Nijs, die hits aan hem te danken hadden. Om hem heen kasten vol cd’s. Geen idee heeft hij hoeveel: ‘Een metertje of 95, heb ik eens berekend, doosje aan doosje.’

Niet dat het zijn smaak allemaal is, de gladde knuffelrock van Venice, of die house-plaat. ‘Wat hier staat is allemaal bruikbaar voor programma’s, of had ik ooit willen gebruiken’, zegt hij, het tafereel overziend. Geen idee ook wat hij er straks mee moet, met die duizenden schijfjes. ‘Als ik samensteller was bij laten we zeggen Radio Noord, zou ik beslist eens even langskomen. Hier staat toch de smaak van Herman van der Velden.’

Op elk doosje heeft hij een geel memo-stickertje geplakt. Een paar cijfers, met kruisjes erachter: hoe meer kruisjes, hoe beter Van der Velden het nummer vindt – zo ziet hij in een oogopslag wat bruikbaar is. Te onthouden valt het niet, en de computer is aan Van der Velden niet besteed. ‘Ik ben de enige die nog met een stapeltje naar de studio komt.’

Hier, in dit bovenkamertje, zijn zomerhits gemaakt. De macarena, de lambada, Baila Me van de Gipsy Kings, Banger hart van Rob de Nijs, zelfs Marco Borsato’s Dromen zijn bedrog – het zijn successen geworden doordat Van der Velden ze draaide of bombardeerde tot Tour-artiest: wekenlang ‘airplay’ in het veelbeluisterde Radio Tour de France. Norah Jones was zijn ontdekking, zegt hij zonder bescheidenheid. ‘Ze werd hier gelanceerd als de dochter van Ravi Shankar. Nou, dat deed helemaal niks. Toen hebben wij haar uitgenodigd om live te zingen in het Oog. Ze had nog geen vier cd’s verkocht, maar daarna ging het hard. Nee, nooit meer iets gehoord van Norah.’

De Buena Vista Social Club – zelfde verhaal. Van der Velden had dat jaar nog geen echte kraker, totdat de dj en radiopresentator Jan Douwe Kroeske hem hierop wees. De rest is geschiedenis.

Hoe het werkt? Het is een kwestie van gevoel, zegt hij, wijzend op een stapeltje cd’s dat klaarligt voor de komende Tour. ‘Hier, deze kreeg ik vanmorgen. The Aggrolites, uit Californië, als ik me niet vergis.’ Hij zet Mr. Misery op, vol zomerse ska-klanken. Nummertje 2: vijf kruisjes. ‘Hoor je? Meteen goed. Fris en zomers.’

Een kanshebber, misschien, maar een zomerhit valt niet te voorspellen: ‘Dat Macarena een succes werd, kon je niet weten. Hooguit kun je het zelf een fijne plaat vinden. Ik zit er ook weleens naast, ja.’ Hij toont een cd van de Catalaanse feestband Dusminquet. Liedje 10: vijf kruisjes. ‘Ik dacht echt dat het de zomerhit van 2003 zou worden. Nou, nada. Toen heb ik Manu Chao maar Tour-artiest gemaakt. Was toch een risico, maar het ging goed. En jarenlang heb ik Chas and Dave gedraaid. Geen moer van verkocht.’

Nieuwe presentatoren die zijn keuze moesten aankondigen, stelde hij altijd maar één vraag: niet waarvan ze hielden, maar wat ze verafschuwden. ‘Waarom zou je ze opzadelen met muziek die ze vreselijk vinden?’ Geen Martine Bijl dus, wanneer Karel van de Graaf vroeger het Oog presenteerde. Weer wel een oude soulplaat voor Rocky Tuhuteru. ‘Hanneke Groenteman vond het altijd fantastisch als ik er een Frans chanson bij deed. Joop van Zijl: een beetje jazzy achtergrond – een Norah Jones, of Katie Meluha. Jeroen Pauw vond alles best. John Jansen van Galen was altijd blij wanneer ik de samenstelling deed en niet een ander. Hij klaagde eens dat ie Eddy Zoey heeft moeten afkondigen. Tsja, dat is natuurlijk ook niks voor het Oog. John is van zwarte blues en de neusklanken; ik heb hier een hele afdeling John Jansen van Galen in mijn collectie.’

John, die kan tranen in de ogen krijgen van muziek. Heeft hij zelf ook, zegt Van der Velden. ‘Bij Tom Waits. Of A Perfect Day van Lou Reed, daar gaan mijn ogen van prikken.’

Wat staat er nog meer in de persoonlijke toptien van Van der Velden? ‘Joe Cocker, met Summer in the City’, zegt hij beslist. Maar dan volgt een lange denkpauze. ‘Bram Vermeulen zou erin moeten staan, Herman Brood toch weer niet, maar verder...’

Pink Floyd vindt hij mooi, maar weer niet wat gitarist Roger Waters tegenwoordig aflevert. Queen staat thuis ook weleens op. Maar dat is allemaal niet van belang: ‘Mijn eigen smaak heeft er nooit toe gedaan.’ En daarbij: ‘Weet je wat het is: muziek is altijd mijn werk geweest. Ik heb nauwelijks bijzondere gevoelens bij nummers, want het was alleen maar werk.’

Zijn kracht, zegt Van der Velden, is dat hij zich kan inleven in zijn publiek. De woensdagavonduitzending van Langs de lijn bijvoorbeeld, dan weet je: rock-’n-roll. Dan zitten mensen te klussen op zolder, en dan moet je Springsteen of Bon Jovi hebben. Daarna is het Oog, met weer heel ander publiek. Dan draai je een soort slaapmutsjes voor de 250 duizend nieuwe luisteraars die er dan ineens bijkomen. Langs de lijn op zaterdagmiddag of zondagmiddag: wéér heel ander publiek. Een Frans Bauer bijvoorbeeld, hoe hard het verzet ook heeft geklonken bij de Radio 1-leiding.

Van der Velden: ‘Fransje zegt altijd: er zijn drie mensen aan wie ik mijn carrière te danken heb, dat zijn: Edwin Evers, Daniël Dekker van de TROS, en ik. Hij kwam twee jaar terug ook voor me zingen in de Kuip. Nee, ik ben geen fan. Ik zal hem thuis nooit draaien. Dat weet ie ook. Maar op zaterdag Langs de lijn, daar past Frans gewoon heel goed in. Voetbal is volkssport, fietsen ook. Luister maar in de sportkantines wat ze daar draaien, dat moet je op de radio draaien. Frans Bauer dus.’

Luisteraars weten hem te vinden. Elk jaar voor de Tour ontvangt hij kaartjes: ‘Stroopwafels niet vergeten!’ Ook zo’n running gag in zijn carrière: ‘The Amazing Stroopwafels, ze speelden ook op mijn afscheid in de Kuip, hebben hun bekendheid aan mij te danken.’ Hun single over Ome Kobus, die een been had verloren aan een haai, werd een zomerhit in 1981 dankzij Radio Tour de France. Een boycot trof het lied: het zou discriminerend zijn voor gehandicapten. Sindsdien keren de Stroopwafels jaarlijks terug in het programma. ‘Prachtige liedjes. Zwart Nazareth, ken je dat? Over Schiedam, dat vroeger een open riool was. Dat doet me wat.’

‘Plaatjes kiezen’, is het een vak eigenlijk? Radioman Ferry de Groot zei altijd tegen hem: ‘Jij gooit gewoon een stapel platen in de lucht, en wat op de tafel valt, dat draai je.’ Zo simpel is het natuurlijk niet, zegt Van der Velden. ‘Ik begin altijd met een uptempo liedje.Heel belangrijk is dat de klankkleur bekend is. Je kunt gerust een Neil Sedaka nemen, die misschien niet op ieders tong ligt: zijn kleur is altijd herkenbaar. Joe Cocker, die herken je altijd, welk nummer het ook is.’ En verder: nooit ongepaste keuzes maken. Zoals hij eerder ooit zei: ‘Valt er een Concorde uit de lucht, dan draai je dus geen No More Fear of Flying van Gary Brooker of One Day I’ll Fly Away van Randy Crawford.’

Hij wil niet de ouwe lul zijn, maar als hij nu de radio aanzet, dan hoort de vakman: ‘Radio 2 is een enorme eenheidsworst geworden. Het eigen gezicht is verdwenen.’ Hij weet ook hoe het komt: ‘Vroeger hadden programmamakers hun eigen keuze. Frits Spits nam zelf zijn platen mee. Dat is niet meer zo. Nu is er een muziekpolitie die zegt wat je moet draaien. Een stuk of drie, vier man. Achter de knoppen zitten jongens van 28. Die kunnen nooit zo’n brede smaak hebben als de oudere. Dat kan je alleen wanneer je bent opgegroeid met muziek, en een basis hebt zoals ik had, waarbij alles door je handen is gegaan.’

Zijn basis: werken op de platenafdeling van de Bijenkorf, en alles beluisteren wat vertegenwoordigers aandragen. Dat kan die 28-jarige nooit zeggen, en dat hoort hij: ‘Wat vaak gebeurt: de verkeerde gouwe ouwe. De Moody Blues hebben wel honderd platen gemaakt, en dan als gouwe ouwe net de verkeerde draaien...’

Wat de vakman verder opvalt op Radio 1: de VARA op woensdagmorgen. Heel goed. Maar dat is Leo Blokhuis, van de Popquiz A-Go-Go. En, opmerkelijk: de herrijzenis van de EO, echt opvallend. ‘Ik denk dat ze nu een samensteller hebben die doorheeft dat je op de Veluwe ook van Tom Waits kunt houden, of van Elton John, ook al is ie homo. Ze zaten altijd zo te trutten met hun James Last, maar dat lijkt wel voorbij.’

Zijn muziekkeuze werd een begrip voor honderdduizenden Tour-liefhebbers. ‘Mensen zeggen me: ik hoor of jij de samenstelling hebt gedaan of iemand anders. Hoezo dan? Dat hoor ik aan bepaalde liedjes. Dat kan alleen Herman zijn. Iets Frans, of iets eigenzinnigs. Een paar weken terug was het mooi weer. Ik draaide de Ketchup Song van die drie Spaanse meiden. Hoor je nooit meer. Ik werd meteen gebeld door iemand van het Radio 1-Journaal. ‘‘Ik wist dat jij het was’’, zei ie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden