Strijdbaar door grote en kleine idealen

Simon Tahamata (43) is geboren in Nederland, maar hij voelt zich allereerst Zuid-Molukker, dan Belg en ten slotte Nederlander. In opdracht van Ajax leidt hij bij Germinal Beerschot Antwerpen met straffe hand jeugdspelers op....

VORIGE WEEK voetbalde de vereniging van oud-Ajacieden Lucky Ajax een wedstrijd in Barneveld. Op een gegeven moment riep Johnny Rep tegen Simon Tahamata: 'Hé Siem, heb jij ook nog met stenen gegooid?'

Onlangs liep een demonstratie van Zuid-Molukkers uit op een vechtpartij met de politie. De Molukkers zijn gegriefd door de apathische houding van de Nederlandse regering na de recente golf van geweld op de Molukken, waar christenen slachtoffer zijn van oprukkend moslimgeweld.

Tahamata tegen Rep: 'Natuurlijk heb ik stenen gegooid.' Die reactie - galgenhumor beantwoorden met wrangheid -, is Tahamata's tweede natuur, aangeleerd bij Ajax. 'Zo ben ik sterk geworden.'

De 1,64 meter kleine dribbelaar van weleer brak door bij Ajax in de tijd van de door Zuid-Molukkers uitgevoerde treinkapingen in Drenthe, waarbij in de jaren zeventig enkele doden vielen. Het ventje uit de provincie belandde in de kleedkamer naast Amsterdammers die er gewoonte van maakten nieuwelingen uit te testen. Het lag bijna voor de hand dat in die sfeer uitermate wrange grappen werden gemaakt.

Onder trainer Ivic sliepen de spelers eens in het Olympisch Stadion, maar door de ruiten viel te veel licht. 'Hé Siem, kun jij die ramen niet dichtplakken met oude kranten? Daar heb je toch ervaring mee', zeiden ze dan. De kapers deden dat om de treinen te verduisteren.

De opleiding bij Ajax is hem altijd bijgebleven; die heeft hem gevormd van een verlegen jongen tot iemand die voor zichzelf opkomt. 'Denk ook niet dat het een plezante trip is als we met Lucky Ajax spelen. Als het niet loopt, wordt er flink gescholden.' Door Sjakie Swart, door Johnny Rep, desnoods door Simon Tahamata. 'Dat hoort erbij. Als het gebeurt, moet je gewoon wat beter je best doen en niet in een hoekje kruipen.

'Dát is de Ajax-cultuur: altijd willen winnen. Altijd nummer één zijn. Twee en drie is niks. Als we verliezen, zijn we écht pissig. We spelen tegen jonge gasten die weinig respect voor ons hebben. Meneer Swart is 61 jaar. Ja, zeggen ze dan, hij voetbalt zelf toch zo graag. Nou, dan wil ik wel drie keer lopen voor meneer Swart en voor Wim Suurbier.'

Simon Tahamata voetbalde tot zijn veertigste en dat is bijzonder, zeker voor een aanvaller. Hij speelde voor Ajax, Standard Luik, Feyenoord, Beerschot en Germinal Ekeren. Hij speelde 22 keer in het Nederlands elftal en was er vier keer bij in de interland Nederland - België.

Na zijn loopbaan werd Tahamata jeugdtrainer, aanvankelijk bij Standard Luik, totdat directeur opleidingen Hans Westerhof hem benaderde om bij Ajax in dienst te treden. Ajax heeft een belang in de nieuwe fusieclub Germinal Beerschot Antwerpen en hoopt in de toekomst Belgische talenten aan zich te binden.

Simon Tahamata traint de jeugd van GBA, zoals de nieuwe club in de volksmond heet, en hij denkt nog als vroeger. 'Als je slechte cijfers haalt op school, kun je twee dingen doen: stoppen of harder werken. Ook in het voetbal blijven de sterksten over, die spelen ooit in een stadion. Jongens die geluk hebben, spelen misschien eens in Bernabeu of San Siro. Of in de Arena.'

OP EEN mooie woensdag, op een veld dat ingeklemd ligt tussen snelweg en flats, traint Tahamata samen met een Belgische collega de oudere jeugd van Germinal Beerschot Antwerpen.

De Belgische trainer van de beloften, jongens van zeventien, achttien, negentien jaar, is een begripvolle meneer die na elke fout vriendelijk uitlegt wat de jongens anders zouden kunnen doen.

De man is bijna constant aan het woord, of hij blaast op een fluit. Tahamata, de kleinste van allemaal, houdt vaak zijn mond en geeft tussendoor aanwijzingen. Als hij dat doet, verheft hij zijn stem, die doordrenkt is van cynisme. De jongens ondergaan de tirades gedwee. Niemand die het in zijn hoofd haalt de grote kleine Tahamata tegen te spreken.

Een uur na de training windt Tahamata zich nog op. 'Die jongens zijn achttien jaar. Als ze het nu niet oppakken, pakken ze het nooit op. Volgend jaar moeten ze eventueel in het eerste elftal kunnen spelen.'

Tahamata traint ook de E-junioren, de pré-miniemen zoals ze in België heten, in een wereld waar voetballertjes duivels, kadetten of scholieren heten. De kleintjes zijn speels en gretig, op hen kan hij niet kwaad worden. Als Tahamata ze een schijnbeweging aanleert uit zijn eigen arsenaal, oefenen ze net zo lang tot ze die kunnen nadoen.

Ajax beseft dat het een paar jaar kan duren alvorens de opleiding vruchten afwerpt. 'Het niveau kun je alleen maar opkrikken door met de allerkleinsten te werken. De oudere jongens hebben altijd alleen maar partijtjes gespeeld. Nu trainen we specifiek, nu moeten ze nadenken.'

Wat hem opvalt aan die groep ouderen? 'Er is geen beleving. Daarmee is alles wel gezegd. En als je geen beleving hebt, heb je geen plezier, dan heb je niets. Als ze geen beleving hebben, moeten ze gewoon stoppen. Blijf dan lekker weg, want je belemmert de ontwikkeling van anderen. Ga mij dan niet lopen irriteren. Als ze plezier willen maken, gaan ze maar voetballen bij Wilrijk of Brasschaat. Hier wordt gewerkt.'

Goesting moeten ze hebben, zin in voetbal. Hij, de kleine Simon, had vroeger alleen voetbal en altijd zin. Eerst bij Theole, in Tiel, en later bij Ajax, waar hij de eerste keer het hele stuk liep van station Amstel tot Voorland. De school was een hinderlijke onderbreking van het voetbal.

Hij voetbalde op pleintjes, met garages als afscheiding. Ging de bal over de garage, dan sneed een buurman het ding kapot. Dat gebeurt tegenwoordig toch niet meer!

Misschien moeten die jongens bij GBA net zo veel aan Tahamata wennen als hij aan hen, maar het wordt tijd dat ze het beginnen te leren. Ze zijn anderhalve maand bezig, maar nu de spelers oefeningen krijgen die gerelateerd zijn aan de echte wedstrijd, haken ze meteen af.

'Er wordt niet over het spelletje nagedacht. Wat ze wel denken? Weet ik veel. Ik woon niet bij ze in. Die jongens kunnen er niets aan doen. Het is ze nooit gezegd, omdat ze altijd maar partijtjes speelden.' Want natuurlijk heeft België talent, ook al is dat in deze tijden van malaise bij de nationale ploeg en de grote clubs moeilijk voor te stellen. Maar de structuur ontbreekt en de opleiding is jarenlang verwaarloosd.

Niemand durft deze middag iets terug te zeggen tegen Tahamata. Of er wel eens iemand is weggelopen van de training? 'Nog niet' zegt Tahamata met enige dreiging in de stem. 'Bij Standard heb ik er drie of vier per jaar weggestuurd. Dan begon zo'n vader te reclameren: waarom dit of dat? Dan zei ik: ''Wat, neem je zoontje mee en ga naar een andere club''. We zijn niet met amateurs bezig. Ik zál ze krijgen. Er is geen andere dan de harde manier om die spelers ooit in een stadion te laten spelen. Cadeautjes geven helpt geen barst.'

Maar Ajax heeft Tahamata niet in Antwerpen gestationeerd om de boeman te spelen. Als typische Ajax-voetballer bewaakt hij de structuur en de speelwijze, want GBA gaat net als Ajax met vleugelspelers voetballen.

'Bij de jeugd hoor je met buitenspelers te voetballen. Dát is de opleiding, dat is typisch Hollands. Hoe leer je anders creatief voetballen? Alle posities zijn dan bezet. De linksback heeft op zijn minst twee afspeelmogelijkheden, de linkshalf en de linksbuiten. Dát is toch het mooiste.'

Wat hij die kleintjes leert? Heel simpel, basistechnieken. Ze moeten eerst kunnen voetballen. De opleiding is jarenlang verwaarloosd. Vrijwilligers of vaders waren trainer, ze bedoelden het goed maar ze waren al blij als ze een partijtje in goede banen konden leiden.

'Ik leer ze de bewegingen uit de school van Wiel Coerver. Ik ben er heilig van overtuigd dat ze creatiever worden als ze vanaf de E-tjes basistechnieken krijgen aangeleerd. Dan durven ze meer en zijn ze zekerder aan de bal omdat die geen twee meter meer van de voet springt.' Tahamata geeft zijn jongens huiswerk mee, net als op school.

'Bij de E-tjes zou het niet slecht zijn als ze kunnen pingelen. Het is toch schitterend als je een jongetje van zeven ziet dat het hele elftal voorbij dribbelt. Dat deed ik vroeger ook. Maar daarvoor moet je wel de basistechnieken beheersen.'

DE TREND is dat grote voetballers uit het verleden als trainer snel doorstromen naar de top. Tahamata is een uitzondering. 'Hoofdtrainer wil in niet worden, ik wil alles dat ik aan het spelletje heb te danken overbrengen op de jeugd. Meegroeien met die kinderen, dat is het mooiste, daar fleur ik van op. Op den duur zijn het ook mijn kinderen. Ze moeten niet aan mijn spelers komen, want dan krijgen ze met mij te maken.'

Simon Tahamata werd Belg toen hij bij Beerschot voetbalde, mede om zijn trainer te verlossen van een overschot aan buitenlanders. Sinds 1987 woont hij in België en hij voelt zich meer Belg dan Nederlander. Als hij het over de situatie in Nederland heeft, praat hij over 'jullie'.

Zijn kinderen praten Belgisch. Nog meer dan Belg is hij Molukker. 'Ik ben een Molukse Belg.'

Als de grimmige situatie op de Molukken ter sprake komt, ontsteekt hij in woede. Als KNIL-militairen streden zijn voorvaderen en vele andere Zuid-Molukkers in de jaren veertig aan de zijde van Nederland tegen het voor onafhankelijkheid vechtende Indonesië. Duizenden Molukkers vestigden zich na de oorlog in Nederland. De meesten droomden van een onafhankelijke Molukse staat, maar het recente geweld heeft de illusie, voor zover nog levend, getemperd.

'Wij weten niets, wij weten niet of onze familie nog leeft. Ze durven daar niet eens de telefoon aan te nemen. Zijn ze gevlucht, zijn ze overleden? Natuurlijk, ik ben heel erg kwaad.

'Die aardbeving in Turkije is erg, maar wat ons volk overkomt is ook erg. We hebben niet voor niets voor de Nederlandse driekleur gestreden. We waren soldaten voor koningin Wilhelmina, maar worden zomaar opzij geschoven.

'Kosovo, hetzelfde verhaal. Dat was toch een binnenlandse aangelegenheid. Dat zeggen ze nu ook over Indonesië. Maar waarom bemoeiden ze zich dan met Joegoslavië?

'Premier Kok zei dat er veel Turken in Nederland wonen, dat Nederland daarom moreel verplicht is te helpen. Dat had hij nooit mogen zeggen. En wij dan? Zijn ze niet moreel verplicht ons te helpen?

'Ze nemen ons met een korreltje zout. Hoe heet dat gironummer van jullie, 797, dat mag, menselijk gezien is dat normaal, want je moet mensen in nood helpen. Akkoord. Wat er met ons gebeurt, dat laat ze koud. Ajax speelde deze week tegen een Turkse selectie. Dat doet mij ook pijn. Daar ben ik echt ziek van.

'We hebben met een Molukse selectie tegen NEC gespeeld, een paar maanden geleden in De Goffert, en dat is zomaar voorbij gegaan. Misschien was dat ook onze fout, want we hebben niet echt reclame gemaakt. Wij betalen alles uit eigen zak. Sponsors vragen? Voor de Molukkers? Oei oei oei, moeilijk hoor. Voor de Turken? Ja natuurlijk, kom maar.

'We hebben stille tochten gehouden, maar kregen nul op het rekest. Molukken of Indonesië is niet interessant genoeg. Turkije of Joegoslavië is door de ligging blijkbaar belangwekkender.

'Ze laten ons links liggen. Wij zitten met onze handen in het haar. Wat moeten wij doen? Een guerrillaoorlog beginnen? Voordat we daar zijn aangekomen, zijn we de pijp uit. De frustratie kropt zich op en die komt een keer naar buiten. Dat is begrijpelijk. Maar niemand die reageert.

'Intussen worden alle christenen uitgemoord. Er gaan stemmen op om de VN-vredesmacht naar Oost-Timor te sturen. Waarom dan niet naar Ambon? Daar worden toch ook mensenrechten geschonden.'

Twee keer reisde Tahamata naar de Molukken, in 1978 en in 1988. Een derde reis zal hij voorlopig niet maken. 'Het is te gevaarlijk. Wat moet ik daar doen? Het is een en al ellende. Mensen zijn de bergen ingevlucht. Op dit moment interesseert het ideaal van de onafhankelijke Molukse staat me niets. Eerst moet ons volk weer veilig kunnen leven.'

Als Tahamata op het veld staat, kan hij vergeten. Maar tijdens die vijf kwartier in de auto, van zijn huis in Tongeren naar Ekeren, zit hij te tobben. Hij doet een oproep aan de Nederlandse politiek. 'Ze zijn moreel verplicht, met hoofdletters geschreven.'

Tot het zover is, wacht Tahamata af in angst. 'We kunnen alleen maar bidden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden