Strakke worpen van rappe ventjes

Frisbee draait om hard lopen en goed gooien. Dat velen niet begrijpen waarom de spelers zich in dienst stellen van een onbekende sport, deert hen niet....

‘Free massage: go to the dressingrooms’, melden met viltstiftletters beschreven plakkaten die rond de velden van voetbalvereniging Serefspor zijn opgehangen. Ze gelden niet voor voetballers, maar voor de honderden frisbeeërs die hun bivak op het terrein hebben opgeslagen.

De massages waren hard nodig, grijnst Sjoerd Druiven als zijn laatste partij er zondag om kwart over drie op zit. ‘Want drie dagen frisbeeën, van negen uur ’sochtends tot zeven uur ’savonds, gaat je niet in je koude kleren zitten. Ik ben bekaf.’

Vergeet het beeld van de vader die met zijn zoon op de camping een plastic schijf overgooit, zegt Druiven. ‘Frisbee op topniveau gaat razendsnel. Er is geen plaats voor Alexen’, waarmee hij doelt op de breedgeschouderde PSV-voetballer. ‘Magere ventjes die hard kunnen rennen, hebben het hier voor het zeggen.’

Wedstrijden verlopen in een moordend tempo. Als een speler verdedigt, moet hij zijn directe tegenstander schaduwen en eventuele gaten dichtlopen. Valt hij aan, dan probeert hij juist gaten te slaan in de defensie of hij trekt sprints, zodat hij de aandacht afleidt en een medespeler er vandoor kan.

En intussen zeilt de frisbee van hand tot hand. Forehands worden afgewisseld met backhands of op zijn tijd een overhead. De schijf –disc in frisbee-kringen– wordt dan van achter het hoofd over de tegenstander gegooid.

Bij de populairste spelvorm, ultimate frisbee, spelen twee teams van zeven mannen of vrouwen tegen elkaar op een veld van 100 bij 37 meter. Doel is al gooiend de vijandelijke achterlijn te bereiken. Het team dat als eerste het afgesproken puntentaantal behaalt, wint. Als een speler de schijf vangt op of over de achterlijn van de tegenstander, scoort hij een punt en wisselen de teams van speelhelft.

‘Zo voorkom je dat het ene team steeds tegen de wind in speelt’, legt Frans Passchier uit. Hij is een van de organisatoren van het Windmill Windup-toernooi, dat de afgelopen drie dagen op het Amsterdamse sportpark Riekerhaven werd gehouden.

De 28-jarige Passchier is een laatbloeier. Vijf jaar geleden kwam hij via een Amerikaanse vriend in aanraking met het frisbee-wereldje, al spreekt hij liever over de scene. Frisbeeërs zijn gek op Engels taalgebruik. ‘Omdat veel spelers uit het buitenland komen’, voert Passchier als excuus aan.

Het Nederlandse team bestaat uit een contingent Nederlanders, aangevuld met Australiërs, Amerikanen en Canadezen. Passchier weet eigenlijk niet precies waar de spelers vandaan komen. ‘Daar gaat het ook niet om. We houden van dezelfde sport, al kost het ons alleen maar geld.’

Druiven schat dat het nationale team per toernooi vijfhonderd euro van de frisbeebond krijgt. ‘En daar moeten we ook de fysiotherapeut van betalen.’

De meeste spelers studeren en zijn hoog opgeleid, zegt Passchier stellig, al heeft hij geen idee of dat waar is. ‘Maar het moet wel waar zijn, want frisbee is vooral populair in studentensteden. De grote teams komen uit Amsterdam, Delft en Utrecht.’

En het frisbeewereldje is een studentikoos wereldje, voegt Passchier toe. Hij trekt zijn shirt omhoog en toont een zwart ondershirt waarop IcyDykes valt te lezen. Passchier, trots: ‘Het logootje hebben we zelf ontworpen. Zaten we lekker te pielen achter de pc.’ IcyDykes is de naam van het nieuwe team dat is ontstaan na de fusie van UVO uit Utrecht en Crunch uit Amsterdam.

Al is die fusie tijdelijk. IcyDykes is opgericht om de spelers in voorbereiding op het nakende EK in Rostock, in juli, zo vaak mogelijk met elkaar te laten samenspelen. Waarom trouwens IcyDykes? Passchier: ‘Omdat we de hele winter buiten hebben getraind.’

Druiven zet zijn muts op en trekt de ritssluiting van zijn windjack verder omhoog. De wind regeert in Amsterdam-Zuid, maar het beïnvloedt de wedstrijden niet. Althans niet zichtbaar. ‘De meeste spelers gooien zo strak dat de wind nauwelijks onder de schijf kan komen. Sjoerd bijvoorbeeld kan op alle mogelijke manieren gooien’, wijst Passchier bewonderend naar Druiven.

Die plukt aan zijn wollige baardje en zegt enigszins moedeloos dat niet iedereen begrijpt waarom hij zoveel geld en tijd investeert in zijn sport. ‘Als ik vertel dat ik frisbee, denken mensen: leuk, op het strand een beetje overgooien. Ze denken ook dat je punten krijgt als je een mooie worp maakt.’

Laat ze maar, denkt Druiven dan. De ware voldoening vindt hij terug in een toernooi als de Windmill Windup. De teams kamperen in hun tentjes op een gezamenlijk veld, er zijn feesten en avondmaaltijden georganiseerd om het groepsgevoel te versterken. Al is de sfeer tijdens wedstrijden altijd goed, legt Druiven uit.

‘De belangrijkste reden waarom ik ben gaan frisbeeën, is omdat het geen contactsport is. Ondanks dat er geen scheidsrechter is, is er nooit gezeik. De sport is zelfregulerend.’ ‘Spirit of the game noemen we dat’, vult Passchier aan. ‘Teams beoordelen elkaar op sportiviteit. De meest sportieve ploeg wint dan de spirit-prijs.’

Eventuele wanklanken worden na de wedstrijd weggenomen. Beide teams vormen een cirkel, waarin spelers om en om naast elkaar staan. Het enigszins sektarisch ogende groepsgesprek wordt besloten met een applaus en een serie high fives.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.