Straatvoetbalster Rocky Hehakaija werd gevormd in de favela's

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volskrant mensen naar hun inspiratiebron. Straatvoetbalster Rocky Hehakaija bezocht een sloppenwijk in Rio en wist: dit is het.

Rocky Hehakaija: 'Ik heb gewerkt in de heftigste sloppenwijken en gevangenissen en daar werkt het ook. Je begint te voetballen en er is meteen respect. En contact.'Beeld Marijn Scheeres

'Wat betekent de bal voor mij? Nou... alles. Het is het verlengstuk van mijn lichaam. Het is mijn troost. Een vriend. Mijn uitlaatklep - nog steeds, terwijl dat misschien best raar is, zo'n volwassen vrouw die hier in de straatvoetbalkooi trucjes doet. Als ik even niet lekker in mijn vel zit, vind ik dat fijn.

'Het is ook de verbinder. Als je ergens de taal niet spreekt is het zó makkelijk: jij en ik, samen voetballen? O ja, ja! Er worden wat namen van bekende voetballers genoemd, Cruijff, Seedorf, en je kunt beginnen, wat je achtergrond ook is. Ik heb gewerkt in de heftigste sloppenwijken en gevangenissen en daar werkt het ook. Je begint te voetballen en er is meteen respect. En contact. Dan is de bal de sleutel en de redder.

Gepest

'Mijn vader was ook een heel goede voetballer. Zo is het begonnen, hij zat bij een Molukse zaalvoetbalvereniging en als hummeltje liep ik al in die zaal rond. Later zat ik op handbal en met die kleine bal kon je goed voetbaltrucjes doen in de huiskamer. Ik keek in die tijd naar Die 2: Nieuwe Koeien, een televisieprogramma van Henk Spaan en Harry Vermeegen. Ik deed na wat ik zag en was totaal gefixeerd op de bal. Mijn ouders zullen er tamelijk gek van geworden zijn, maar door al dat oefenen werd ik wel heel goed.

'Het was ook een uitlaatklep, want ik werd gepest. Als tiener groeide ik ineens erg snel, ik hield van slobberkleding, ik voetbalde: men vond mij een manwijf. Vrouwenvoetbal was nog niet zo groot als nu, ik speelde in een jongensteam en daar heb ik heel wat voor m'n kiezen gehad. Het maakte me heel onzeker, hoe goed ik ook van me af kon slaan. Maar als de bal begon te rollen vergat ik alles. Mijn heilige graal was: een uitverkocht voetbalstadion.

Rocky Hehakaija

Roxanne 'Rocky' Hehakaija (33, Uithoorn) was het eerste en enige vrouwelijke lid van de Street Legends, een wereldberoemd straatvoetbalteam onder leiding van Edgar Davids, waarmee ze door Europa en Afrika toerde. Ook maakte ze deel uit van Jong Oranje. Een ernstige knieblessure maakte een einde aan een internationale carrière. Daarna besloot ze straatvoetbal in te zetten bij emancipatieprojecten in sloppenwijken. De Favela Street Foundation, die ze samen met sport-educator Philip Veldhuis runt, organiseert met lokale rolmodellen straatvoetbaltoernooien in Rio de Janeiro en Port-au-Prince. In Nederland geeft Hehakaija trainingen en clinics en treedt ze regelmatig op als motivational speaker. De Volkskrant spreekt haar thuis in Amsterdam.

'Ik voetbalde bij Buitenveldert en inmiddels ook bij Jong Oranje toen er een dame van de Avro-televisie langs kwam. Ze was op zoek naar voetbalmeisjes die in Brazilië met leeftijdgenoten zouden gaan voetballen: Meiden met ballen in Rio. Ik hoorde alleen maar: voetbal; Brazilië; tv; en er ging een knop om. Ik keek naar die andere meiden en ik dacht: nee, ík ga.

'En dat lukte. De redactie belde me terwijl ik onder de poort bij onze flat stond te voetballen, ik zie nog voor me hoe ik naar boven gerend ben om het aan mijn ouders te vertellen. Ik was 17, voor het eerst alleen op reis.

'In het vliegtuig werd ik ziek van ellende, ik moest overgeven en wilde alleen maar terug. Ook in het hotel kon ik alleen maar huilen. Ik bleek dat reizen naar het onbekende vreselijk moeilijk te vinden - nog steeds trouwens.

Sociaal programma

'Er was ons niet verteld dat dit een sociaal programma was en dat we in de sloppenwijken zouden gaan voetballen. Daar reden we heen, ik weet nog dat ik dacht: wat raar, al die betonnen obstakels op de weg. Die lagen daar om de politie tegen te houden. Maar ik stapte uit en alles viel op zijn plaats. Een soort campinggevoel overviel me, iedereen zat op straat, al die kinderen overal, mensen met een kleurtje net als ik... ik had toen nog geen flauw benul van drugsbendes en zo, ik zag alleen blijdschap. Ik voelde me thuis en had die week de tijd van mijn leven. Hangen op de stoep, frisdrankje erbij, voetballen.

'Ik ben niet van de straat, maar ik speelde er als kind wel, met Marokkaanse en Antilliaanse vrienden tussen tien flats in Uithoorn. Daar word je sociaal handig van, dat herkende ik in die sloppenwijk. Wat ook speelde is dat ik er in die periode achter kwam dat ik vrouwen leuk vond. Van die stoere meiden leerde ik het woord sapatão (letterlijk 'grote schoen', en een Braziliaans woord voor lesbiënnes, red.), het leek allemaal wat makkelijker daar. Maar het belangrijkste wat ik er aantrof was het plezier, terwijl de mensen zo weinig hebben - en hoe verwend we in Nederland eigenlijk zijn. Die week was een transformatie. Ik kwam terug als een ander meisje.'

'Het kwartje was gevallen. Ik wilde daar iets betekenen en ik zocht uit hoe ik in Brazilië stage kon lopen. Desondanks was het nog te vroeg, ik moest me eerst verder ontwikkelen. In de jaren daarna ben ik een studie communicatie gaan doen en werd intussen bekend met Street Legends, het straatvoetbalteam. De hele cultuur en de lifestyle die daaromheen hing - het uitgaan, de kleding, en niet te vergeten Amsterdam in plaats van Uithoorn - maakten dat ik zelfverzekerder werd en me geaccepteerd voelde.

'Toen ik voetballer Philip Veldhuis tegenkwam, die in Brazilië straatvoetbalprojecten deed, was ik er wél klaar voor. Ik kon door een knieblessure niet verder in de topsport, maar ik had wel een leuke baan op een mooi kantoor aan de Prinsengracht. Toen hij me voorstelde samen te gaan werken, wist ik, net als destijds met dat tv-programma: ik ga dit doen. Ik ga geld vinden, onbetaald verlof opnemen en drie maanden in de sloppenwijk wonen om een project op te zetten. En hoewel ik bij vertrek weer ziek van heimwee en ellende was en tegen mijn vriendin zei: ik wil niet, viel alles bij aankomst weer op zijn plaats. Hetzelfde is me overkomen in Haïti, wat misschien nog wel een heftiger plek is. Als we er zijn, ik die mensen zie en we beginnen te voetballen weet ik: dit is leven. Het sterkst is dat in Rio, in Vila Cruzeiro, voor mij de mooiste plek op aarde met die favela die in een dal ligt, als één groot theater waar je op uit kunt kijken.

Lees verder onder de afbeelding.

Rocky Hehakaija tijdens de kick-off van het meidenvoetbalinitiatief La League in Amsterdam.Beeld anp

Machoculturen

'Natuurlijk romantiseer ik het. Hoe vaker ik ging, hoe meer lagen ik zag. De bendes, het roddelcircuit. Mensen die elkaar tegenhouden om de ellende te ontstijgen, vanuit de gedachte: we komen uit de goot, we blijven in de goot. Dat is er óók.

'Wij komen niet met een grote zak geld, maar geven steun, we motiveren bewoners om zelf een toernooi voor elkaar te krijgen in hun buurt. Juist in zulke machoculturen zijn zowel jongens als meisjes in zo'n project belangrijk. Jongens zien dat vrouwen er niet zijn voor de verzorging, maar ook in het veld staan als scheidsrechter en als trainer.

'Sinds januari heb ik mijn baan opgezegd en werk ik alleen nog maar voor Favela Street en als freelancer. Mijn geld verdien ik voornamelijk als spreker. Dit werk bepaalt in grote mate ook mijn sociale leven, soms beperkt het me, maar ik kan niet wachten om weer in een nieuw land te gaan werken. Ik zal het opnieuw moeilijk vinden om te gaan, want dat blijft zo. Maar op het moment dat ik daar ben en met allemaal jongeren voor de eerste keer bij elkaar kom op zo'n trapveldje, bal erbij, dan denk ik: moet je mij nou zien. Dat ik dit mag doen.'

De favela

Het Portugese woord favela is wereldwijd synoniem geworden aan stedelijke gebieden waar een lage levensstandaard heerst en waar huizen clandestien worden gebouwd. Sloppenwijken dus. De favela's van Rio de Janeiro zijn de bekendste (niet de grootste, die staat in Venezuela), mede dankzij de Braziliaanse wet die bepaalt dat iets wat vier muren en een dak heeft niet zomaar mag worden afgebroken. In Rio wonen ongeveer drie miljoen mensen in een favela. Onder hen bevinden zich tegenwoordig niet meer de allerarmsten, maar hebben zich er ook een middenklasse en buitenlanders gevestigd, vanwege de toegenomen huizenprijzen. Alhoewel drugbendes actief zijn in de favela's, is er ook sprake van veryupping.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden