PostuumStirling Moss (1929-2020)

Stirling Moss (1929-2020), de beste Formule 1-coureur die nooit wereldkampioen werd

De zondag overleden Stirling Moss (90) zal voor altijd de beste Formule 1-coureur zijn die nooit wereldkampioen werd. Hoewel hij niet de titels had om zijn legendarische status te onderstrepen, was de Brit voor hele generaties het synoniem voor racen.

Stirling Moss was het gezicht van een generatie onbevreesde coureurs die voor een race niet wisten of ze een paar uur later nog in leven zouden zijn.Beeld BSR Agency

Moss begon zijn racecarrière in 1948. Tegen de zin van zijn vader, die liever had dat hij tandarts werd. Moss peinsde er niet over. Hij wilde niets anders dan zo veel mogelijk racen. Het maakte hem niet uit in welke klasse. Dus kwam ook al snel de Formule 1 bij hem op de radar, in 1950 opgericht vanwege de wildgroei aan autosportklassen na de Tweede Wereldoorlog.

Moss reed zijn eerste Formule 1-race in 1951. Tien jaar later reed hij zijn laatste Grand Prix. In de tussentijd groeide hij uit tot een van de bekendste coureurs van zijn tijd. Voormalig Formule 1-coureur Michael Bleekemolen (70) herinnert zich nog hoe hij begin jaren 60, tijdens de hoogtijdagen van Moss, werd aangesproken door een agent toen hij met een autoped op straat scheurde. ‘Zo mannetje, jij denkt zeker dat je Stirling Moss bent’, zei de agent tegen Bleekemolen.

Het was in die jaren ook de openingszin van de Britse politie bij het aanspreken van snelheidsovertreders, zo ervoer Moss zelf. Hij kon een agent maar met moeite overtuigen dat hij daadwerkelijk de beroemde coureur was.

Onbevreesd

Moss was het gezicht van een generatie onbevreesde coureurs die voor een race nog ontspannen een sigaret rookten, maar niet wisten of ze een paar uur later nog in leven zou zijn. De jaren vijftig, waarin Moss excelleerde, waren de dodelijkste jaren van de Formule 1. Vijftien coureurs verongelukten in het decennium waarin autogordels niet eens verplicht waren.

Het is eigenlijk een wonder dat Moss die jaren heeft overleefd, zegt Michael Bleekemolen. ‘Hij had een rauwe stijl. Misschien iets te rauw. Hij crashte veel. In een vitrine op mijn kartbaan heb ik een foto van hem in zwembroek met daarop allemaal pijlen naar lichaamsdelen die hij heeft gebroken. Dat zijn heel veel pijltjes. Hij was alleen wel een echte coureur.’

Bleekemolen zag in 1955 als 5-jarige jongetje met eigen ogen Moss op het circuit van Zandvoort tweede worden achter Juan Manuel Fangio. De Argentijn was met vijf wereldtitels de grote kampioen van zijn tijd, maar het was Moss die de jonge Bleekemolen betoverde. Hij werd meteen weer dat jongetje op Zandvoort toen hij Moss in 1978 tijdens een lunch op het circuit van Silverstone toevallig ontmoette. ‘Dat was heel bijzonder.’

Compleet

Moss gaat de boeken in als een van de compleetste coureurs aller tijden. Hij won 212 van de 529 races waaraan hij meedeed, in allerlei soorten auto’s. In de Formule 1 eindigde hij vier keer als tweede in de WK-stand. De raceliefhebber in hem voorkwam vooral dat hij wereldkampioen werd. Zo zorgde hij er in 1958 voor dat titelrivaal Mike Hawthorn niet werd gediskwalificeerd tijdens een race. Hawthorn greep uiteindelijk de titel met één punt voorsprong op Moss.

‘Het maakt me anders, dus het is een bonus’, zei hij in 2012 tegen de krant The Telegraph over het ontbreken van een wereldtitel op zijn palmares. De loopbaan van Moss stopte abrupt in 1962, nadat hij door een crash een maand in coma had gelegen en tijdelijk deels was verlamd. Eenmaal weer in een auto merkte hij dat hij niet meer zijn ouderwetse race-instinct had. Dan maar racen op halve kracht? Het was voor Moss ondenkbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden