NieuwsBaanwielrennen

Stille baan bij selectiestrijd voor bijna zeker olympisch goud

Het is geen officiële wedstrijd, toch kan één baanwielrenner donderdag een bijna zekere olympische titel verdienen, straks in Tokio. Drie kandidaten strijden om de ene plek van startrijder in de teamsprint bij de mannen, een nummer dat Nederland al jaren domineert.

Baanwielrenners Nils van 't Hoenderdaal, Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg. Beeld BSR Agency
Baanwielrenners Nils van 't Hoenderdaal, Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg.Beeld BSR Agency

Er zal geen pubIiek zijn, geen pers en het is niet eens een echte wedstrijd in de doodstille wielerbaan in het Zwitserse Grenchen. Toch staan drie baanwielrenners daar vandaag voor het belangrijkste moment in hun carrière. ‘Ik heb al die jaren naar 28 januari toegewerkt’, zegt een van hen, Roy van den Berg. Met hem is meteen de grootste kanshebber genoemd om deze donderdag als winnaar af te sluiten.

Van den Berg (32), Nils van ’t Hoenderdaal (27) en Theo Bos (37) strijden om de positie van startrijder in de olympische teamsprint voor mannen. Een onderdeel van het baanwielrennen waarin Nederland al jaren domineert. De suprematie kwam vorig jaar februari tot een hoogtepunt toen Van den Berg met Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen in wereldrecordtijd hun WK-finale in Berlijn reden: 41,225 seconden over drie rondjes van 250 meter. De zilveren Britse equipe kwam de spreekwoordelijke eeuwigheid van 1,175 seconden later over de finish.

De teamsprint begint met drie rijders, na de eerste ronde stuurt de startrenner weg, na rondje twee is dat de al geselecteerde Lavreysen, waarna één renner, Hoogland, ook al zeker van olympische deelname, over de finish gaat. In Berlijn reden alledrie de Nederlanders in de finale hun beste rondetijd. Inclusief Roy van den Berg, die dan ook de beste papieren heeft om vandaag als snelste uit de bus te komen na drie keer een rondje met staande start, waarvan de gemiddelde tijd wordt genomen. Aldus is hij het meest kansrijk om, calamiteiten daargelaten, op 3 augustus in Tokyo een olympische titel te pakken.

Bike-off

Zo’n zogenoemde bike-off, waarbij er uit meerdere baanrenners eentje wordt geselecteerd, is normaal in deze discipline. Niet normaal is de wijze waarop de drie uitverkorenen zich er wegens corona op hebben voorbereid. Op 14 januari begon voor alledrie ‘de bubbel’. Na enkele persgesprekken checkten ze in in een hotel dicht bij het thuishonk van het Nederlandse baanrennen, Omnisport in Apeldoorn, waar ze elke dag drie uur met elkaar trainden. ‘Da’s wel gek’, zei Van ’t Hoenderdaal vooraf, ‘samen trainen met je absolute concurrenten.’ Gek, maar normaal, volgens Van den Berg: ‘Maar je gaat elkaar natuurlijk niet beter maken.’

Na tien dagen van volgens Van ’t Hoenderdaal ‘fietsen-slapen-eten, al wil ik wel nog wat aan mijn studie doen’, reden ze elk in hun eigen auto naar Zwitserland, om op de baan van Grenchen nog enkele dagen te trainen voor de grote dag. ‘Wie van ons drieën op die testdag de snelste is, blijft daar nog anderhalve week met de rest van de olympische baanploeg’, legt Van ’t Hoenderdaal uit. ‘Anders moet je naar huis. Ja, het is best wel hard.’

Dat is zo, zegt de 29-jarige bondscoach Hugo Haak: twee van de drie gaan niet mee naar Tokyo. ‘Maar het is aan mij om ze te laten voelen dat zij net zo goed een bijdrage hebben geleverd aan het doel: olympisch goud.’

Theo Bos is van de drie de outsider. Met zijn wat frêle postuur en het lichte verzet waarmee hij vijf keer wereldkampioen werd, steekt hij nogal af tegen de bodybuilderslijven van zijn twee concurrenten die model staan voor het explosieve baansprinten van nu. Als hij eerlijk is, komt er op 28 januari 2020 een einde aan Bos’ lange carrière als Nederlandse baanrenner. ‘Ik sta voor een vrijwel onmogelijke taak, maar ik ben 37, ik heb heel veel ervaring, ik kan heel goed met druk omgaan en ik ben niet de favoriet, dus wie weet. Maar normaal gesproken zijn Roy en Nils sneller. Echt een stuk sneller.’

Van den Berg is doodsbenauwd arrogant over te komen, maar accepteert met graagte zijn favorietenrol. ‘Ik heb zes bike-offs gehad en ik heb niet één daarvan verloren.’ Dat winst vandaag zijn olympisch debuut betekent, vindt hij alleen maar ‘lekker’. ‘Voer die druk maar op! Dat heb ik nodig. Ik kijk hier niet tegenop, ik kijk ernaar uit.’

Taak startrijder

De eerste renner in de teamsprint start uit een rek dat de fiets vasthoudt. De kunst is om op het exacte moment dat de machine de fiets loslaat, maximale druk op de pedalen te zetten. Er is maar één verzet, vergelijkbaar met de zwaarste versnelling van een gewone racefiets. In drie seconden moet de startrenner idealiter van nul naar topsnelheid. Om geen duizendsten van seconden te verliezen, moet hij bij die krachtsexplosie zo min mogelijk met het bovenlichaam bewegen én in een rechte lijn rijden.

Wereldrecordhouder Roy van den Berg reed de eerste helft van zijn rondje van 250 meter gemiddeld 43 kilometer per uur. Na circa 160 meter ging hij op het zadel zitten. Een cruciaal en trainbaar moment, want de druk op de pedalen moet daarbij maximaal blijven. Van den Berg reed zijn tweede helft gemiddeld 68 en kwam in een recordtijd van 17,059 over de denkbeeldige startrijdersfinish.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden