Interview

Steven Kruijswijk wil zijn seizoen redden in de Ronde van Spanje. ‘Af en toe denk ik: waar doe ik het allemaal voor?’

Sinds zijn derde plaats in de Tour de France van 2019 heeft Steven Kruijswijk geen grote ronde meer uitgereden. In de Vuelta wil hij vanaf zaterdag afrekenen met de pech van de afgelopen jaren. ‘Ik geniet nog van mijn trainingen, maar ik wil ook uitbetaald worden voor wat ik erin stop.’

Steven Kruijswijk na zijn val in de derde etappe van de Tour de France, 28 juni. Beeld ANP
Steven Kruijswijk na zijn val in de derde etappe van de Tour de France, 28 juni.Beeld ANP

De 34-jarige Kruijswijk had dit seizoen eigenlijk afgestemd op de Tour de France. Hij zou er als schaduwkopman naast Primoz Roglic rijden, maar dat ging mis. De eerste etappe, waar een onoplettende fan met een kartonnen bordje nagenoeg de complete trein van Jumbo-Visma deed ontsporen en later Kruijswijk nogmaals tegen de grond sloeg, kwam hij fysiek nog redelijk door.

In de derde etappe ging het pas echt mis. Opnieuw klapte Kruijswijk, samen met Roglic, tegen het asfalt. Onderzoek in het ziekenhuis wees uit dat hij niets gebroken had. Wel moest zijn rechter middelvinger, die hevig bloedde, gehecht. Gebutst en gehavend stapte hij de dagen erna steeds weer op om er in de belangrijkste wedstrijd van het jaar nog wat van te maken.

In de 15de etappe, Roglic was inmiddels al naar huis, hielp hij ploeggenoot Sepp Kuss nog op weg naar de zege in Andorra. ‘Toen voelde ik me nog goed, maar ’s avonds voelde ik het opkomen’, vertelt hij telefonisch vanuit Spanje. ‘De dag erna, op de rustdag, had ik koorts, hoofdpijn en keelpijn. Ik heb daarna nog de 16de etappe uitgereden, maar dat heeft me genekt.’ Hij startte nog in rit 17, maar gaf onderweg op.

Wat hem parten speelde, weet hij nog altijd niet precies. Hij liet bloedonderzoek doen, deed een extra PCR-test om corona uit te sluiten, maar die kwam negatief terug. ‘Het was waarschijnlijk een virusje dat iedereen kan oplopen.’

Hij had er langer last van dan hem lief was. Daardoor kan hij niet zo goed inschatten wat hij mag verwachten van de Vuelta, die zaterdag begint. ‘Ik ben pas twee tot drie weken weer fit. En de conditie is er wel, maar of ik ook in topvorm ben, dat weet ik niet.’

Kruijswijk is geen veelwinnaar. Hij heeft maar twee profzeges op zijn naam: het eindklassement in de Arctic Race of Norway in 2014 en een ritoverwinning in de Ronde van Zwitserland in 2011. ‘Natuurlijk zou ik graag veel winnen, maar je moet het doen met het talent dat je hebt’, zegt hij. En zijn talent is om drie weken lang bij de besten te horen. Hij is een klassementsrenner van wereldformaat, die in alle grote ronden in de top van het klassement eindigde.

In 2016 werd hij vierde in de Giro d’Italia, nadat zijn kans op de overwinning te pletter was geslagen tegen een sneeuwmuur. In 2018 eindigde hij als vierde in de Vuelta, en zijn grootste prestatie kwam het jaar erop, met een derde plek in de Tour de France.

Gebroken dromen

Na zijn podiumplaats in Parijs leek de weg open te liggen naar nog meer succes. Hij was de 30 net voorbij, traditioneel de oogstjaren voor klassementsrenners. Maar wie zijn uitslagen opzoekt, vindt een lijstje gebroken dromen. Bij de Vuelta, Giro en Tour die hij sinds zijn podiumplaats reed, staat hij vermeld met een DNF achter zijn naam: did not finish.

Die ongelukkige reeks begon al meteen na zijn knappe Tour van 2019. Hij viel in de Vuelta van dat jaar uit met een knieblessure. In 2020 raakte zijn schouder ontwricht bij een val in het Criterium du Dauphiné, de laatste voorbereidingswedstrijd voor de Tour. Hij moest zich knarsetandend afmelden voor de Ronde van Frankrijk. Een maand later moest hij na een positieve coronatest vroegtijdig de Ronde van Italië verlaten.

Hij heeft een harde kop, maar het is niet gemakkelijk om met zo veel tegenslag om te gaan. ‘Af en toe denk ik dan ook wel: waar doe ik het allemaal voor?’ Dat gevoel speelde ook op toen hij eind juli ziek thuis zat en de laatste ritten van de Tour op de televisie bekeek. ‘Ik was toen niet de prettigste persoon thuis.’

Ook lastig is dat zijn vorm door alle abrupte onderbrekingen van zijn wedstrijdprogramma lijkt in te boeten aan betrouwbaarheid. ‘Ik ben de laatste twee jaar wisselvalliger aan het rijden, terwijl ik juist altijd zo constant was.’

Vooruitkijken

Toch weet hij, liefhebber van zijn sport, de frustratie telkens van zich af te schudden. Dat hij inmiddels met zijn 34 jaar al behoorlijk op leeftijd is, doet daar niets aan af. ‘Ik heb nog niet het gevoel dat ik aan het aftakelen ben. Net als altijd probeer ik vooruit te kijken naar wat ik nog meer kan behalen.’

Voor de komende drie weken is dat grotendeels afhankelijk van de verrichtingen van Roglic. Kruijswijk is in Spanje om hem bij te staan. De Sloveen, die in Tokio olympisch tijdritgoud pakte, won de ronde in 2019 en 2020 en gaat op voor de derde zege. ‘Ik zal voor de ploeg werken en tegelijkertijd zo lang mogelijk proberen om hoog in het klassement te blijven.’

Die plek boven in de rangschikking streeft hij uit tactische overwegingen na. Het maakt het moeilijker voor de concurrentie om Roglic te controleren met een andere hooggeplaatste Jumbo-renner erbij. Kruijswijk kan als bliksemafleider dienen.

Na alle jaren waarin hij met het oog op het klassement behoudend reed, zou hij in de Vuelta ook weleens iets nieuws willen proberen: aanvallen. ‘Ik ga liever voor een ritzege dan een plek in de toptien van het klassement.’

Parcours

Grote ronden worden doorgaans beslist in de bergen of op de tijdritfiets. Het parcours van de Ronde van Spanje is dit jaar duidelijk op de hand van de klassementsmannen met klimmersbenen.

Zaterdag gaat de Vuelta van start in Burgos, met een proloog over iets meer dan 7 kilometer. Olympisch tijdritkampioen Primoz Roglic zou hier meteen tijd kunnen pakken voor het klassement. Pas drie weken later, op de slotdag, heeft hij weer een kans zijn tijdritkwaliteiten te laten zien, over 33 kilometer rond Santiago de Compostela.

Het is voor het eerst sinds 2014 dat de Ronde van Spanje niet in Madrid eindigt, maar verder bedient de organisatie zich van een bekend recept. De Vuelta pakt het altijd net wat anders aan dan die andere twee grote ronden, de Tour en de Giro. Daar zijn de bergritten vaak geclusterd in blokjes van twee of drie dagen. In de Vuelta volgen sprint-, heuvel- en bergritten elkaar voortdurend op in een veel vrijere mix. Daardoor moeten de klassementsrenners voortdurend op hun hoede zijn.

De diversiteit van de 3.417 kilometer lange route blijkt al direct in de eerste drie dagen. Na de tijdrit volgt zondag een rit voor sprinters – een kansje voor Fabio Jakobsen – en de etappe van maandag finisht op de Picon Blanco, een klim van bijna 8 kilometer. Er zullen zeker mannen zijn die na drie dagen hun hoop op een eindpodiumplek al zien vervliegen.

Favorieten

Primoz Roglic (31)
Primoz Roglic heeft iets recht te zetten in de Ronde van Spanje. De 31-jarige Sloveen kwam in de eerste dagen van de Tour de France ten val en moest uiteindelijk opgeven. In de Vuelta wil hij zich daarvoor revancheren.

In dat opzicht herhaalt de geschiedenis zich. Vorig jaar moest Roglic de eindoverwinning in de Tour de France een dag voor Parijs uit handen geven. Vervolgens wist hij de Vuelta te winnen, net als het jaar ervoor in 2019. Hij zal hopen dat ook die geschiedenis zich zal herhalen.

Hij heeft goede papieren. Zijn recuperatievermogen bleek tijdens de Olympische Spelen, waar hij met grote overmacht de tijdrittitel pakte. Daarna richtte hij zijn vizier op de Vuelta, om de drieweekse ronde voor de derde maal op rij op zijn naam te schrijven.

Roglic wordt omringd door een sterke ploeg, met behalve Steven Kruijswijk ook onder anderen Robert Gesink, Sam Oomen en de klimgrage Amerikaan Sepp Kuss.

Richard Carapaz (28)
De grootste weerstand tegen Primoz Roglic is te verwachten uit de Ineos-gelederen. Dat was in 2019 ook het geval, toen Richard Carapaz in de einduitslag slechts 24 seconden op hem toegaf en als tweede eindigde. Dat Carapaz de eindoverwinning misliep, was ten dele te danken aan de hulp die de Movistar-ploeg Roglic toestak in de laatste bergrit.

Dit jaar werd Carapaz al derde in de Tour de France. Hij was er de enige kopman van Ineos die redelijk overeind bleef tegenover het geweld van eindwinnaar Tadej Pogacar. En de 28-jarige Ecuadoraan hield zijn vorm vast. In Tokio won hij olympisch goud in de wegrit. Hij bleef in zijn eentje topfavorieten Wout van Aert en Tadej Pogacar meer dan een minuut voor.

Maar hoeveel zit er nog in het vat? De combinatie Tour-Vuelta ligt de coureurs vaak zwaar op de maag. Al heeft Carapaz’ ploeg er wel goede ervaringen mee: in 2017 won Chris Froome beide ronden.

Egan Bernal (24)
Egan Bernal was de jongste naoorlogse winnaar van de Tour de France, die hij in 2019 won. De wereld leek aan zijn voeten te liggen, maar vorig jaar stelde hij in de Ronde van Frankrijk teleur en stapte af.

Dit jaar heeft de 24-jarige Colombiaan zijn brille weer terug. Hij won overtuigend de Ronde van Italië. ‘Ik heb de vrijheid gevonden om te koersen zoals ik wil’, vertelde hij.

Na de Giro reed hij twee maanden geen wedstrijden en keerde pas in de Clásica San Sebastián, op 31 juli, terug in koers. Daarna reed hij de Ronde van Burgos, decor voor de eerste ritten van de Vuelta, waar hij hard ten val kwam. Toch kon hij in de slotetappe weer met de besten mee omhoog.

Net als Carapaz kan hij leunen op ploegmaat Tom Pidcock. De 22-jarige Brit is een wonderkind op wielen. Hij werd in 2020 tweede op het WK veldrijden, won dit jaar als wegwielrenner de Brabantse Pijl en werd in Tokio olympisch mountainbikekampioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden