Wielrennen Steven Kruijswijk

Steven Kruijswijk, wielrenner zonder poeha, staat voor de dag van zijn leven

Geraint Thomas volgt het spoor van Steven Kruijswijk (r). Beeld REUTERS

Hij had willen aanvallen op de laatste col, zei Steven Kruijswijk na de hagel. Maar door het slechte weer kwam die berg helemaal niet. Nu heeft hij na een jaar van inspanningen en opofferingen nog één kans. Al is die danig geslonken nu ook die etappe is ingekort vanwege verwacht noodweer.  

Steven Kruijswijk woont in Monaco, een ideale woonplaats voor wielrenners die graag trainen in de bergen. Maar voor de Touretappe van deze ­vrijdag blijkt het zonnige oord aan de Rivièra ­bepaald geen goede voorbereiding. Sneeuw, hagel en zelfs aardverschuivingen maken het onmogelijk om de rit naar Tignes af te maken. De koersleiding grijpt in: de laatste 25 kilometer komt te ­vervallen.

Had Kruijswijk geweten dat de uitslag zou worden opgemaakt op de top van de Col de L’Iseran, de een na laatste beklimming van vrijdag, dan zou hij wel harder achter het Colombiaanse klimtalent Egan Bernal zijn aangereden. Nu hield hij in, zegt hij na afloop, met de bedoeling om in de vallei tijd terug te pakken. Hij koos er expres voor om op de top van de berg een truitje aan te pakken dat hem tegen de kou moest beschermen. ‘Balen’, zegt ploegleider Frans Maassen. ‘We zijn met reserves de col opgereden, om daarna vol aan te vallen.’

Met nog één bergetappe voor de boeg, naar skidorp Val Thorens, staat Kruijswijk vierde met 1.28 minuut achterstand op Bernal, 48 seconden op ­Julian Alaphilippe, en maar 12 ­seconden achter Geraint Thomas. Zaterdag is de dag van de waarheid. Gaat hij het schier onmogelijke waarmaken en de Tour winnen? Zal hij een plek op het podium pakken, zoals hij vooraf had gehoopt? Of blijft hij de man van de top-5-noteringen? Hij is dan nog onwetend van het feit dat ook de laatste Alpenetappe drastisch ingekort zal worden. 

Kruijswijk voelt zich goed in de derde week, het is zijn specialiteit. Van de favorieten is hij niet de explosiefste, maar wel de taaiste. Aan motivatie geen gebrek. Wat zou hij graag die verdomde sneeuwrand uit de Giro van 2016 naar de achtergrond rijden.

Omdenken

In zijn dromen zag Kruijswijk zich drie jaar geleden, op 29 mei, in Turijn gehuldigd worden als opvolger van Joop Zoetemelk en Jan Janssen, de eerdere Nederlandse ­rondewinnaars. Dagenlang heerste hij als een vorst. Tot hij op de Colle dell’Agnello iets te eten uit zijn achterzak wilde halen en de gehaaide Vincenzo Nibali een versnelling inzette. Eén stuurfout en zijn roze droom lag aan diggelen. Zo hard is sport.

Nadien werd hem vaak gevraagd naar dat ene moment, zoals hij later ongetwijfeld ook nog vaak zal moeten vertellen over die Tourvrijdag in Val d’Isere, waarin ook sneeuw een hoofdrol speelde.

Wat betreft die val: ‘Natuurlijk, het was een fout’, zei hij. Stom. Maar hij mocht dan niet hebben gewonnen, die Giro, maar hij had het dus wél in zich om een grote wielerronde te winnen. Zo kon je er ook naar kijken. Omdenken noemen ze dat in de psychologie. Zo werd de Gironachtmerrie niet het einde, maar een nieuw begin van zijn carrière.

Betere ploeg

Zou je hem moeten vergelijken met een grote Nederlandse wielrenner, dan is het Joop Zoetemelk, de man die voor de tijdrit in Pau nog even een praatje met hem kwam maken. Joop had zijn accreditatie weggestopt in het zakje van zijn overhemd. Kruijswijk zou het ook hebben kunnen doen. ‘Een jongen zonder poeha’, noemen ze hem in Nuenen. Hij is geen Alaphilippe, die een bibberend jongetje de gele trui om zijn schouders drapeert, terwijl de camera’s draaien. Rustig, ingetogen, is hij wel. Regelmatig. Géén uitspattingen.

Toen Kruijswijk in die Giro van 2016 lange tijd aan de leiding ging, moest ploegleider Addy Engels toegeven dat hij geen ervaring had met het verdedigen van een klassement. De top van de ploeg besefte dat als het ooit een grote ronde wilde winnen, daar ook goede renners voor nodig waren; renners die kopmannen als Kruijswijk en Roglic konden bijstaan in de finales van beslissende etappes. Zo was het ook voor hen een leerproces geweest.

Deze Tour keek Kruijswijk om zich heen. Hij kon tevreden zijn. Aan zijn zijde mannen als Tony Martin, ex-wereldkampioen tijdrijden, Wout van Aert, drievoudig wereldkampioen veldrijden en geletruidrager Mike Teunissen. Martin was speciaal voor de ploegentijdrit gehaald. Met resultaat: ze vlogen over het asfalt rond Brussel op dag 2. Jumbo-Visma won en Kruijswijk pakte meteen 20 seconden op Geraint Thomas en Egan Bernal. Zó deed je dat dus.

In 2018 werd Kruijswijk vijfde in de Tour en vierde in de Vuelta. Prachtige plaatsen, maar net geen podium. Te vaak, concludeerde hij, moest hij in etappes 10, 20 seconden toegeven op zijn concurrenten. Wilde hij op het podium in Parijs belandden, moest hij met de ploegleiding op zoek naar een paar halve verbeterprocenten. De volgende stap, zogezegd.

Betere voeding

Hij schrapte de klassiekers Waalse Pijl en Strade Bianche. In plaats van het ­reizen en herstellen, kon hij daardoor ongestoord doortrainen. Hij werkte aan zijn tijdrit, met dank aan Tony Martin. En ook zijn eetpatroon werd onder de loep genomen, want elke gram die extra mee naar boven gezeuld moest worden, was er eentje teveel.

In samenwerking met bewegings­fysioloog en voedingswetenschapper Asker Jeukendrup kwam Jumbo-Visma met een voedingsapp op de proppen. Gewapend met een weegschaaltje ­wogen renners sindsdien hun maaltijden af, zodat ze precies genoeg binnenkregen. Niet te veel, niet te weinig. Voor Kruijswijk voelde het tijdens de Tour geen moment als een opoffering. Want: ‘Wil je dit niveau bereiken, dan moet je jezelf in een keurslijf stoppen.’

Gegroeid zelfbewustzijn

Met het verstrijken van de jaren, 32 is hij nu, durft zich meer en meer uit te spreken. Tijdens een hoogtestage in Sierra Nevada, Spanje, lag Kruijswijk dit voorjaar voor het eerst op de kamer met Wout van Aert. Elke dag begonnen ze met een kwartier core stability, oefeningen om de rompspieren te versterken. ‘Stevie is op het maniakale af’, lachte Van Aert, de drievoudig wereldkampioen veldrijden. Ze waren geestverwanten.

Toen duidelijk werd dat beoogd kopman Primoz Roglic, zijn ‘concullega’, geen Tour de France zou rijden, wees Kruijswijk de ploegleiding op de Belg. Niet door op hoge poten te eisen dat hij in de Tourselectie zou moeten worden opgenomen, maar door simpelweg te zeggen: sluit hem niet uit. Kruijswijk is niet iemand die met de vuist op tafel slaat, maar hij weet wel goed wat hij wil.

Dat bleek tijdens de Tour ook. Kruijswijk die het durfde op te nemen tegen de organisatie, op de dag dat de renners op een bloedhete dag in Nîmes 177 kilometer hadden gereden. ‘Ik lees overal berichten over code oranje, code geel. Maar waarschijnlijk geldt dat niet voor de Tour de France. Wij gaan door. Dat is best apart.’ Hij kon toen nog niet bevroeden dat een paar dagen later andere, veel koudere omstandigheden, de Tourorganisatie wel zou doen besluiten tot het stopzetten van de koers.

Scherp kiezen

Kruijswijk liet enkele jaren geleden al blijken dat hij scherpe keuzes kan ­maken als hij denkt dat zijn loopbaan dat vereist. In 2014 draaide hij eigenhandig zijn fanclub in Nuenen de nek om. Hij durft scherpe keuzes te maken als zijn loopbaan dat volgens hem vereist. In een begeleidend schrijven liet hij de voorzitter weten: ‘In overleg met mijn management kiezen wij er voor om komend jaar het online media gebeuren compleet te vernieuwen en verder te professionaliseren. Bij deze wil ik jullie dan ook mededelen dat de fanclub wordt opgeheven.’

Het was in die jaren ook dat hij verhuisde naar Monaco. Voor Dumoulin een schrikbeeld, wonen in dat mini­staatje in Zuid-Frankrijk met zijn aantrekkelijke belastingvoordelen. Hij zou er doodongelukkig worden, maar Kruijswijk niet. Hij vond er rust en structuur, ook al was het ver weg van vrienden en familie.

In restaurants ziet hij geregeld een fles wijn voor 7.000 euro op de menukaart staan. ‘Uiteraard zijn er genoeg mensen die zo’n fles willen en kunnen betalen’, zei hij in Procycling. ‘Maar je kunt ook gewoon normaal doen. Wij gaan naar de supermarkt, slager en bakker. Dat is voor ons het dagelijks leven.’

Samen met zijn vriendin Sophie en twee kinderen woont hij niet ver van de boulevard. Hij hoeft maar de deur uit of hij kan al direct hoogtemeters maken. En dat alles in een heerlijk klimaat, zonder afleiding van randzaken. Beter kan hij het niet krijgen.

Zege of podiumplaats

Gaan al die inspanningen en opofferingen nu bekroond worden met het ultieme: een Tourzege, als derde Nederlander? Is een podiumplaats het hoogste haalbare, als negende Nederlander?

Volgend jaar wordt hij 33. Een nieuwe generatie rammelt aan de deur. Bovendien ligt er bij Jumbo-Visma volgend jaar een vierjarig contract klaar voor Tom Dumoulin. Mocht de overgang rondkomen, en daar heeft het alle schijn van, dan wordt Dumoulin ingezet om de Tour te winnen. Voor Kruijswijk resteert niet meer dan een bijrol als meesterknecht of als kopman voor de Giro of Vuelta.

Niemand zal ooit weten hoe Steven Kruijswijk er voor zou hebben gestaan als de laatste twee ritten niet waren ingekort. Zaterdag moest het gebeuren voor Steven Kruijswijk, in de bergetappe naar Val Thorens. Maar dan wel in een volwaardige etappe. Niet in een klim van 59 kilometer, die de rit nu is geworden. Een plek op het podium lijkt het hoogste haalbare voor Steven Kruijswijk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden