Profiel Steven Kruijswijk

Steven Kruijswijk gaat voor een podiumplek in Parijs: ‘Ik ben nu een renner die ertoe doet’

Steven Kruijswijk volgt donderdag het wiel van de Fransman Thibaut Pinot op weg naar La Planche des Belles Filles. Beeld Getty Images

Stap voor stap is Steven Kruijswijk uitgegroeid tot ronderenner. Soms met pijn (Giro 2016), dan weer dankzij een daad van bra­voure (Tour 2018). Zijn ambitie: een podiumplek in Parijs.

Het was in de eerste dagen van de Tour de France een ­opvallende en eervolle vermelding: in het algemeen klassement prijkte de naam van Steven Kruijswijk prominent op plek drie. Netjes toch? Het zei hem eerlijk gezegd niks. Het illustreerde alleen maar de sterkte van het team, met de winst in de ploegentijdrit tijdens het openingsweekeinde in Brussel.

Dat hij na de etappe naar La Planche des Belles Filles naar de achtste plaats is gezakt, doet hem trouwens net zo weinig. Uiterlijk onaangedaan duikt hij donderdag na de finish op de Vogezentop terug op zijn fiets de diepte van de vallei in, waar de bus staat en een douche wacht. Een verzorger heeft hem een jasje aangereikt tegen de verraderlijke kilte van de vooravond en een fluitje om de nek gehangen, zodat hij toeschouwers die hij achterop komt kan waarschuwen. Geen risico’s nemen nu. Zijn tijd moet nog komen.

Dat de 32-jarige kopman van Jumbo-Visma veel vertrouwen in zijn Touroptreden heeft, blijkt als hij een parcoursverkenning in herinnering brengt. Eind vorige maand fietste hij in de Alpen, door de skioorden ­Valloire, Tignes en Val Thorens. Het zijn eindstations in de derde Tourweek, de periode waarin hij zich vaak op zijn best voelt. Zeker, hij was onder de indruk. Zo zwaar heeft hij het niet eerder meegemaakt in Frankrijk. ‘In Val Thorens moet je niet denken dat je er in het dorp al bent. Dan is het nog een kilometer.’

De hoogte, vaak voorbij de 2.000 meter, gaat ook een rol spelen. Maar de ervaring heeft hem allesbehalve de daver op het lijf gejaagd. ­Resoluut: ‘Ik denk dat mijn kansen alleen maar groter worden.’

Topprof

Is het soms stoere praat? Het is niet zo gebruikelijk uit de mond van Kruijswijk, doorgaans voor de buitenwereld kalm en ingetogen. Hij zegt het niet zomaar. Vorig jaar beleefde hij zijn sterkste grote ronde in zijn loopbaan, die al bijna 20 jaar omvat. In de Tour werd hij vijfde, in de Vuelta ­eindigde hij als vierde. Dan is het volgens hem niet meer dan logisch dat je probeert een volgende stap te maken. Dat zou wat hem betreft het ereschavot op de Champs-Élysées moeten worden.

Volgens het hoofd van de trainingsstaf Mathieu Heijboer heeft Kruijswijk recht van spreken. ‘Steven staat er goed voor. Minstens zo goed als vorig jaar. Misschien nog wel beter.’ Hij noemt zijn kopman een ‘topprof’. ‘Hij is een voorbeeld voor al onze renners. Jongens die pas bij de ploeg zitten, ­kijken hun ogen uit. Het is een metronoom. Hoe hij traint, hoe hij zijn ­leven naast de fiets inricht. Alles is ­supergeorganiseerd.’

Wout Van Aert, de meervoudig ­wereldkampioen veldrijden die zich dit voorjaar bij de ploeg voegde, was op een hoogtestage en in het Critérium du Dauphiné zijn kamergenoot. Het klikte – Kruijswijk heeft er bij de ploegleiding op aangedrongen de Vlaming in de Tourselectie op te nemen. Van Aert: ‘We zijn een beetje ­dezelfde persoon. Rustig, gefocust. Het was mooi om mee te maken, om te zien hoe een klassementsrenner met de kleinste dingen bezig is. Met voeding, met soigneren. Die onderschatten niks.’

Vraag aan Kruijswijk zelf: is hij zo’n beetje dezelfde renner die in 2016 de winst in de Giro d’Italia voor het grijpen had, maar zijn roze droom uiteen zag spatten tegen de sneeuwwand op de Colle dell’Agnello? Tikje korzelig: ‘Ik hou niet zo van vergelijken, niet met mezelf en zeker niet met 2016. Het heeft geen zin daarop terug te kijken. Ik heb dat helemaal afgesloten. Elk seizoen staat in het teken van beter worden, betere prestaties neer te zetten. Dit is 2019, dit is deze Tour.’

Mentaal sterk

In eerdere terugblikken op die weken in 2016 verklaarde de rossige ­Nuenenaar (het leidde tot zijn ergernis tot een bijnaam in de Italiaanse pers: de tweede Van Gogh) dat hij er destijds zoveel baat bij had door mentaal rustig te blijven. Aanvallen in het hooggebergte pareerde hij zonder één moment van zwakte te tonen. Zijn blik en zijn pedaalslagen straalden één boodschap uit: niemand doet hem wat, hier rijdt de beste klimmer van het hele zwikkie.

Is die rust er nu ook? ‘Ik ben 19 jaar prof. Ik weet intussen wel hoe het spelletje werkt. Ik heb geloof in eigen kunnen. Het is ook het enige waar ik greep op heb. Van dag één tot de ­allerlaatste etappe moet je je focus vasthouden. Ik weet dat ik dat drie weken kan volhouden. Het is stap voor stap gegaan. Ik was eerst niet eens een klassementsrenner, toen reed ik een keer toptien, daarna een keer topvijf. Er is telkens een uitdaging bij gekomen. Nu dus weer.’

Nummer 1

Hij is al die jaren het team trouw gebleven, vanaf 2007, toen hij begon in de opleidingsploeg van Rabobank, tot aan Jumbo-Visma, anno 2019. Slechts eenmaal heeft hij een overstap overwogen, toen Rabo zich terugtrok.

‘Dat was wel even spannend, ja, zonder sponsor. Maar het is mooi te zien hoe het team weer aan het groeien is. We doen nu op alle vlakken mee. In tijdritten, in sprints, in het klassement. Ik heb daaraan een steentje kunnen bijdragen. Als je daar deel van uitmaakt, is dat prachtig, ­zeker als je ziet waar we vandaan ­komen. Dit is de beste ploeg voor mij.’

Past het onbetwiste kopmanschap bij hem? ‘Het is niet voor het eerst dat ik in die positie in een grote ronde start. Het moet allemaal een beetje vanzelf gaan. Ik ken de meeste jongens al lang. Zij weten wat hun rol is en ik ken de mijne. Dan komt het wel goed.’ Hij laat zich naar eigen zeggen niet afleiden door de berichten over de mogelijke komst van Tom Dumoulin. ‘Ik las het en klikte het weg. Ik heb er geen invloed op. Het is aan de ploeg. We zien het wel.’

Hoofdcoach Heijboer: ‘Steven is geen patron in het peloton, nee, maar hij is wel de leider van de ploeg. Hij geeft heel duidelijk aan hoe hij het wil hebben, hij heeft zijn inbreng in de plannen. Maar het is niet iemand die zeven man ter bescherming om zich wil hebben, zoals je wel eens bij andere ploegen ziet. Hij wil het niet zo gestrest aanpakken. Als hij één mannetje op het vlakke bij zich heeft, is dat voldoende.’

Kruijswijk woont in Monaco en het gezin telt intussen twee kinderen, Perre (3) en Feline (9 maanden). Het bevalt hem goed, het bestaan aan de Côte d’Azur, vooral door de nabijheid van de bergen waardoor hij per dag 2.000 tot 4.000 hoogtemeters bijeen kan fietsen, en minder met de beau monde als buren. ‘Het is de perfecte plek om jezelf beter te maken. Die glitter en glamour zie je maar in een klein gedeelte.’

Het is de frequente lange afwezigheid die hem zwaar valt. ‘De kinderen gaan zo langzamerhand beseffen dat je weer weggaat. Hier in de Tour heb ik er niet zo’n last van, dan ben je alleen maar met de wedstrijd bezig. Maar op trainingskamp, weken aaneen op zo’n hoge berg, vraag je je wel eens af: wat doe ik hier? Moet ik niet bij mijn gezin zijn? Ik moet toegeven dat het steeds moeilijker wordt. Maar ik heb het er voor over en ik krijg thuis alle steun.’

Alpe d’Huez

In de Tour van vorig jaar stal Kruijswijk de harten van het wielerpubliek door in de koninginnerit naar de Alpe d’Huez al vroeg, op de Croix de Fer, in de aanval te gaan. Of hij weer zoiets overweegt? ‘Het zit niet in de planning, nee.’

Die dag, 19 juli, was het ook niet zijn intentie. Op de eerste klim was een grote kopgroep ontstaan. Hij versnelde in de hoop met een select gezelschap weg te geraken. ‘Het werd wel heel select: ik was in mijn eentje.’ Hij besloot er toch voor vol te gaan. Nu maar eens niet nadenken over mogelijk verlies in het klassement of de klap die toch wel komt. Hij voelde zich sterk en heeft sowieso een broertje dood aan alleen maar meerijden. Laat het eens op intuïtie zijn.

Zes kilometer voor de top van de Alpe d’Huez kwam het besef dat het niet ging lukken. Achter hem had Sky de jacht geopend, Tom Dumoulin, ­Romain Bardet, Mikel Landa en Vincenzo Nibali reden mee. Zijn snelheid was te laag, de tank raakte leeg. Hij moest blijven knokken om zijn kansen voor het klassement niet te verspelen. Hij werd tiende, op 53 seconden.

‘Ik heb er op het moment zelf niet erg van genoten. Die massa’s langs de kant, de euforie, het gaat langs je heen. Je wilt alles goed doen. Op tijd eten en dringen, je energie verdelen, je voorsprong in de gaten houden. Achteraf kreeg ik veel complimenten, ook van renners. Dat het een mooie gewaagde actie was. Maar ik had graag gewonnen als Geraint Thomas; de hele dag in het wiel en op de streep de snelste zijn. Maar wat zeker telde is dat ze me serieus hebben genomen. Ze waren er niet gerust op. Ik heb die dag bewezen dat ik ertoe doe.’

In 2017, een jaar na zijn mislukte Giro, zocht hij rechtzetting in Italië. Het liep uit op een deceptie. Hij reed rond met een barstje in een van zijn ribben, een erfenis van een val, en moest aan het eind ziek opgeven. Het was de Giro die Dumoulin won. ‘Het was zuur, ja. Ik had die eerste Nederlander kunnen zijn. Ik was zwaar teleurgesteld toen. Het maakte mij echt niets meer uit wie hem wel won.’

En nu, dit jaar? Dumoulin er dit keer niet bij en hij het geel in Parijs? ‘Ja, dat zou een droomscenario zijn. Ik geloof wel dat er anderen zijn die ­misschien meer favoriet zijn. Maar ik ga er alles aan doen.’

Sterk in etappekoersen

Steven Kruijswijk (32) is bezig aan zijn tiende jaar als wielerprof. Zij beste resultaten behaalde in de grote etappekoersen. In de Ronde van Frankrijk eindigde hij vorig jaar als vijfde, in de Vuelta werd hij vierde en in de Ronde van Italië werd hij in 2016 eveneens vierde. Vorig jaar won hij in de Tour ook een etappe. In de Ronde van Zwitserland legde hij tweemaal beslag op de derde plaats, in 2011 en 2017. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden