Sterkte met je knie

Salo Muller, fysiotherapeut van Ajax tijdens de gloriejaren van de club, schreef een boek over zijn herinneringen. De afgelopen weken moest hij weer vaak aan Rinus Michels denken als hij bondscoach Marco van Basten in de dug-out zag staan....

Het is 8 januari 1972, Ajax speelt tegen FC Den Haag. De bal belandt vanuit de Ajax-achterhoede op de linkerflank, Johan Cruijff passeert Den Haag-verdediger Kees Weimar en lobt de bal vervolgens behendig achter keeper Ton Thie. Wondergoal. Maar wat vooral intrigeert, is dat merkwaardige witte lint dat Cruijff tijdens zijn dribbel in zijn rechterhand houdt. ‘Weet je wat dat was?’, vraagt Salo Muller, destijds fysiotherapeut bij Ajax. ‘Dat was een kousenbandje. Cruijff kwam naar de kant om z’n kousen op te binden. Op het moment dat ik een strookje gaasverband voor ’m afscheurde, zag ik dat Wim Suurbier een pass gaf. Ik riep in een flits: “Johan, achter je.” Hij draaide zich om, met het bandje nog in zijn hand, en maakte zijn mooiste goal ooit.’

Salo Muller (70) lacht trots, alsof hij het doelpunt zelf gemaakt heeft. Veertien jaar lang – van 1959 tot 1972 – werkte hij als masseur/verzorger voor Ajax. Hij maakte de grote successen van nabij mee en stelde zijn herinneringen eerder dit jaar te boek in Mijn Ajax.

Hij was nog student aan de Vakschool voor Heilgymnastiek en Massage toen zijn docent Jan Rodenburg hem vroeg of hij assistent bij Ajax wilde worden. Muller hoefde er geen seconde over na te denken. Wie zei er nou nee tegen Ajax? Maar hij was sprakeloos over wat hij bij de club aantrof. Op de Academie hadden ze het hem allemaal keurig bijgebracht: altijd handen wassen, ringen en horloges af en natuurlijk een schone witte jas aan. Daar hadden ze bij Ajax nog nooit van gehoord. Handen wassen? Er was niet eens een wasbak. ‘Als je de één gemasseerd had, ging je met diens zweet nog aan je handen gewoon door naar de volgende. Dat was voor die jongens normaal.’

Muller wilde een massagebank, liet hij het bestuur weten. En een warm bad, voor na de massage. En hij kreeg zijn zin. Er kwam zowaar een rode lamp, en er werden verbandstoffen aangeschaft.

Pas toen in januari 1965 Rinus Michels aantrad als trainer, werd de verzorging professioneel. Logisch, zegt Muller. ‘Michels was zelf fysiotherapeut geweest. Die begreep het.’ Er werd een arts aangetrokken (de fameuze dokter Rolink), er kwamen zelfs twee massagebanken. Muller mocht ook een pedicure inschakelen voor de verzorging van de voeten van de spelers.

Michels professionaliseerde Ajax in rap tempo. Voetballen was in zijn ogen een vak, dat met straffe structuur en regelmaat beoefend diende te worden. In Mijn Ajax zijn de dagprogramma’s opgenomen die Michels voor belangrijke wedstrijden opstelde. Daarin omschreef de trainer nauwgezet hoe hij elk halfuur van de dag ingedeeld wenste te zien.

Van improvisatie wilde hij niet weten. Muller: ‘Elk toeval diende te worden uitgesloten.’ De spelers moesten bij uitwedstrijden om de Europa Cup uiterlijk om half elf ’s avonds naar bed. Van die regel werd niet afgeweken – ook niet toen de ploeg in 1966 de avond voor de return tegen Liverpool in de bioscoop de James Bond-film From Russia with Love bezocht. Een halfuur voor het einde dirigeerde de coach zijn spelers de bioscoop uit. Het was bedtijd.

Elke avond rond half elf werd Muller door Michels gebeld. ‘Dan wilde hij weten wat er speelde. “Zijn er nog dingen, Salo?” Ja, zei ik dan, de verkering van Suurbier is uit. Twee dagen later vroeg hij: “Heb je nog iets met Suurbier gedaan?” Zelf begon hij er absoluut niet over met Suurbier. Hij wilde elke emotie uitsluiten, en voorkomen dat andere spelers zouden denken dat hij iemand voortrok.’

Muller werd steeds meer deel van de tactiek, zegt hij. Wanneer Michels tijdens de wedstrijd ontevreden was over de manier waarop de corners werden genomen, dan wist Muller wat hem te doen stond. ‘Ik ging langs de lijn staan, gebaarde bijvoorbeeld naar Piet Keizer. Die liet zich dan bij de eerste de beste gelegenheid vallen. En ik het veld in: “Corners korter nemen. En vaker binnendoor gaan.” Als de scheidsrechter binnen gehoorsafstand kwam, zei ik: “Oké Piet, sterkte met je knie.” En weg was ik weer.’

Hij heeft de afgelopen tijd weer vaak aan Michels moeten denken, als hij Marco van Basten in de dug-out zag. ‘Ik heb sterk de indruk dat hij Michels imiteert. Hij heeft het script van Michels gelezen, en speelt feilloos dezelfde rol. Alleen al hoe hij stáát.’ Hij imiteert Van Basten: de rug gestrekt, de kin hoekig naar voren. ‘Dat autoritaire, die gebaren* dat is Rinus. Ook de manier waarop hij op kritiek reageert, met die lichte hoon. Dan hóór ik Michels.’

Daarmee houdt de vergelijking ook op. Want Van Basten is als trainer volgens Muller zeker niet van hetzelfde allooi als Michels. ‘Hij is zó omhoog gepraat en geschreven, dat je bijna zou gaan denken dat ie net zo goed is. Maar zijn achtergrond is totaal anders. Rinus was fysiotherapeut geweest, had lesgegeven aan dove kinderen. Hij was qua kennis en didactiek onover-troffen.’

Toen Michels in 1965 bij Ajax kwam, bungelde de club onderaan in de eredivisie. Daarna ging de progressie snel. In 1966, 1967 en 1968 werd de club landskampioen. In 1969 speelde Ajax voor het eerst in een Europa Cup I-finale, in 1971, 1972 en 1973 werd de cup daadwerkelijk gewonnen. Dat kon geen toeval zijn, opperden sommige critici. De medische staf van Ajax tastte vast dieper in de medicijnkast dan oorbaar was. De beschuldigende vinger ging daarbij naar Salo Muller, maar meer nog naar de intussen overleden Ajax-dokter John Rolink.

Muller haalt er zijn schouders over op. ‘Daar zat natuurlijk een hoop jaloezie bij. Ajax had op dat moment de beste medische begeleiding van Nederland. Mede door die begeleiding wonnen we zo veel wedstrijden. En dan valt natuurlijk al snel het woord doping. Rolink gaf zelf ook toe dat hij soms “medicijnen” voorschreef.’

Of bij Ajax ook daadwerkelijk doping werd gebruikt? Muller zwijgt, begint dan te lachen. ‘Zal ik het dan maar gewoon eerlijk zeggen? Ja! Je zou het nu doping noemen.’ Wat ze dan aan de spelers gaven? ‘Amfetaminen. Peppillen. Nu zou het niet meer mogen. Maar er is verschil tussen positieve en negatieve doping. Wat wij gaven, kon je zo bij de apotheek krijgen. Dat kwam niet via een duistere soigneur uit België. Rolink gaf het ook aan spelers van Feyenoord, Utrecht en Telstar. Dat zullen ze nu wel ontkennen, maar het is echt waar. En hij behandelde boksers, wielrenners, schaatsers en zwemmers.’ Nee, namen noemt Muller niet. ‘Ga zelf maar na wie toen de groten waren.’

Zelf heeft hij ook weleens wat toegediend, in opdracht van Rolink, zegt Muller. ‘Bij de lunch moest ik soms een pilletje geven. Totdat ik zei: ik doe het niet meer, als ik niet eerst precies weet wat erin zit. Sommige spelers weigerden ook. Benny Muller, Henk Groot en Klaas Nuninga namen nooit iets. ’

Wat vond Michels ervan? ‘Ik ben ervan overtuigd dat Michels en het bestuur het altijd geweten hebben. Je moet het ook niet groter maken dan het was. Als een speler moe was, kreeg hij van Rolink een pilletje waardoor hij weer wat fitter werd. Diezelfde dingen schreef hij voor aan directeuren van Philips, om door lange vergaderingen heen te komen. Je vermoeidheid gaat over, je hoofdpijn verdwijnt. Eigenlijk niks bijzonders. Cruijff had weleens last van zijn enkel. Dan kreeg hij een injectie waar mogelijk een stimulerend effect vanuit ging. Soms gaf hij ook gewoon placebo’s. Een speler als Neeskens liep normaal al de plaggen uit de mat. Als je die iets had gegeven, had ie de cornervlaggen uit de grond gerukt. Sjaak Swart kwam een keer vragen: “Doe mij net zo’n ding als vorige week.” Kreeg hij gewoon zo’n zelfde aspirientje.’

Maar het succes van Ajax is dus toch mede op doktersrecept tot stand gekomen? ‘Het zal er zeker deels mee samenhangen. Maar buiten dat was het natuurlijk vooral een heel goed team.’

In oktober 1972 kwam er een plotseling einde aan Mullers werkzaamheden bij Ajax. Hij had naast Ajax een eigen praktijk als fysiotherapeut en vond het tijdsbeslag van de club niet langer in verhouding staan tot de verdiensten. ‘Ik verdiende bij Ajax 2 gulden 40 per uur.’ Toen het bestuur weigerde hem tegemoet te komen, stapte hij op. ‘Ik ben er twee jaar ziek van geweest. Ik had huilbuien, was depressief. Het was verdriet, echt verdriet. Ik miste mijn Ajax, mijn jongens.’

In het Ajax-stadion kwam hij nooit meer. Dat zou maar oude wonden openrijten. Totdat Michels, Sjaak Swart en Piet Keizer hem een jaar of vijf geleden vroegen om bij Lucky Ajax te komen, de vereniging van oud-Ajaxspelers. ‘Eigenlijk moet je daarvoor voetballer zijn geweest en minstens honderd wedstrijden in het eerste hebben gespeeld.’ Tot zijn verrassing werd hij bij Lucky Ajax gehuldigd. ‘Na afloop zei Keizer: ‘Nou niet meer zeiken, Salo. Vanaf nu gewoon zondags naar Ajax komen.’ Dat doet Muller sindsdien trouw.

En daar, op de tribune, zit hij toch vooral te kijken naar de verzorgers. Die doen het allemaal anders dan in zijn tijd. ‘Als ik zie dat een speler een schop krijgt, blijf ik hem daarna consequent volgen. Dat was vroeger al zo. Ik miste daardoor heel vaak de goals. Als een speler slecht liep, ging ik al met m’n spons en mijn waterzak aan de lijn staan. Nu zie ik die therapeuten gewoon onverstoorbaar de bal volgen. Pas als de scheidsrechter fluit en op een geblesseerde speler wijst, staan ze op uit hun verwarmde business-classstoelen en wandelen ze op hun dooie gemak het veld in.’

Dat is anders dan in zijn tijd. ‘Ik voelde zo’n schop bijna in mijn eigen been. Ze vallen tegenwoordig ook veel eerder. Neem zo’n Robben, da’s toch een watje. Michels zou zich daar kapot aan geërgerd hebben. Robben had bij hem voortdurend hoge boetes gekregen. Dat weet ik zeker. Ik kom nog uit de tijd van de harde bikkelaars. Voetbal is geen sport voor huilebalken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden