Sterke opmars van de vrouwen

Een vergeelde foto met bridgende vrouwen uit de jaren vijftig. Keurige bloemetjesjurken, stijve mantelpakken, parelsnoeren, het haar netjes in het permanent....

Vrouwelijke bridgers heetten tot ver in de jaren zestig 'dames'. Nationale onderonsjes, een enkele Holland-België. In de eerste dertig jaargangen Bridge, het maandblad van de NBB, nauwelijks spelmateriaal. Advertenties tonen de positie van de vrouw. Een tafel met bridgende mannen en daaromheen de gastvrouw die hapjes en drankjes aanbiedt. Mondjesmaat aandacht voor bridgende vrouwen die in aantal het wonnen van de mannen. Ook nu, november 1999, is 53% van de 110.000 NBB-leden van het vrouwelijke geslacht.

Bij de eerste zeventien EK's (de eerste in Kopenhagen 1948) was het Nederlandse vrouwenteam slechts zeven keer van de partij. Soms, bij het WK 1964 in New York, gaf de NBB geldgebrek aan als de oorzaak. Af en toe een NBB-initiatief voor de vrouwen. De beste paren uit de Oefenclub Dames in 1953 mochten als beloning een wedstrijd spelen tegen het nationale ('natuurlijk' uit mannen bestaande) team.

Het is begrijpelijk dat je een vraagteken plaatst bij de vrouwen als afzonderlijke categorie. Bridge is nu eenmaal een contactloze, niet-fysieke sport. Toine van Hoof (de Volkskrant, 1991-1995) trad net niet in de voetsporen van Jan Hein Donner ('Vrouwen kunnen niet schaken') maar haalde zich de vrouwelijke toorn op de hals met zijn stelling dat een vrouw gewoon een meesterklassebridger aan de haak moet slaan om automatisch de nationale vrouwentop te bereiken.

Dat bridgers van beide seksen elkaar ook in de liefde ontdekken heeft eerder een logistieke oorzaak. Meisjes lopen in het clubhuis van een bridgevereniging of in de zaal van een bridgetoernooi nu eenmaal jongens tegen het lijf. Bridge verdwijnt dan naar het tweede plan. Er zijn veel bridgende echtparen waarvan beide echtelieden de nationale bridgetop bereikten.

Vanaf het eind van de jaren zestig (Dublin, 1967) betreden de Nederlandse bridgevrouwen het internationale podium. Coby Hoving maakte in 1968 deel uit van het Nederlandse damesteam bij de WK in Deauville. Het verleden ligt vers in haar geheugen: 'Ik was samen met Cornelia Burghardt tweede in de competitie. Herman Filarski en Hans Kreijns nodigden ons uit voor een oefenavond. Zij vonden het beter dat ik met Jos Hogers ging spelen en zo kwam ik in het Nederlandse team terecht. Dat ik zo kort voor het WK van partner wisselde maakte niemand iets uit. De sfeer was altijd heel gezellig, amicaal. De lat van het presteren lag niet hoog. Oefenen betekende spelen. Weinig aandacht voor de theorie. Voor ons was het tafelspel, de psychologie erg belangrijk. Je kon in die tijd (zonder tafelschermen) tenminste zelf waarnemen of iemand op zijn stoel zat te wiebelen of zenwuwachtig reageerde. Dat telde mee bij je beoordeling. Echt trainen deden we niet vanwege drukke bezigheden; alle vrouwen in de oefenclub waren huisvrouwen met kinderen. Ik heb altijd hoofdklasse in het district gespeeld. De tijd en de ambitie om hogerop te gaan ontbrak ons.'

Coby blijft enthousiast: 'Het internationale bridge was een mooie tijd. Het plezier binnen het team stond voorop. Na 1975 ben ik in Amstelveen een eigen bridgehome begonnen en dat maakte zelf veel spelen lastig.

Zij geniet van het toekomstbeeld: 'Per 1 januari 2000 stop ik met werken, het bridgehome gaat dicht en ik vind het leuk dat in nu weer zelf ga bridgen. We (met echtgenoot Kees Mulder, een robberbridge-veteraan) zijn het niet verleerd en promoveerden een maand geleden in de parencompetitie naar de tweede divisie. We zijn een jaartje ouder maar dat belemmert ons niet om goed te spelen'.

De ontwikkeling van het vrouwenbridge komt pas in de jaren zeventig echt op gang. De verjonging binnen de bridgewereld neemt een aanvang. Van 1970 gaan veel studenten en studentes bridge spelen. De dames zijn dan meisjes en vrouwen.

De vrouw die het Nederlandse bridge in de afgelopen 25 jaar kleur gaf is ontegenzeggelijk Bep Vriend. In Andijk geboren, in Amsterdam met Petra Kaas als partner begonnen en in 1974 voor het eerst internationaal actief. Na de start van een nieuw partnership met Carla Arnolds in 1988 volgde een ongekend succesvolle serie met als hoogtepunten goud bij het EK-vrouwenparen in Menton (1993) en de wereldtitel in Albuquerque(1994). Sinds 1995 vormt Bep een paar met Marijke van der Pas dat wordt beschouwd als een van de sterkste vrouwenparen van de wereld. Bep blies ook in de 'echte' bridgewereld stevig in de bus. Drie titels bij het NK-paren, met echtgenoot Anton Maas. Drie keer winnaar van het Forbo-viertallentoernooi, waarvan de eerse keer met een vrouwen-viertal. Ook koninklijke waardering: lid in de orde van Oranje Nassau.

Vanaf het EK in Lausanne 1979 (brons) tellen de Nederlandse vrouwen zwaar mee in het internationale bridge. Met aanvankelijk Hans Kreijns als bondstrainer, in 1986 opgevolgd door Chris Niemeyer, stijgt het niveau van de nationale vrouwentop. Het spel wordt definitief sport.

Het Nederlandse vrouwenteam wint bij de Olympiade 1984 in Seattle de round-robin (gevolgd door verlies in de halve finale tegen Groot Brittannië), zilver bij het EK 1983 (Wiesbaden) en 1989 (Turku), zilver bij WK 1989 in Perth (nipt verlies tegen de VS in de finale), brons bij EK 1991 in Killarney. In 1998 (Hammamet) sneuvelde Nederland bij het WK in de kwartfinale tegen Frankrijk.

Van 9 tot en met 23 januari 2000 neemt het Nederlandse team op Bermuda deel aan het wereldkampioenschap voor vrouwen-landenteams, de Venice Cup. Aan Bep Vriend/Marijke van der Pas, Jet Pasman/Anneke Simons en Martine Verbeek/Wietske van Zwol, met coach Chris Niemeyer en Ed Franken als non playing captain, de taak deze eerste hoge hindernis van het nieuwe millenium met goed resultaat te nemen.

Tijdens het WK 1989 in Perth werkte Ellen Bakker een deelscore subtiel af (diagram 1).

Zie diagram 1

westnoordoostzuid

2pas2pas

2paspas3 paspaspas--

West kwam uit met B voor het aas in zuid. De leider, Ellen Bakker, begon met A als safetyplay tegen H-sec in west. Zij stak over naar H en speeelde harten uit de dummt, oost 10, voor V in zuid die met harten naar H van slag ging. Oost speelde V voor het aas in de dummy. Uit de dummy een klaveren voor 10 in oost, in zuid een schoppen weg. Oost nam ook V mee, uit zuid de laatste schoppen weg, en moest gedwongen ruiten spelen. Zuid raadde goed, speelde een kleine ruiten, en had negen slagen.

Bep Vriend is een rustige, weloverwogen speelster die actie niet schuwt als de tegenpartij in de fout gaat (diagram 2).

Zie diagram 2

westnoordoostzuid --pas11SA pas3pas3SA dblpaspaspas

Tijdens de finale van het WK-paren in Albuquerque (1994) drukten medekanshebbers Mitchell/Kearse (VS) door naar een hoge 3SA. West, Vriend, was op haar post. Zij onderstreepte haar inzicht door niet uit te komen in de hartenopening van partner, Carla Arnolds, maar een schoppen op tafel te leggen. Oost won de eerste slag met 10 en legde een vernietigende V op tafel, H en A. West speelde harten door voor 9 in oost die nog drie hartenslagen opnam en met klaveren van slag ging. Na AHV speelde de leider A en ruiten voor H van oost die H moest brengen. Vier down en alle matchpoints.

Dit is de elfde aflevering van een terugblik op bridge in de twintigste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden