St Andrews, het ultieme golfen op de grens van zee en stad

De vier mannen nemen hun petje af, en schudden elkaar de hand. Zo hoort dat, dat hebben zij gezien bij de professionals op tv. Maar alleen een handdruk is te weinig voor zo’n historisch moment, beseffen zij al snel, en dus klemmen zij onhandig hun medespelers, hun vrienden, tegen de borst.

Ze kijken voor de zekerheid nog een keer rond. Ja, ze zijn er echt. Het decor is geen dagdroom, het decor om hen heen is van zand, van steen, van gras vooral. Kort gemaaid groen gras.

De wind waait de haren door de war, de zon heeft hen een kleur gegeven, het gras ruikt zoals gras ruikt. En zij hebben er op gespeeld. Waar de groten der aarden liepen, daar liepen zij. Waar de groten der aarde in een ‘bunker’ lagen, daar lagen zij ook. En waar de groten der aarde hun laatste putt maakten, daar deden zij dat zojuist ook.

‘De Old Course van St Andrews’, zegt Mike Woodcock van de St Andrews Links Trust, ‘is niet de moeilijkste golfbaan ter wereld. Het is niet de baan met de meest dramatische holes, en er zijn banen met een mooier uitzicht. Maar alleen de Old Course heeft de geschiedenis die van een golfbaan heilige grond maakt.’

Home of Golf

Heilige grond, want de ‘Home of Golf’; daar waar het allemaal begon. Schotten mogen dan niks ophebben met borstklopperij, wars zijn van pretenties, deze plaats in de sportgeschiedenis laten zij zich niet ontnemen. Dit stuk land, deze links, op de grens van zee en stad, wordt door miljoenen golfliefhebbers wereldwijd aanbeden en zal over anderhalve week, tijdens de 150ste editie van ’s werelds belangrijkste golftoernooi the British Open, alle ogen op zich gericht weten.

Ooit, in 1123, werden de grond door Koning David van Schotland aan de mensen van St Andrews geschonken. Want wat moest hij ermee? Gewassen groeiden er niet, koeien wilden er niet grazen, slechts wat schapen struinden de duingrond af. Waardeloos land. De ironie van de geschiedenis: nu betalen mannen en vrouwen met liefde de 130 pond die moet worden neergeteld voor een rondje golf.

In de Middeleeuwen werden balspelen populair, en als je dan toch een stuk grond hebt liggen, dat je verder nergens voor gebruikt, waarom dan niet daar te spelen? Vooral golf werd razendpopulair. Zo populair dat koning James II het in 1457 verbood. Het ging ten koste van de boogschutterstrainingen van de mannen.

Niemand die er zich wat van aantrok. Tussen de bosschages van de links ontstond een golfbaan, die in 1764 zijn definitieve aantal holes kreeg: 18. Sindsdien is er aan de route van de baan nauwelijks iets veranderd.

Very Scottish

Zo simpel als de naam, zo eenvoudig van opzet is de baan. Negen holes heen, negen holes terug. Bijna nergens is de baan vlak, altijd hobbelt ie maar voort. Als een tafellaken dat is uitgegooid en niet is gladgestreken. En waar vroeger de schapen het gras hebben vertrapt en weggevreten, daar zijn nu de bunkers, de zandhindernissen. Nauwelijks waterpartijen, geen bloemenpracht, maar spelen tegen het landschap en het weer. Golfen op z’n basaalst.

‘Very Scottish’, zegt Woodcock. ‘Geen opsmuk, niet dat flamboyante. Toen er in 1891 wegens grote drukte op de baan, een nieuwe werd aangelegd, ging die de New Course heten, en de bestaande werd de Old Course. Pragmatisme ten top.’

Een groep van tien oudere Amerikaanse mannen laat zich voor het 19de-eeuwse clubhuis van de Royal and Ancient Golfclub, de exclusieve herenclub die tot op de dag van vandaag de golfregels bepaalt, op de foto zetten door de vrouw van een van hen, die vandaag is ingevlogen. Tien banen hebben ze gespeeld in Schotland, in negen dagen. Hoe de Old Course was? ‘Holy cow! Om te staan op het bruggetje bij de zeventiende, en dan te denken aan al de spelers die daar gestaan hebben. We hebben heel Schotland doorkruist, en hoewel de baan niet eens moeilijk is, there’s nothing like this.’

Universiteit

St Andrews ligt niet bepaald in het hart van Europa, er komen geen belangrijke rivieren bij elkaar, het is geen metropool want telt slechts zo’n 15 duizend inwoners, maar altijd heeft het mensen in groten getale naar zich toe weten te trekken. De kathedraal, nu niet meer dan een ruïne, was ooit de grootste van Groot-Brittannië, een belangrijk pelgrimsoord in de 12de en 13de eeuw. De universiteit is al vele eeuwen toonaangevend, de meest prestigieuze van het koninkrijk na Oxford en Cambridge. En nu zijn er de golfbanen die St Andrews wereldfaam bezorgen.

In het stadje draait het om golf. Elke inwoner en student van de stad kan het hele jaar door voor 170 pond op alle zeven banen van de St Andrews Golf Links spelen. Het maakt dat de huizenprijzen de hoogste van Schotland zijn. Op straat klinkt het geluid van ijzer op ijzer in de golftassen die voorbijgangers op hun rug dragen. Vlak bij elkaar: het clubhuis van de Royal and Ancient Golfclub, de Ladies Golf Union, de Rotary, de McAndrew Golfshop, de Old Course Golfshop, de Old Tom Morris Golfshop, het British Golfmuseum.

En Dunvegan Hotel. Een pub waar het WK voetbal uitgaat, zodra de voorbeschouwing op een golftoernooi begint. Waar een zoon zijn oude vader mee naartoe neemt, zodat hij, voor de duur van een kopje koffie, want meer kan de oude man niet aan, even naar het golfen kan kijken. Hoe kreupel hij ook overeind komt, zijn ogen stralen van genot.

Verderop zitten vier Canadezen van rond de vijftig. Een van hen heeft een afzichtelijk, roze geruit jasje aan. Het blijkt de trofee die al 25 jaar naar de winnaar van het clubje gaat. ‘We kennen elkaar van de universiteit. We gaan al een kwart eeuw met elkaar op golfweekend. Meestal gewoon in Canada, maar aangezien dit de 25ste keer was, moesten we wel naar St Andrews.’

Onderdeel van de stad

De baan is onderdeel van de stad. Letterlijk. Er loopt een weg dwars over de fairway van de 1ste en de 18de hole. Komt er een auto langs, dan moeten de golfers maar even wachten. Het winkelend publiek loopt langs de spelers die op de laatste hole staan te putten.

Op zondag, als er niet mag worden gespeeld, gebruiken de stedelingen de baan als park. Er wordt gefrisbeed, bewoners laten hun hond uit. Het stuk land behoort immers nog altijd toe aan alle inwoners van St Andrews.

Vooral de eerste en laatste hole zijn populair bij de bewoners, want die bestaan feitelijk uit niets meer dan een groot grasveld, nog in de stad. Verderop op de baan is niemand meer. Daar zijn alleen de vlaggen die klapperen in de wind. De witte markeren de eerste negen, de rode zijn voor de weg terug. Daar zijn de manshoge bunkers waar zelfs professionals hun balletje maar niet uit geslagen krijgen.

Daar zijn de beroemde dubbelgreens, twee holes op één green, omdat de weg heen dezelfde route volgt als de weg terug, verbonden door gladgeschoren fairways. En daar is het uitzicht op de ruïne van de kathedraal, op de toren van de universiteit, op het Rusacks Hotel, op de achttiende hole die recht de stad weer invoert.

‘Je voelt de geschiedenis’, zei Woodcock. ‘Man, this is history!’, zeiden de Amerikanen. ‘We moesten hier een keer spelen’, zeiden de Canadezen.

Ze hadden gelijk.

Toeristen fotograferen de beroemde Swilcan Bridge op de achttiende hole van de Old Course van St Andrews (Michiel van der Geest/ de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden