Ssst, Bas Jan is aan het putten

Golf is de snelstgroeiende sport van Nederland. Het elitaire is er grotendeels af. Het is een volkssport geworden. In het Zeeuwse Domburg slaan ook kinderen een balletje, op een golfkamp....

‘Mag ik jouw tee lenen, Bas Jan?’, vraagt Nick (12). Samen met Stef (11) en Bas Jan (11) staat hij op de green van de golfbaan in het Zeeuwse Domburg. Ze zijn net begonnen aan het praktijkgedeelte van hun golfexamen. ‘Denk aan je oefenswing’, zegt golfpro Ben, die toekijkt hoe Nick – amper een half hoofd groter dan zijn golftas – zijn eerste balletje put. ‘Yes.’ Nick maakt een sprongetje.

Verderop spelen Valentijn (12), Emma (12) en Boudewijn (10) een serieus potje golf. Zij hebben hun gvb al, het golfvaardigheidsbewijs dat elke speler nodig heeft om de baan op te mogen. De zes kinderen zijn een weekje op golfkamp via kinderkampenaanbieder Simba. ‘We organiseren deze kampen voor het tweede jaar’, vertelt directeur Iddo Schoen. ‘Kampen voor voetbal, surfen en paardrijden hadden we al, maar er bleek ook een markt voor golfkampen te zijn.’

Vorig jaar kwamen er tien kinderen, dit jaar tachtig. Het zijn volgens Schoen voornamelijk kinderen die het golfen ‘van huis uit meekrijgen’, van ouders ‘met banen in het hogere segment’, met eigen golfsets ‘van een eurootje of 1.000’. Een kamp is leuk, goed voor de sociale vaardigheden, zegt Schoen. ‘En als ze dan ook nog hun gvb kunnen halen, vinden ouders dat helemaal mooi meegenomen.’

Je noemt het geen stick vandaag hè, fluistert de kampleidster Bas Jan nog snel in voordat hij aan zijn theorie-examen begint. ‘Eh’, giechelt hij, ‘waarom ook alweer niet?’ ‘Vanwege de etiquette’, antwoordt Valentijn. ‘O ja.’ De kinderen weten precies hoe het hoort op de baan. Een broek tot over de knie, shirts met een kraagje, en als je iets tegen iemand wilt zeggen, loop je naar hem toe, je gaat niet staan schreeuwen.

Toch roept Stef even later net iets te hard en tegen niemand in het bijzonder: ‘Moet ik mijn bal nou gaan zoeken?’ Nick schiet naar hem toe: ’Ssst, Bas Jan is aan het putten. Even wachten.’ ‘O shit’, klinkt het daarna ingehouden. De bal van Bas Jan schiet voorbij de hole, zo het struikgewas in. ‘Ik bedoel: nou zeg’, corrigeert hij zichzelf, terwijl hij opkijkt of golfpro Ben hem heeft gehoord.

Rafael van der Vaart
Golf is veruit de snelstgroeiende sport van Nederland en wordt alleen maar populairder. Nederland is weliswaar nog geen Amerika, waar een op de tien mensen golft en Tiger Woods onder kinderen populairder is dan Rafael van der Vaart hier. Maar golf is sinds kort wel volkssport nummer drie, na voetbal en tennis, met naar schatting 350 duizend beoefenaars.

Vorig jaar kwamen er bijna twintigduizend geregistreerde golfers bij, vertelt Jeroen Stevens, directeur van de Nederlandse Golf Federatie (NGF). Ook het aantal banen, of ’golfaccommodaties’ zoals Stevens het noemt, is exponentieel meegegroeid. Het zijn er al bijna tweehonderd. Zo’n baan neemt algauw een hectare of 60 in beslag – een oppervlakte van zo’n negentig voetbalvelden. Gemiddeld is de Nederlandse golfer 35 jaar, hij is bijna net zo vaak een zij en komt iets vaker uit Brabant dan uit een andere Nederlandse provincie.

Stevens (handicap 7, ‘is iets achteruitgegaan omdat ik te veel werk’) ziet de verklaring van de snelle groei van zijn sport in de individualisering van de maatschappij. ‘Het is helemaal van deze tijd. Je speelt geen wedstrijd tegen de ander, maar tegen jezelf. Je bent lekker buiten, je loopt een aantal kilometers. En wat mensen ook prettig vinden: je kiest je eigen tijden, je partner, hoe lang je speelt, waar je speelt en wanneer je speelt.’

Golf is al jaren de favoriete tweede sport van veel topsporters. Bijna alle profvoetballers golfen in hun vrije tijd. Het geeft rust, vraagt zelfbeheersing en concentratie, en het is – minus het gevaar van rondvliegende golfballen – weinig blessuregevoelig. Mede door de golfende voetballers wordt golf steeds meer als een ‘gewone’ sport gezien, denkt Stevens. ‘Het elitaire karakter neemt af. Het is veel toegankelijker, er zijn meer banen, en je kunt bijna overal gewoon lid worden zonder door een zware ballotage te gaan.’

Belangstellenden leren het kennen door vrienden, ouders of werk. Door het handicapsysteem kan iedereen tegen elkaar spelen, van stuntelende beginner tot bijna-pro. Stevens: ‘Je ziet steeds vaker bedrijven die voor een golfclinic kiezen als uitje. En het is net als met skiën: zodra je er eenmaal van geproefd hebt, wil je vaker. Golf is verslavend.’

‘Het is ook gewoon een balletje slaan naar een bepaald doel, niet meer en niet minder’, zegt Ramon van Wingerden, ‘in die zin is het relatief eenvoudig.’ Tot grote vreugde van het hoofd Jeugd van de NGF groeit de sport ook onder kinderen – bijna 20 duizend kinderleden staan inmiddels bij de NGF ingeschreven. Voor kinderen hoeft de sport ook niet duur te zijn, voegt hij eraan toe. ‘Ik heb net bij de Makro voor mijn oudste dochter van 4 een golfsetje van 9 euro gekocht.’

Van Wingerden (handicap 5) denkt dat kinderen steeds jonger met de sport in aanraking komen, omdat meer en meer jonge ouders beginnen met golfen.

‘Voor veel dertigers met een hectisch leven is golfen dé manier om met vrienden iets leuks te doen en even bij te praten. De kinderen nemen ze gewoon mee. Dat begint dan met zandtaartjes bakken in de bunkers op de baan, en op een gegeven moment slaan ze hun eerste balletje. Er zijn kinderen van 5 die al een golfvaardigheidsbewijs halen.’

Ruitjesbermuda’s
Golf als jongste volkssport: het is niet de eerste gedachte die opkomt bij een bezoek aan de Domburgsche Golfclub in Zeeland. In de oase van rust die daar heerst, wandelen welgestelde senioren met kniekousen en ruitjesbermuda’s over de fairway. Zij spreken op fluistertoon met elkaar en kijken argwanend op zodra ‘buitenstaanders’ het terrein betreden. Tijdens een verblijf van twee uur wordt de verslaggeefster tot vier keer toe voor een verdwaalde duintoerist aangezien – ‘zijn we zomaar aan de wandel, juffrouw?’

Maar Domburg is dan ook een besloten club, waar leden nog speciaal moeten worden voorgedragen bij een ballotagecommissie, en de startinleg voor het lidmaatschap (in de vorm van een borg, die bij vertrek weer wordt uitgekeerd) gemakkelijk vijf cijfers telt.

Stevens: ‘Ik zou de woorden elitair of exclusief niet gebruiken, maar ik begrijp dat het zo kan overkomen.’ Oude golfclubs zijn baas over het eigen terrein, legt de NGF-directeur uit – het zijn gesloten gemeenschappen. ‘Er zijn ook tennisbanen waar je alleen maar wit mag dragen, en daar mag ook niet zomaar iedereen binnenlopen om een balletje te slaan, dan moet je ook lid worden.’

‘Elitair? Welnee, kijk eens om je heen. Het heeft hier een hoog bier-bitterballengehalte, hoor.’ Zegt Patty Smit (handicap 8,5; ‘ik wil nog hoger, jezelf verbeteren is verslavend’), die verantwoordelijk is voor de sales en marketing bij golfclub Spaarnwoude. Smit – spijkerbroek, hakjes, onstuimig blond kapsel – ziet net zo vaak ‘captains of industry’ als ‘tegelleggers met tattoo’s’ op de baan.

Golfbaan Spaarnwoude is de grootste commerciële golfbaan van Europa. Gelegen langs de A9 tussen Haarlem en Amsterdam, telt het multiplex 66 holes, een oppervlakte van 145 hectare en 400 duizend bezoekers per jaar. Een bezoek moet het zichtbare bewijs leveren van de status volkssport nummer drie. Het begint goed. Zomeractie, staat er op een bord bij de entree. ‘Onbeperkt spelen op de A-, B- en F-holes. Gratis pannenkoek voor de kinderen.’ Groepskortingen, gvb-vrije zones, hamburgers met frieten: Spaarnwoude doet er alles aan om zoveel mogelijk mensen te trekken, vertelt Patty Smit. ‘Die pannenkoekenactie loopt als een tierelier.’

Wie wil golfen, moet een vaardigheidsbewijs (gvb) halen, maar een kostbaar lidmaatschap bij een vereniging is geen noodzaak meer. Van oudsher was de golfer lid van een baan, maar dat begint te veranderen. De groep ‘vrije golfers’, zonder baanlidmaatschap, groeit. ‘Het zijn mensen die maar een paar keer per jaar spelen en niet aan een plek gebonden willen zijn’, vertelt NGF-directeur Stevens. Omdat de drempel is verlaagd, ontdekken steeds meer mensen ‘de lol van het spelletje’. Je kunt tegenwoordig bij de Aldi al voor 200 euro een goede golfset kopen. Met de toevoeging ‘getest door profs’.

Veruit de meeste banen zijn nog privaat, maar er verschijnen steeds meer commerciële banen. De drie commerciële partijen die in Nederland banen uitbaten, zijn Golf Management Group (5 banen), Het Rijk (4 banen) en Burggolf (9 banen). Commerciële partijen leven bij uitstek van vrije golfers, want bij een commerciële club moet omzet worden gedraaid.

Een rondgang langs de banen in Spaarnwoude maakt duidelijk dat de spijkerbroeken en T-shirts hier inderdaad naast de ruitjesbermuda’s en V-halstruien spelen. Ook het terras kent een gemêleerd publiek. Twee vrouwen in klassieke golfsnit komen aangelopen. In hun blondgrijze haren dragen ze identieke witte zonnekleppen. ‘Wat wil jij drinken Marlène?’ ‘Dolgraag zo’n Oraan-gina. Even een suikerlift hoor.’

Willem (50, handicap 28,2) – spijkerbroek, kettinkje, rijkelijk gebronsd – overziet het terras alsof hij de tent bezit. Naast hem zit Jorrian (40, ‘nog geen handicap’). De derde man is net weg, wat betekent dat het ‘werkoverleg’ van het management van zijn afvalverwerkingsbedrijf erop zit.

Het drietal golft om ‘te netwerken en relaties te onderhouden, zowel zakelijk als privé’. Willem golft (uitgesproken met een Noord-Hollandse g, ‘net als in geranium’) het langst, al zes jaar. ‘Ik dacht óók: golfen, da’s kak, maar dat blijkt allemaal beeldvorming. Kijk nou’, knikt hij met zijn hoofd in de richting van het Cubaanse bandje dat het terras opluistert, ‘het is hier zo gemoedelijk, zo’n goede sfeer.’ Jorrian voetbalt ook nog, maar het golfen bevalt hem goed. Lachend: ‘Ook in golf kun je je frustraties kwijt. Even lekker lekker meppen tegen een balletje.’ Willem: ‘En het is zo lekker buiten. Vanmiddag hebben we een haas gezien en vorige week een vosje.’

ANWB
Vaak zijn vrije golfers wel lid van een virtuele vereniging, die bijvoorbeeld gvb en handicapregistratie faciliteert. De grootste daarvan in Nederland – een bewijs voor de vervolksing van de golfsport – is verrassend genoeg de ANWB. ANWB Golf, opgericht in 2004, is met zijn twintigduizend leden niet alleen de grootste, maar ook de snelst groeiende golfvereniging.

De ANWB – toch vooral bekend van eerste hulp bij autopech, fietsroutes en kampeertips – levert zijn leden veel golf voor weinig geld. ‘Zo gaat dat vaak met de ANWB: als wij ergens mee beginnen, zijn we al snel de grootste’, zegt een woordvoerder. Met 3,9 miljoen ‘gewone’ leden heeft de bond een flink potentieel om verder te groeien.

Onze mensen fietsen en wandelen. Ze houden van ‘openluchtrecreëren’, dan houden ze vast ook van golf, dacht de ANWB vijf jaar geleden. Een lidmaatschap van de virtuele golfclub van de ANWB kost een kleine jaarlijkse bijdrage (60 euro). Vervolgens kan de golfer bij alle aangesloten clubs spelen tegen betaling van een lokaal baantarief, pay & play geheten. Inmiddels zijn al zo’n zestig banen – ook private – aangesloten bij ANWB Golf. Niet alle banen willen zich openstellen voor ANWB-golfers, vertelt de woordvoerder. Sommige wensen hun baan exclusief te houden. ‘Het is een kwestie van voortdurend onderhandelen.’

Een paar tafels verder op het terras in Spaarnwoude nemen Bart (24) en Rolf (28), beiden piloot, beiden zonder handicap, net de eerste slok van hun biertje. ‘We hebben veel vrije tijd overdag, omdat we onregelmatig werken. Golf leek ons de ideale sport’, zegt Rolf. Bart: ‘Tien jaar geleden was het kak, nu kom je ermee weg. Hoewel we overdag tussen alle pensionado’s wel veruit de jongste zijn.’

Ook het echtpaar Ton en Jitte (60 en 57) en hun vriend Paul (46) zijn onlangs begonnen met golfen. De fysiotherapeut, huivrouw/endermologe en eigenaar van een IT-bedrijf kregen een cursus cadeau van vrienden. ‘Tot een jaar geleden moest ik er niet aan denken’, zegt Jitte, ‘ik vond het een ballensport.’ Paul: ‘Dat was het ook.’ Ton: ‘Maar hier is het prettig, je kunt hier jezelf zijn, hier komt een goede dwarsdoorsnee van de bevolking. Bij de Kennemer is het toch meer dure auto’s en ruitjesbroeken. En dan is het ‘niet chic’ om aan de bar je drankje af te willen rekenen.’ ‘Wat ook fijn is’, vult zijn vrouw hem aan: ‘Als we dit eenmaal onder de knie hebben, kun je tot je 80ste door. Desnoods ga je met een kunstheup de baan op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden