Spuitende surfers op West-Friese racebaan

Plankzeilen..

Van onze verslaggever John Volkers

medemblik De planken gaan tegen het middaguur te water. De surfers gaan ‘spuiten’, ‘speed’ produceren. Want er staat windkracht 5 tot 6, met uitschieters naar 7, en het IJsselmeer bij Medemblik is dan een ideale racebaan.

Bondscoach Jochem Brenninkmeijer trekt het gas van zijn Tornado-volgboot fors open. Hij moet wel, want zijn pupillen, wereldkampioen RS:X Casper Bouman, wereldtopper Joeri Passchier en neo-international Dorian van Rijsselberge, geven hun planken de sporen.

Met 30 knopen lopen we in met onze boot, met 28 raken we achterop. Het drietal vaart aan de wind 29 knopen, bijna 54 kilometer per uur. De golfslag is bij de buien die van het West-Friese vasteland het IJsselmeer opdrijven ook stevig. De surfers moeten hun beste voetenwerk leveren om de plank vlak te houden.

De RS:X van Neill Pryde, het board dat na de Spelen van 2004 de olympische status kreeg, is een wat platte, opgerekte pannenkoek die met de wind eronder en op de kam van de golf de neiging krijgt te liften, te vliegen. Vliegen betekent snelheidsverlies. Het is ‘drukken, drukken’ voor de mannen. De tegendruk van de vin valt bij deze snelheden soms ook lastig te overwinnen.

Ver achter onze boot, als Brenninkmeijer de startboeien voor een oefenrace is gaan leggen, gaat Passchier de lucht in en valt dan keihard op zijn eigen giek. ‘Die ging er hard af’, zegt de bondscoach. ‘Je mag met dit weer wel een helm op’, grapt de plankzeiler later.

Bij de uitsmijters hamkaas in de Medemblikker jachthaven klaagt Passchier met zijn onderkoelde humor (‘Ik klapte als een Duitser’) over zijn ribbenkast. We hebben hem dan twee uur lang voluit zien raggen, rammen en rauschen op het water en we vinden een vertrokken gezicht en een voorzichtige klacht helemaal niet vreemd.

De wasmachine die het IJsselmeer deze maandagse oefendag is, inspireert een ieder om alles te geven. De Nederlandse topploeg, de nummers 1 en 4 van het WK van 2006, bestond tot november uit twee mannen. Brenninkmeijer heeft zijn troepen om moverende redenen uitgebreid tot drie.

‘Ik wilde structuren en gewoonten doorbreken. Het project op scherp zetten. Casper en Joeri waren als duo wel erg gewend aan elkaar. Een derde man is dan ideaal’, zegt de bondscoach.

De derde man is een eilandbewoner, een Texelaar, de enige jonge zeiler die het de gevestigde orde lastig kan maken. ‘Het is een apenkop’, zegt Passchier. Hij heeft net een oefenrace verloren van Van Rijsselberge, die op het wilde water ook wereldkampioen Bouman te snel af is.

De komst van Van Rijsselberge – gerekruteerd door Brenninkmeijer maar nog zonder olympische status – kwam als geroepen. In januari, bij de regatta van Miami, blesseerde Bouman een grote teen. In februari haakte Passchier, kampend met motivatieproblemen, tijdelijk af.

Brenninkmeijer: ‘Het was niet te voorzien geweest, maar deze strategische zet, de verbreding van de ploeg, heeft wel gewerkt. In je eentje surfen gaat niet. Dan hadden we voor die tweeënhalve maand dat Joeri er niet bij was, echt een buitenlandse sparringpartner moeten zoeken. Nu konden we op de gebruikelijke manier doorgaan.’

Brenninkmeijer kan geweldig op zijn vingers fluiten, dat valt vast te stellen bij zijn trainingen. In de huilende wind krijgt hij zijn zeilers steeds gemakkelijk bij elkaar. Proefstartjes doet hij door de laatste tien seconden tien keer lucht langs de vingers uit te stoten.

Bouman test deze morgen nieuw materiaal. De planken zijn confectie, net als de zeilen en vinnen. ‘Je kunt zo’n spulletje zo in de winkel kopen’, zegt Brenninkmeijer. Toch zijn er verschillen, in stijfheid en in gladheid. Bouman: ‘Het mannetje op maandag heeft er misschien een haastklus van gemaakt. Dan moet je de dinsdagplank hebben.’

Vorig jaar juli is er materiaal getest in Portugal, op de zee bij Cascais, straks in dezelfde maand het terrein van de gecombineerde wereldtitelstrijd in de elf olympische klassen. Het materiaal dat op de Atlantische Oceaan met zijn grote deining is getest, is terstond apart gelegd. Brenninkmeijer: ‘We halen het voor de WK weer uit de kast. En dan zeg ik: maak ’t nou maar af, jongens.’

Het Hollandse trio – fullprofessionals – is 200 dagen per jaar op reis. Het is testen, trainen en wedstrijdzeilen. Het is een uitputtend regime. Verblijf in eigen land komt minder voor dan vermoed. Coach Brenninkmeijer moet nadenken, wanneer hij met zijn surfers voor het laatst in Medemblik is geweest, toch het Nederlandse thuishonk voor de olympische zeilers. Hij denkt er een jaar niet geweest te zijn.

Het zijn de uitkomsten van het olympisch geleide programma. Alles op alles wordt gezet om straks in Qingdao, de olympische jachthaven van 2008, succes te hebben. Materiaal is er volop. De ploeg is al twee jaar achtereen in China geweest en in augustus zullen ze er weer heen gaan. ‘Ik denk dat we daar nog wel een dagje of vijftig gaan komen’, zegt Joeri Passchier achteloos.

In Qingdao moeten ze hun weg leren vinden. En niet alleen op het water. Wereldkampioen Bouman: ‘Het is belangrijk dat je in zo’n stad een paar plekjes vindt waar je je goed voelt. Er wonen acht miljoen mensen. In de binnenstad is het echt pure gekte.’

Het water van Qingdao – door de Nederlanders wel vergeleken met het zeetje ten westen van Texel – is rustiger. Er staat weinig wind, maar er is wel veel stroming. Het is lastig overeind te blijven. Lichtgewicht Chinezen overheersten vorig jaar de olympische voorwedstrijden. ‘Als er wind staat, dan varen we ze op een rondje’, beweert Bouman.

Passchier is de man van het lichte weer. Hij weegt weegt 73 kilo, net als Van Rijsselberge. Bouman, een reus van 1.94, weegt 81 kilo. Hij kent zijn nadeel. ‘Ik ga dit jaar testen, met een boksvoorbereiding, in de sauna. Zien of ik tot 76 kilo kan afvallen.’

Bouman, de surfer met de opvallend vurige ogen, is bereid een ernstige vermageringskuur te ondergaan. Zoals Stephan van den Berg in 1984 deed, op de olympische regatta van Long Beach. Die behaalde daar het goud, nog altijd een inspiratie voor Nederlandse plankzeilers.

De strijd van de drie om de ene Nederlandse olympische startplaats zal deze zomer ontbranden bij de WK in Cascais. De Nederlanders laten de Europese titelstrijd op Cyprus schieten. Het evenement zit te dicht voor Cascais. Passchier: ‘Er is maar één wedstrijd belangrijk dit jaar. Cascais.’ Brenninkmeijer: ‘Wij hebben de vrijheid keuzen te maken in ons programma. De bond dwingt ons niet de EK te varen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden