Sprintsucces: een kwestie van pakken en doorgeven

De Nederlandse sprinters zijn meesters in het soepel doorgeven van het estafettestokje. Bij de WK willen ze weer grote landen aftroeven.

Churandy Martina traint met zijn ploeggenoten de wisseel op de 4 x 100 meter estafette voor mannen Beeld Klaas Jan van der Weij

Zes sprinters staan in een rij, dicht op elkaar, aan de rand van de atletiekbaan op Papendal. Ze houden hun benen stil, maar hun armen bewegen vlug heen en weer, alsof ze op volle snelheid rennen.

'Pak!', zegt Churandy Martina, de achterste man, plotseling. Razendsnel gaat een estafettestokje naar voren, trefzeker van hand tot hand, links, rechts, links, rechts. Pas bij de laatste wissel grijpt Wouter Brus mis. Het stokje schiet omhoog, dwarrelt door de lucht en eindigt in het gras, tot hilariteit van de sprinters.

Bondscoach Wigert Thunnissen lacht mee. De aluminium koker (30 centimeter lang, 60 gram zwaar) mag dan zijn gevallen, hij ziet chemie tussen de mannen die de 4 x 100 meter lopen. Dat is een voorwaarde om bij de WK atletiek, over twee weken in Peking, een vervolg te kunnen geven aan de sterke uitslagen van eerdere titeltoernooien: Europees kampioen in 2012, vijfde bij de Zomerspelen van Londen, en vijfde bij de WK atletiek van 2013. Ook de vrouwen kenden goede uitslagen: tweede bij de EK atletiek van 2012 en zesde in de olympische finale van Londen.

Snelheid

Die scores zijn vooral uitzonderlijk gezien het geringe aantal topsprinters in de estafetteploegen. Alleen Martina en Dafne Schippers kunnen zich individueel meten met de wereldtop. Zij zijn als enige Nederlanders in staat de 100 meter onder de respectievelijk 10 en 11 seconden te lopen. Alleen door vlekkeloos te wisselen, kunnen de andere ploegleden hun gebrek aan snelheid compenseren.

Het belang van die wissels kan bondscoach Thunnissen staven. Hij vergeleek in 2012 de vier beste individuele seizoenstijden van zijn basisopstelling met de tijden van de concurrentie. Twaalf ploegen waren sneller dan Nederland. Dat de mannen in de olympische finale toch als vijfde eindigden, (na diskwalificatie van Amerika wegens doping) was te danken aan de wissels.

Bij de vrouwen was het resultaat nog opvallender. Bij elkaar opgeteld leverden de beste seizoenstijden van de Nederlandse sprintsters ook de dertiende plaats op. De ploeg werd in de finale toch zesde door het stokje verreweg het soepelst te laten rondgaan: beter dan Amerika en Jamaica bijvoorbeeld. Nederland was 3,5 seconden sneller dan de optelsom van de beste individuele seizoenstijden. Winnaar Amerika kwam tot 2,71 seconden, nummer twee Jamaica won slechts 2,05 seconden, de slechtste score van de finalisten.

Talentprogramma's

De tijdwinst is geen toeval. Die is het resultaat van de sprintprogramma's van de Atletiekunie, waarin de estafette een sleutelrol is toebedeeld, zowel bij de jeugd als de senioren. Thunnissen bedacht in 2002 dat het via de estafette gemakkelijker was jonge atleten te motiveren voor de topsport. De discipline stelt meer atleten in staat mee te doen aan internationale wedstrijden. Bovendien zijn de limieten minder streng dan bij individuele wedstrijden.

Die gedachte vormde het fundament voor talentprogramma's voor sprinters van 12 tot 20 jaar, met regionale en landelijke trainingssessies. Jonge tieners trainen 25 keer per jaar gezamenlijk, de ouderen van november tot mei wekelijks op Papendal. De beste sprinters kunnen fulltime terecht in het nationale sportcentrum. Ook zijn er buitenlandse trainingsstages, op Tenerife of in Florida.

Vooral bij de vrouwen is het nationale niveau van de sprint enorm gestegen door die aanpak. In 2010 liepen negen atletes de 100 meter in minder dan 12 seconden. Inmiddels is Schippers met haar toptijd van 10,92 het boegbeeld van een groep van 23 atletes die dit seizoen onder de 12 seconden zijn gedoken. De meesten zijn jonger dan zij.

Bij de mannen is de progressie minder breed zichtbaar. Het hogere niveau op de sprint is te danken aan de aanwas van Antilliaanse sprinters zoals Martina, Hensley Paulina en Liemarvin Bonevacia. Nieuwkomer Solomon Bockarie is afkomstig uit Sierra Leone en heeft pas sinds kort een Nederlands paspoort. Het estafettebeleid maakt de keuze voor topsport voor deze sprinters gemakkelijker, meent Thunnissen. Ze krijgen financiële ondersteuning die ze als individueel atleet niet zouden krijgen.

Bij de WK atletiek in Peking is de finaleplaats het minimale doel van de mannen- en vrouwenploeg, zegt de bondscoach sprint. Met Martina en Schippers beschikken beide teams over serieuze topsnelheid. Om die maximaal te benutten, worden zij als tweede loper opgesteld. Op die positie moeten ze 130 meter rennen; die extra 30 meter komen voort uit de twee wissels. Gaat dat goed, dan kunnen ze een ploeg volgens Thunnissen 'vleugels geven'.

Uitvoering

Of de ploegen de finale halen, en hoog ze eindigen, hangt dan af van de uitvoering van de wissels. Hoe vaak ze die ook trainen in de bossen van Papendal, de hectische atmosfeer van een uitverkocht stadion blijft voor veel atleten wennen. De wisselzone is slechts 20 meter lang. Het vergt een precieze timing van twee atleten om het stokje op topsnelheid met gestrekte armen door te geven.

Ondanks alle training gaat het soms mis. In de finale van de EK atletiek slaagde de startloopster er vorig jaar niet in Schippers goed genoeg bereiken, waardoor het stokje viel. Inmiddels beseft Schippers dat ze zo snel op gang komt dat ze extra lang moet wachten voordat ze wegschiet.

Bij de WK in Peking vertrekt ze pas als de startloopster '17 voetjes' van haar is verwijderd. Dat is iets meer dan de helft van het gebruikelijk aantal van 30 voetjes, zegt ze. 'Degene die aanloopt, zit enorm dicht op me voordat ik weg mag. Het is best spannend als je moet wachten terwijl iemand voluit op je af komt lopen.'

WK atletiek in Peking

De Nederlandse afvaardiging naar de WK atletiek in Peking telt 23 atleten: 12 vrouwen en 11 mannen. Deze week vertrekken de eerste atleten naar Japan, waar ze willen wennen aan de tropische warmte en het tijdsverschil. In dat land zijn de faciliteiten beter dan in China, meent technisch directeur Ad Roskam van de Atletiekunie. De vrouwen maken meer kans op medailles dan de mannen: Dafne Schippers op de sprint, Sifan Hassan op de 1.500 meter en Nadine Broersen op de zevenkamp. Tienkamper Eelco Sintnicolaas is bij de mannen de voornaamste kanshebber voor een medaille. Slechts één Nederlander is ooit wereldkampioen geweest: polsstokhoogspringer Rens Blom in 2005.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden