Interview Joris van Gool

Sprinter Joris van Gool: ‘Als je tijdens de 60 meter na kunt denken, dan doe je iets verkeerd’

Joris van Gool op het NK Indoor in Apeldoorn. Beeld BSR Agency

Hij valt als witte loper op tussen de andere sprinters. Maar als het aan Joris van Gool (20) ligt, breekt hij met de vaste aannames in zijn sport. Bij de EK indoor dit weekend in Glasgow start hij op de 60 meter.

Een opvallende tatoeage siert de kuit van Joris van Gool: de helft van een ster met daaronder een aantal Japanse tekens. ‘Sprinter’ staat er, want dat is de 20-jarige Brabander. Hij werd twee weken geleden nationaal kampioen en is de enige Nederlander dit weekend op de 60 meter bij de EK indooratletiek in Glasgow.

Van Gool weet al hoe het zal gaan. Sprinten is voorspelbaar. ‘Als je in het startblok zit, dan doe je maar één ding: focussen op het startschot.’ Als dat geklonken heeft, is het een kleine zeven seconden vliegen op de automatische piloot. Eén ademteug en het is voorbij. ‘Als je tijdens de 60 meter na kunt denken, dan doe je iets verkeerd. Meestal adem je bij de start in en bij de finish weer uit.’

De sprint is over het algemeen het terrein van zwarte atleten, maar Van Gool is ervan overtuigd dat hij zich daar als witte sprinter tussen kan wurmen. ‘Het valt op dat in een olympische finale het veld veelal uit donkere atleten bestaat, maar dat betekent niet dat het op voorhand onmogelijk is om daar mee te doen. Het werkt juist motiverend.’

Van Gool heeft de wetenschap aan zijn zijde. Uit onderzoek van sportwetenschapper Yannis Pitsiladis blijkt dat er geen verband is tussen huidskleur en aanleg voor hardlopen. Christoph Lemaitre onderstreepte de visie van Pitsiladis in de praktijk. De witte atleet, in 2010 Europees kampioen op zowel 100 als 200 meter, behoort al jaren tot de mondiale sprinttop. Voor Van Gool was de Fransman een jeugdidool. ‘Omdat hij juist de blanke guy was, die er wel stond.’

Bingtian Su

Zijn huidskleur mag dan geen beletsel zijn, Van Gools lichaamsbouw is wel iets om over na te denken en de training goed op in te richten. Hij is 1.78 meter en spiegelt zich daarom eerder aan iemand als de Chinese sprinter Bingtian Su, die bij de WK indoor van vorig jaar tweede werd op de 60 meter. Ook op de 100 meter is hij snel. ‘Hij is kleiner en niet zo breed als andere sprinters. Toch loopt hij 9,91.’

Hij volgt de Chinees, die met 6,47 de snelste seizoenstijd heeft op de 60 meter, met extra aandacht. ‘Ik kan als jongen van 1.78 meter best kijken naar Usain Bolt met zijn bijna 2 meter, maar ik ga nooit zulke lange passen op de baan neerleggen.’

De prestaties van Su sterken Van Gool in zijn overtuiging dat hij met zijn lijf de wereldtop moet kunnen bereiken. Hij moet met uiterste precisie aan zijn pasfrequentie en paslengte sleutelen en heel slim trainen. ‘Het is een dun lijntje. Als je net over die grens gaat, dan krijg je te maken met blessures.’

Het moet hem meezitten. ‘Mensen die heel veel talent bezitten, lopen op een slechte dag nog steeds een goede tijd. Met minder talent moet je perfecte races lopen om hard te gaan. Dat betekent niet dat het onmogelijk is.’

Explosieve nummers

Van Gool begon als 8-jarige met atletiek in zijn Brabantse woonplaats Rijen. Als alle kinderen bekwaamde hij zich in een veelvoud aan onderdelen, van werpen tot lopen en springen. Hij merkte al snel dat de explosieve nummers hem het beste af gingen. Als 14-jarige legde hij zich toe op sprinten en hordenlopen.

Sinds zijn 17de heeft hij slechts aandacht voor de sprint. ‘Op een gegeven moment bereik je het niveau waarop iedereen talent heeft. Het laatste stuk komt echt op training aan.’ Hij ontwikkelde zich de laatste jaren razendsnel, maar weet dat het steeds moeilijker wordt verder te verbeteren. Zijn prestatiecurve zal afvlakken. ‘Hoe harder je gaat lopen, hoe lastiger het wordt om kleine dingetjes te veranderen.’

In die fase is hij nog niet aanbeland. Van Gool heeft een goede kans om mooie resultaten te boeken in Glasgow bij zijn debuut op de EK indoor. Hij verbeterde zichzelf deze winter bij bijna elke wedstrijd. Dat leidde tot een nieuw persoonlijk record bij de NK: 6,63. Slechts tien Europeanen waren dit seizoen sneller. Toch wil hij zelf niet te veel aan uitslagen of tijden denken. Hij wil vooral goede races lopen. ‘Het zal wel iets moois worden.’

Van Gool droomt van de 100 meter op de Spelen. Op zijn website staat al een tellertje dat de dagen, uren en minuten tot Tokio 2020 wegtikt, al moet hij nog flink wat van zijn beste 100-metertijd (10,29) afschaven om voor kwalificatie in aanmerking te komen. De 60 meter helpt. Hij slijpt aan zijn start, de basis van elke goede sprint. ‘In het outdoorseizoen ga ik me meer focussen op het tweede deel van de race. Dan hoop ik dat het bij elkaar komt.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden