Columnpeter winnen

Sprinten wordt met het jaar pijnlijker, het is mediteren met een mes op de keel

null Beeld

Met een deemoedig handje zwaaide Fabio Jakobsen zondagmiddag naar de rijdende camera. Het was tijdens de eerste etappe van de Ronde van Turkije. Hij was goed ingepakt tegen de kou. Ook in Turkije is de winter niet voorbij. Als de organisator niet een sneeuwvrij alternatief had gevonden voor het oorspronkelijke parcours was de rentree in het peloton met een dag uitgesteld. Dat handje vertelde het verhaal van de doodsmak in Katowice, de operaties en de revalidatie: eindelijk thuis, voorzichtig beginnen maar.

Ik moest ook meteen denken aan Dylan Groenewegen. Dylan komt in mei pas thuis wanneer hij start in de Ronde van Hongarije. Ook hij wordt voorzichtig ‘gebracht’ na de schorsing. Het trauma van Groenewegen is ernstig te noemen: ben ik überhaupt nog welkom? Dylan zal nooit meer één centimeter van zijn lijn afwijken in een massasprint, zoveel is zeker.

Jakobsen en Groenewegen hebben sinds Katowice geen contact meer gehad, begrijp ik. Ik ga er ook van uit dat hun beider ploegbazen voorlopig elk sportief contact zullen vermijden. Maar er komt een dag dat ze zij aan zij op de meet af razen. Het gaat een koninklijke sprint worden, volstrekt reglementair, die ook het trauma van de wielerliefhebber voor zijn televisietoestel enigszins zal verzachten.

Sprinters, het zijn aparte wezens. Met de eindstreep in zicht veranderen hun hersenen in chemische bommen die de realiteit terugbrengen tot een jaloersmakende eenpuntigheid. Het is mediteren met een mes op de keel.

Fabio Jakobsen probeert deze week niet alleen het vertrouwen terug te vinden in zichzelf, maar vooral het vertrouwen in anderen. Want het zijn vaak anderen die bepalen of je overeind blijft. Angst is er nog; hij zal per dag de gebeurtenissen en zijn reacties daarop evalueren met een psycholoog. Verheugend vindt hij het al wel dat het ‘meebewegen’ op de deining van het peloton geen innerlijke blokkade teweegbracht. Ha, als de tijd er rijp voor is gaat hij nog een sprintje trekken ook. Ik zal mijn ogen sluiten als het zo ver is.

De intussen gestopte topsprinter Marcel Kittel stelt dat het gedrang in massasprints alleen maar is toegenomen. Ergens tussen 2014 en 2016 zag hij het veranderen. In zíjn tijd had je hooguit drie topsprinters in een koers, nu zijn het er een stuk of tien. Er zijn dus ook een stuk of tien treintjes nodig om de massasprints te organiseren. ‘Maar de baan bleef even breed. Gevolg: complete chaos.’ En dan heeft hij het nog niet eens over het gedrag van renners.

Ja, hij heeft zich serieus moeten aanpassen qua timing en positionering om nog een sprint te kunnen winnen. ‘Geloof me, sprinten is alleen maar ingewikkelder geworden.’ Tot zover de expert.

Sprinten wordt met het jaar pijnlijker – voor renner én toeschouwer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden