Springploeg heeft wereldtitel voor het oprapen

Anky van Grunsven moet langzaam aan gaan vrezen voor haar populariteit in paardenland, want de springruiters van bondscoach Rob Ehrens komen eraan....

Ze hebben het wereldgoud in Aken voor het grijpen en kunnen vanavond, in de finale van de wereldtitelstrijd voor landenploegen de status van BN’er verwerven. Het heeft jaren geduurd, maar de pirouettekoningin krijgt eindelijk concurrentie van de mannenbroeders in het springzadel.

Verbazingwekkend was al dat Piet Raymakers, Albert Zoer, Guus Dubbeldam en Gerco Schröder op de openingsdag fier overeind bleven in het geweld dat de beste 115 ruiters op aarde ontketenden op het jachtparcours. Maar dat het kwartet ook op de tweede dag, in de landenwedstrijd, zou schitteren en zijn leidende positie in het landenklassement nog aanzienlijk zou versterken, daar kon zelfs de grootste optimist niet serieus in geloven.

Rob Ehrens al helemaal niet. De bondscoach van dienst zei aan de vooravond van de landenwedstrijd te vrezen dat de Duitse parcoursbouwer de oxers extra hoog en breed zou opstapelen om zijn springende landgenoten – die van huis uit gewend zijn aan kolossen van hindernissen – in eigen huis uit het slop te trekken en op te stoten in het landenklassement.

Hoe zouden de jonge, onervaren dieren van zijn pupillen reageren op die hoge houtstapels, en dan met name de heethoofd Okidoki, het niet altijd handelbare paard van Zoer? Ehrens was er niet gerust op, zeker toen hij bij de eerste inspectie van het parcours zijn vrees bewaarheid zag. Ontzagwekkende twee- en driesprongen, oxers die tot 1.60 meter reikten en ook nog een sloot die van oever tot oever vier meter en tien centimeter besloeg.

Weer moest Raymakers als eerste aan de bak. Om het mijnenveld alvast te verkennen voor de cracks die na hem aan de beurt waren en om zelf natuurlijk ook een gokje te wagen. De veteraan bleef lang overeind. Pas bij de voorlaatste hindernis, een met oranje ballen opgetuigde oxer, ging het mis. De vallende balk kostte hem vier strafpunten en dat werden er zelfs vijf toen hij met Curtis ook nog eens met vertraging over de meet hobbelde.

Jammer voor de veteraan, maar zijn ploeggenoten deden er hun voordeel mee. Ze wisten nu precies wat ze moesten doen, en vooral wat ze moesten laten, om de hindernisrace tot een goed einde te brengen. En dus ging het, net als dinsdag in het jachtspringen, meteen crescendo met het nationale ensemble.

Dubbeldam reikte in zijn rit met Up and Down naar de vorm die hij bezat toen hij in Sydney met De Sjiem naar olympisch goud sprong. Nul springfouten en slechts één strafpunt wegens een minimale overschrijding van de toegestane tijd.

Nog steeds geen nulrondje, maar die zouden er snel komen. Zoer leidde zijn heethoofd met vaste hand over de hindernissen en werd beloond met een vette nul. Die kreeg ook Schröder na zijn rit, maar de mooirijder kreeg nog meer: een ovatie van de vijftigduizend toeschouwers. En dat was echt niet omdat die dachten dat Schröder een van hen was.

Ehrens stond perplex toen hij de voorlopige rangschikking beschouwde. 1. Nederland, 2. op enige afstand de twee Belgen en de twee Duitsers die door de in paarden hobbyende oliemagnaat Alexander Onisjenko zijn ingepalmd en sindsdien de ploeg van Oekraïne vormen, 4. op nog grotere afstand het altijd favoriete viertal van Duitsland. Ehrens was zo perplex dat hij er bijkans in bleef. ‘Dit WK kost me bijna mijn leven.’

Dat kon, zei de bondscoach toch aardig monter, nog wel even wachten, want de klus was immers nog niet geklaard. Waarna Ehrens zijn uiterste best deed om ten overstaan van pers en pupillen de sluimerende euforie vooral sluimerend te houden. ‘Toen ik zelf nog reed, zei ik altijd: ik heb van mijn hobby mijn vak gemaakt, maar dat vak zit wel vol desillusies.’ Dacht hij de hoofdprijs binnen te halen, viel net de laatste balk of dacht zijn paard dat de sloot daar lag om in pootje te baden. Meer narigheid dan plezier, kortom.

Daarom was het nog te vroeg om het succes nu al te vieren of om over het goud te speculeren. ‘We moeten vanavond in de finale nog vier rondjes draaien. Er is nog niks van te zeggen. Alles kan morgen anders zijn’,

Waarna spreker zich excuseerde voor zijn doemdenkerij. ‘Sorry, ik ben nu eenmaal niet zo’n sprookjesman.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden