Sportieve eerzucht heeft grenzen

Nog een keer naar Japan, waar het in 1972 zo mooi was, dat leek een prachtig vooruitzicht om een ruim twintigjarige carrière als schaatscoach af te sluiten....

WYBREN DE BOER

TWEE UUR LANG spuwen de ogen vuur en een enkele keer dreigen de emoties te veel vat te krijgen op zijn stem. Maar geen moment laat Leen Pfrommer zich naar eigen zeggen leiden door frustraties en rancune. 'Ik overzie slechts de gebeurtenissen van het seizoen.' Dus als gevraagd wordt of ze hem wilden lozen, dan moet hij 'nee' antwoorden. 'Ze hadden de intentie met me verder te gaan, maar dan wel onder hun voorwaarden.'

En in die houding bespeurde Pfrommer minachting. De indruk die niemand kan wegnemen is dat ze hem wilden kleineren. 'Ze konden het niet hebben dat ik meer succes had gehad dan Peter Mueller. Dat was hun man. Ik heb aangetoond dat ik niet voor hem onder doe. Daar wil ik erkenning voor en dat verdommen ze me te geven.'

Peter Mueller, de naam komt herhaaldelijk over zijn lippen. En al probeert hij zijn stem neutraal te laten klinken, de weerzin laat zich niet camoufleren. De kiem voor de controverse werd een jaar geleden gelegd.

Aan het eind van het seizoen 1995/1996 kwam de commissie kernploegen tot de conclusie dat de sprintcoaches Van Leeuwen en Pfrommer niet capabel genoeg waren om Nederland internationaal aanzien te geven en dus diende een naam uit het buitenland te worden gecontracteerd. Pfrommer wist het, zonder dat ze het hem vertelden. 'Achter onze rug om op zoek naar een andere coach. Ja, dat stak me.'

Niettemin, toen Mueller had getekend legde Pfrommer zich neer bij de nieuwe hiërarchie. 'De tweede keus was voor mij.' Wat hij echter weigerde te accepteren was het stempel dat ze op zijn keurkorps plakten: de opleidingsploeg sprint. 'Daar heb ik tegen geageerd, keer op keer, een zomer lang. Tot ze zeiden: Leen, nou kop houden en rammen.'

'De mensen in mijn ploeg hadden zogenaamd mindere prestaties geleverd, vandaar de naam opleidingsploeg sprint. Dat vond ik een diskwalificatie van mijn pupillen. Jan Bos is wereldkampioen junioren geweest, Marianne Timmer had twee jaar kernploeg achter de rug. Zulke mensen stop je niet weg in een opleidingsploeg.

'Er viel niet over te praten. Op het laatst dacht ik stik maar, wij zullen jullie eens wat laten zien. Nu dat gebeurd is, staan de mensen van de commissie kernploegen voor schut. Die hadden gedacht: Van Velde wordt eerste bij de mannen, Nuyt eerste bij de vrouwen en ver daarachter komt de ploeg van Pfrommer. Maar het is Timmer één en Bos één.'

En dat terwijl zijn team in financieel en facilitair opzicht met minder genoegen diende te nemen dan de Mueller-clan. 'In alles werden we als tweederangs behandeld.' De selectie van de Amerikaan belegde enkele trainingskampen in Amerika en Canada, Pfrommer mocht met zijn formatie naar Winterberg in het Sauerland. Maar furieus werd Pfrommer pas echt toen aan de vooravond van het seizoen de salariëring van de rijd(st)ers ter sprake kwam.

'Er was ons beloofd dat we dezelfde rechten en plichten zouden hebben als de kernploeg. Toen Hersman, Romme en Straathof vorig jaar dreigden uit de kernploeg te stappen, is er een bemiddelingsgesprek geweest bij Aegon. Daar is overeengekomen dat alle kernploegleden een compensatiebedrag van vijfduizend gulden zouden krijgen. Timmer en Bos hebben dat geld niet gehad, ineens hadden we niet meer de rechten van de kernploeg.

Eén winter zou hij zich die denigrerende behandeling laten welgevallen. 'Ik ben dan ook weer zo ouderwets dat ik vind dat je met prestaties je gelijk moet aantonen.' Met de indrukwekkende resultaten van het voorbije seizoen in de bagage nam Pfrommer enkele weken terug bij de commissie kernploegen plaats aan tafel, vastberaden om deze keer een gelijkwaardige behandeling op te eisen.

De jaarplanning stond al op papier en voorzag in een hoogtestage, zoals alle kernploegen die gepland hebben. Maar uitgerekend Pfrommer kreeg te horen dat ze nog wel even de stofkam door zijn concept wilden halen. Toen kreeg hij al bange vermoedens. 'De hakken gingen in het zand. Nou, dat kan ik ook.'

Een naamswijziging van zijn team? Onbespreekbaar. 'Jan Bos is de nummer twee van de wereld op de duizend meter. Erben Wennemars is Nederlands recordhouder op de 1500. Horen die in een opleidingsploeg?' Het breekpunt werd echter zijn salaris, daar wilde Pfrommer genoegdoening in terugvinden. 'Het is voor mij onaanvaardbaar om met minder genoegen te nemen dan Mueller.'

Uit zijn studeerkamer wordt een A4'tje gehaald: ordentelijk handschrift, overzichtelijke berekeningen, de cruciale getallen onderstreept. 'Ik ben misschien een pietlut, maar dit zijn wel de feiten.

'Mueller kreeg 50 duizend dollar van de KNSB en een onkostenvergoeding van 7500 gulden. Mijn onkostenvergoeding is 26 duizend gulden, omdat ik veel meer kilometers maak met de auto. Er is steeds tegen me gezegd dat Mueller is uitbetaald tegen een koers van 1,65. Maar dat liegen ze, het is 1,80. Op het bondsbureau is het me bevestigd.

'Uitgaand van een koers van 1,65 komt de vergoeding van Peter Mueller in totaal uit op 90.360 gulden. Trek daar mijn onkostenvergoeding van 26 duizend vanaf, dan kom je op 64.360. De bond moet over mijn loon 20 procent werkgeversaandeel betalen, dus halen we er nog eenvijfde af, dan blijft 51.488 over. Ik kreeg 41 duizend gulden van de KNSB, ruim tienduizend gulden minder dus. Als je deze berekening maakt tegen een koers van 1,80, is het verschil ruim zestienduizend gulden in mijn nadeel. Komend seizoen krijgt Peter Mueller 59.570. Ik vroeg 57.500. Maar ze laten me barsten.'

Nou, dan houdt Leen Pfrommer liever de eer aan zichzelf. Het vooruitzicht van nog één keer de Olympische Spelen, nog wel in Japan, waar hij een kwart eeuw geleden als coach van Ard Schenk het hoogtepunt in zijn carrière beleefde, het zou prachtig zijn geweest. Maar de sportieve eerzucht heeft grenzen, principes wegen zwaarder. 'Misschien ben ik te hard voor mezelf, maar als ik dat niet ben krijg ik spijt.'

Dan moet Mueller maar de winnaar zijn, hoe wrang dat ook is. 'De mensen met wie hij zou kunnen scoren, zijn mìjn mensen.' Alleen zelf kon hij het prestigegevecht met de Amerikaan niet winnen, onmogelijk. 'Mueller ligt beter in het wereldje, een flamboyante jongen hè.

'Mueller is 42 en ik ben 61. Ze gaan graag met hem stappen, ook de mensen van de commissie kernploegen. Met Mueller konden ze gezellig een biertje drinken. In zo'n sfeer werd Leen Pfrommer de boeman. Ik ben 61, met mij ga je niet meer gezellig stappen. Het enige waarin ik geïnteresseerd ben is iemand zo hard mogelijk laten schaatsen.'

TOEGEGEVEN, Pfrommer heeft zeker in de eerste weken van het seizoen verbaal de competitie gezocht met die andere ploeg. 'Daarvoor ben ik ook op het matje geroepen.' Maar tegenover de vele speldenprikken die hij in de pers uitdeelde, staan volgens hem een veelvoud aan handreikingen om tot samenwerking te komen. 'Maar Mueller wees ze af.

'Bij het NK is het begonnen. Ik stap de perskamer binnen en iemand roept: zo Leen 7-1 voor jou. Waarop ik zei dat als je het in die context wilde plaatsen het 11-1 was, want Judith Straathof had bij de junioren vier zeges behaald. Ik bedoelde het als grapje, maar één krant zette het groot in de kop. Toen Mueller dat las, ging-ie helemaal over de rooie.

'De week erna zaten we met beide teams in Davos. Toen wij het hotel binnenkwamen, bleken er in de eetzaal twee aparte tafels te staan voor Nederland, in elke hoek één. Voor mijn gevoel konden we in eigen land concurrenten zijn, maar in het buitenland treed je als één team op. Ik vroeg of de tafels bij elkaar gezet konden worden. Mocht niet van Mueller.

'In die sfeer gingen we naar het WK in Hamar. Ab Krook was teamleider. Ik stelde aan Krook voor om Mueller het bord met de rondetijden te laten hanteren als mijn mensen zouden rijden, dan zou ik het rondebord hanteren als zijn mensen in de baan kwamen. Dat vond Krook een goed idee. Hij ging het bespreken met Mueller en kwam na tien minuten lijkbleek terug. Never.'

Al gedurende het seizoen ving Pfrommer signalen op dat hij de prestigestrijd met Mueller ging verliezen. Met ingehouden woede zag de coach hoe het wereldje zijn vaandeldraagster Marianne Timmer 'subtiel' bewerkte. 'De mensen uit de commissie kernploegen moedigden haar aan over te stappen naar Mueller.

'Timmer heeft me teleurgesteld. Dik een jaar geleden belde ze me op, ze had twee jaar in de allround-kernploeg gezeten en het was louter ellende. Krook en zij lagen elkaar niet, ze stond op het punt om te stoppen. Ik rijd diezelfde avond van Ermelo naar Sappemeer om op haar in te praten. Kom op, je hebt zoveel talent, doorzetten. Aan het eind van de avond vroeg ze of ze het volgende seizoen in mijn ploeg zou mogen.

'En nu, een jaar later, stapt ze over naar Mueller. Ik heb haar niet proberen om te praten. Daar voel ik me te groot voor. Bij de WK afstanden in Warschau wist ik het zeker. We zaten te eten, Marianne komt binnen, en terwijl naast mij vier stoelen vrij zijn, gaat ze naast Mueller zitten. Details, maar ze ontgaan me niet.'

Loyaliteit is een schaars goed, weet Pfrommer, zeker in de sportwereld. 'Privébelangetjes overheersen. Jan Bos is loyaal, ik mag die jongen graag.' Ard Schenk mag hij ook graag, hun verledens liggen onlosmakelijk verankerd in de historie van het Nederlandse schaatsen. Nu is Schenk bestuurslid technische zaken van de KNSB en in die hoedanigheid ondernam hij maandagochtend, samen met voorzitter Wim Schenk, een ultieme poging om Pfrommer op andere gedachten te brengen.

Vergeefs. De vraag of hij meer steun had verwacht van Ard Schenk brengt Pfrommer zichtbaar in verlegenheid. 'Ik verwijt Ard niets, maar toch. . .'

Een anekdote dan maar, misschien maakt dat iets duidelijk. 'In 1972 liepen Ard en de andere kernploegjongens rond met het idee van het profschaatsen. Eén van de jongens sprak z'n mond voorbij, dat was in april. Ik beloofde dat ik niks zou zeggen. De hele zomer hebben Henk Gemser (conditietrainer) en ik met die jongens door de bossen gelopen, iedereen binnen de KNSB verkeerde in de veronderstelling dat Ard en de jongens gewoon weer de kernploeg zouden vormen. Toen wist ik al beter. Pas eind augustus maakten ze bekend dat ze prof werden. Al die tijd heb ik ze, met een slot op mijn lippen, in bescherming genomen.

'Maandag dacht ik: nu zit ik in de situatie dat ik jouw bescherming nodig heb. Wat me in Ard teleurstelt is dat hij gelet op z'n status, z'n kennis en z'n plaats in het bestuur de aangewezen man is om met de vuist op tafel te slaan. En hij doet het niet. Verdomme, dat valt me tegen.

'Aan alles proefde ik dat Wim Schenk, Ard Schenk en penningmeester Hans de Boer het met me eens waren. Maar ze durfden de commissie kernploegen niet te overrulen. Wim Schenk zei: dan komen er grote problemen. Zo gaat dat, het individu sneuvelt als er grotere belangen op het spel staan. Nu was het mijn beurt.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden