'Sport is vooral leuk voordat je goed wordt'

Sprintster Corrie Bakker (71) evenaarde tijdens de Spelen van 1968 het wereldrecord op de 4 x 100 meter estafette. Na haar sportcarrière werd ze kunstenaar.

Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

'Het was in 1968 de eerste keer dat ik de oceaan over vloog. Weken voor aanvang van de Spelen waren we al in het olympisch dorp in Mexico-Stad om optimaal te acclimatiseren. Afzonderlijk waren we niet de snelsten, de Amerikanen waren veel beter, maar als team konden we het beste wisselen van allemaal. In de series evenaarden we het wereldrecord dat de Amerikanen net daarvoor hadden gelopen. We kregen er spontaan de slappe lach van. 'Hoe voel jij je nu, als wereldrecordhouder?', vroegen we elkaar giechelend. Uiteindelijk misten we net het brons in de finale, waarin de Amerikanen het wereldrecord weer verbeterden. Maar na die wedstrijd werd het nooit meer hetzelfde.

Sport is vooral leuk voordat je goed wordt. Daarna krijg je te maken met verwachtingen. Als ik aan clubwedstrijden meedeed, werd ik al voor de start scheef aangekeken door mijn concurrenten omdat ik toch wel ging winnen. Daarom ben ik een paar jaar later met atletiek gestopt. Ik dacht: wat heb je daar nou eigenlijk aan, aan winnen? Ik voelde me steeds meer tot kunst aangetrokken, daar bestaat immers geen winnen en verliezen.

Ik was altijd al creatief, maar had me nooit gerealiseerd dat je daarvan ook je beroep kon maken. Dat inzicht kwam pas later. Halverwege de jaren zestig verhuisde ik naar Amsterdam om te gaan trainen bij de atletiekvereniging van Fanny Blankers-Koen. In de stad ging een wereld voor me open. Ik meldde me aan bij 'De Werkschuit', een centrum voor kunstzinnige vorming. Daar ben ik begonnen met tekenen en boetseren.

Sport heeft mijn wereld letterlijk en figuurlijk groter gemaakt. Zo kregen we in die tijd steeds ingeprent dat de Russen slechte mensen waren, het was de tijd van de Koude Oorlog. Totdat je daar kwam voor een wedstrijd. Bleken het heel warme mensen te zijn, die je heel Moskou lieten zien, van het Poesjkinmuseum tot het Bolsjojtheater.

Iets anders dat ik van mijn atletiekcarrière heb overgehouden is het vermogen door te zetten als je vastloopt. Mijn vroegere trainer zei altijd: de training begint pas op het moment dat je het moeilijk krijgt. Zo is het met een beeld maken ook. Het is bedenken, uitvoeren, kijken, nóg eens kijken, tot je tevreden bent.

In de atletiek noemden ze mij het meisje zonder franje. Dat klopt eigenlijk nog steeds. Ik wil in mijn werk tot de essentie komen, de kale lijnen volgen. Dat is volgens mij het geheim van een kunstwerk: al het overbodige overboord gooien. Rijk ben ik er nooit van geworden, maar daar was het me ook niet om te doen. Ik wil dingen creëren, iets unieks maken waarvan mensen kunnen genieten, dát is mijn drijfveer.

De meiden van 1968 zie ik nog zo'n twee keer per jaar. Dan huren we een huisje of gaan we naar een cabaretvoorstelling. Nee joh, we hebben het al lang niet meer over dat record. We praten over onze kinderen, de kleinkinderen en wat er gebeurt in de wereld. Topsport stopt bij een bepaalde leeftijd, maar je geestelijke ontwikkeling gaat altijd door.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden