Spierballentaal van een zelfverzekerde voetbalcoach

Aan de hand van coach Foeke Booy presteert FC Utrecht ook dit seizoen goed. De ploeg staat vierde in de eredivisie, na de winst tegen Heracles, en dicht zichzelf goede kansen toe in de play-offs....

Van onze verslaggever Charles Bromet

Omdat niet elke wedstrijdvoorbereiding dezelfde is, zat de selectie van FC Utrecht deze week eens ingespannen te kijken naar het ijsdansen. Trainer Foeke Booy raakte gefascineerd door een verbeten onderlinge strijd tussen twee Chinese paren. ‘Een van die paartjes begon de kansen te beredeneren, en verloor.’

Onder het motto van ‘waarom vertel ik dit?’, wil de coach na de 1-0 overwinning tegen Heracles ook wel verduidelijken waarom hij juist dit tv-moment heeft uitgelicht. ‘FC Utrecht moet nu niet gaan rekenen. Dan gaat het mis. Wij staan nu vierde en ik sluit niet uit dat wij het goed zullen doen in de play-offs. We hebben gezaaid; nu is het tijd om te oogsten.’

Het is gespierde taal van een zelfverzekerde coach, die zichzelf na afloop overigens niet verliest in holle retoriek of opportunistische uitlatingen. Kalm en realistisch benadert Booy – volgende maand wordt hij 42 jaar – de zojuist verworven vierde plaats, omdat Ajax niet verder is gekomen dan een gelijkspel tegen NAC.

Ook Utrecht lijkt zondag tegen het ultra-defensieve Heracles genoegen te moeten nemen met een remise. Maar een doelpunt in de 94ste minuut van invaller Fortuné (what’s in a name) leidt uiteindelijk toch nog tot een enorme ontlading bij de fans. ‘Dit zijn de lekkerste’, zegt Booy over de late ontsnapping.

De overwinning past volgens Leo van Veen – hoofdscout van NEC, maar ook af en toe analyticus voor RTV Utrecht – goed bij het beeld dat hij heeft van de club die hij als speler liefst achttien jaar diende.

‘Het is geen spectaculair elftal, maar de ploeg is goed in balans’, meent Van Veen. ‘Achterin zit het degelijk in elkaar. Met Tiendalli en Braafheid hebben ze twee goede vleugelverdedigers. Het middenveld is ook sterk. Alleen aanvallend schiet het team wat tekort. Maar ze blijven vechten, hè.’

Daarvoor noemt Van Veen een voor hem kenmerkend voorbeeld. ‘Van den Bergh was ooit een gewone linksbuiten, maar nu zie je ook hem meeverdedigen. Utrecht voetbalt dan ook als ploeg. In de play-offs geeft ik ze best een kans. Ze kunnen zich als geen ander focussen tegen aansprekende tegenstanders, en dan bijten ze zich er helemaal in vast.’

Booy: ‘Alleen in de uitwedstrijd tegen Feyenoord zijn we weggespeeld. Verder maken wij een evenwichtig seizoen door, waarin we ook tegen de grote ploegen de punten hebben gepakt. Of Ajax, AZ, en Feyenoord nu bang zijn tegen ons te moeten spelen in de play-offs? We zijn in elk geval een taaie tegenstander. En wat hebben wij te verliezen?’

Vrij weinig, meent de coach volgens wie het overlijden van verdediger David di Tommaso, eind november 2005, de Utrecht-selectie nader tot elkaar heeft gebracht. En de onderlinge verbondenheid is volgens hem dan ook een van de belangrijke pijlers onder het huidige succes.

‘Na Davids dood is iedereen enorm naar elkaar toe gegroeid, zeker na de indrukwekkende herdenking in het stadion. Ik heb het gevoel dat hij er ook nog steeds is. Ook vóór zijn overlijden voetbalden wij goed, maar je weet nooit hoe een groep zich houdt na zo’n gebeurtenis, want het heeft er enorm ingehakt bij ons allen.’

De conclusie moet zijn dat Utrecht zich op bewonderenswaardige wijze heeft hersteld. Van de resterende vier wedstrijden – Utrecht speelt thuis nog tegen RKC en Willem II en gaat op bezoek bij Groningen en Vitesse – volstaat volgens Booy twee keer winst in de Galgenwaard om de plaats bij de beste vijf clubs in de eredivisie zeker te stellen.

Volgens Booy moet Utrecht zich de komende seizoenen nadrukkelijker manifesteren in de eredivisie. Als ‘klein onderdeel’ van die ambitie noemt de coach het uitbreiden van de voedingsbegeleiding. Van de spelers moet een zogeheten ‘fysiologisch paspoort’ worden vervaardigd, als volgende stap naar verdere professionalisering.

Het is echter maar de vraag of hij zelf volgend seizoen nog aanwezig zal zijn bij de club. Nadat hij Utrecht in twee achtereenvolgende seizoenen naar de winst van de KNVB-beker heeft geleid – in 2003 tegen Feyenoord, in 2004 tegen FC Twente – is Booy er in zijn vierde seizoen als hoofdcoach van Utrecht opnieuw in geslaagd uitstekend werk te leveren.

En dat is niet onopgemerkt gebleven. Twee clubs heeft Booy, wiens contract nog een jaar doorloopt, afgewezen. Hij zag geen sportieve verbetering (zijn voornaamste reden voor een eventueel vertrek) voor zichzelf weggelegd.

‘Maar ik heb goede afspraken met de directie van de club. Als ik me sportief kan verbeteren, zullen ze daar begrip voor opbrengen. Het gezegde luidt: waar rook is, is vuur. Maar dat gaat nu niet op. Er heeft zich nog geen club, die mijn interesse heeft, voor mij gemeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden