Speuren naar het nieuwe zwarte goud

Opnieuw zijn Nederlanders op zoek naar goedkope arbeidskrachten op het donkere continent. In Ghana hebben Ajax en Feyenoord hun poorten geopend voor kinderen die goed kunnen voetballen....

DE TOCHT over 300 kilometer van de hoofdstad Accra naar Obuasi in het binnenland van Ghana is een dodenrit. De chauffeur jakkert over Gods akkers en is verslaafd aan inhalen. De asfaltweg vormt een eenzaam lint van modernisme tussen dorpjes waar Jezus wordt geprezen, de handel welig tiert en kinderen in schooluniform kilometers door het droge zand langs de weg lopen. Van huis naar school, van school naar huis.

In Obuasi houdt de weg abrupt op. De grond is hier vol kuilen en keihard door de droogte. Een paar keer per dag besproeit een vrachtauto de rood uitgeslagen straten, om dwarrelend stof neer te slaan. In dit stadje van de goudmijnen is geen fatsoenlijke bestrating aangelegd omdat de regering en de mijnen ruziën over de bekostiging.

Wat bezielt Ajax uit Amsterdam om hier in Obuasi, Ghana een opleiding voor voetbaltalent te beginnen? Een opleiding die een totale investering vergde van 5,3 miljoen dollar, zeg maar de totale begroting van een club als MVV.

Het antwoord is simpel: de opleiding is slechts een onderdeel van de nieuwe bedrijfscultuur van het beursgenoteerde bedrijf Ajax: zoeken naar talent in den vreemde, speuren naar het zwarte goud. Opleiden in de Derde Wereld is het toverwoord. Daar is de jeugd nog gretig en talentvol en niet verslaafd aan de computer.

De opleiding kan niet vroeg genoeg beginnen, want kinderen met talent moeten zo snel mogelijk wennen aan de speelwijze van Ajax of Feyenoord. Aan de creativiteit van de Ghanees willen de Nederlandse clubs oerhollandse waarden toevoegen, zoals tactische discipline en organisatie.

Missionarissen brachten katholicisme naar Afrika. Ajax introduceert Europese leefgewoontes, Europees eetgedrag, allemaal om het talent makkelijker te laten ontbolsteren. Cöordinator Ad Zonderland: 'Het is onbegrijpelijk waarop die jongens de hele dag voetballen. 's Ochtends eten ze een homp brood met een glas water, 's middags weer een homp brood met een glas water, 's avonds een beetje rijst met een glas water.' En dus heeft Ajax inmiddels een diëtiste ingeschakeld.

'Maar onze opleiding is ook een sociaal en educatief verhaal. De jongens móeten naar school.' Zonderland geeft een rondleiding door het gebouw, dat grenst aan het gezellige stadion van de door Ajax overgenomen club Goldfields. Zes jongens liggen bij elkaar op de kamer, in stapelbedden. Op roosters is te lezen wanneer ze moeten poetsen en wat, wanneer ze zwemmen, trainen of naar de kerk gaan. Een paar kilometer verderop is een nieuwe academie in aanbouw.

Hoewel de meesten Nederland nooit zullen zien, leren ze wel al over dat verre Holland. Hoeveel mensen daar wonen achter de dijken, en of daartussen ook Ghanezen zitten. Ja, zullen ze straks weten, in de Bijlmer leven zelfs veel Ghanezen.

Zonderland: 'En het klimaat, wat dacht je daarvan? In de winter stapte een jongen uit het vliegtuig. Het sneeuwde en hagelde. De jongen draaide zich om en ging terug naar binnen. Hij dacht dat een of andere God hem vervloekte.

'Wij móeten ze wel vertellen wat regen is. We leren ze over de cultuur van Ajax. Wat is de speelwijze? Hoe wordt er getraind?' En straks krijgen ze een keer per week Nederlandse les.

Zonderland was, alvorens Ajax in juli vorig jaar met de opleiding begon, een aantal maanden in Ghana om zich te oriënteren op de politiek, de economie en 's lands manier van leven. Op de sobere veldjes zag hij dat de interesse van jeugd voor voetbal enorm is. 'Ze voetballen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ze hebben geen werk en gaan niet naar school en willen het voetbal allemaal benutten om aan de armoede te ontsnappen.'

Om zijn woorden te illustreren, roept de voormalige manager van onder meer FC Utrecht en FC Den Bosch het dertien-jarige knulletje Matthew Atteh bij zich, die op een stapelbed zit. De collega-talentjes zijn weer naar school en krijgen vandaag hun nieuwe kostuum aangemeten. Matthew gaat pas morgen voor het eerst naar de les. Atteh is in Accra ontdekt en was goed genoeg om naar de academie in Obuasi te verhuizen. Ja, hij is ver weg van zijn ouders en familie, maar met verlegen stem zegt hij dat hij dat over heeft voor zijn droom: voetballen bij Ajax.

Ajax heeft een meerderheidsbelang van 51 procent in Goldfields, een club waarvan het eerste elftal in de hoogste afdeling speelt. In Obuasi en Accra zijn opleidingen voor de jeugd, met afdelingen in Tamale in het noorden en in Tema, buiten Accra. Onder twaalf, onder veertien en onder zeventien jaar zijn de groepen.

Soms is het project een waar avontuur. In Tamale onderhandelde Zonderland met een heus stamhoofd. Elk talent dat wordt uitgenodigd krijgt persoonlijk bezoek, want de mensen hebben geen telefoon of huisnummer.

De staf bestaat uit Nederlanders. Hans van der Pluijm is hoofdtrainer van Goldfields, Sief Ronde hoofd-opleidingen in Obuasi. In Accra is Marco Bragonje aangesteld. Saillant is dat met name Zonderland, Van der Pluijm en Ronde niet bepaald model staan voor het gedachtengoed van Ajax. Ze waren vooral bekenden van directeur-opleidingen Hans Westerhof, die volgend seizoen naar Willem II vertrekt.

Van der Pluijm zegt over de spelers van het eerste elftal: 'Ze kunnen niet hard zijn voor elkaar en zijn geen discipline gewend. Ze hebben niet geleerd zich te concentreren.' Werk aan de winkel dus.

Zonderland over de jeugd: 'Ajax is een topclub. We hebben de plicht om het goed te doen. Wij zijn actief in heel Ghana. Het verschil met Feyenoord is dat wij al denken wat er over tien jaar gebeurt. Dit project moet minstens twintig jaar lopen.'

DE NAAM van die andere grote club uit Nederland is gevallen. Onderweg naar Obuasi, linksaf vanuit Accra gezien, ligt Gomoa Fetteh. Het is opvallend hoe goed Feyenoord de weg naar de academie heeft bewijzerd, met pijlen en emblemen. Na een kilometerslange zandweg, ver weg van de bewoonde wereld en vlakbij een mooi watersportcomplex, doemt als in een fata morgana het fonkelnieuwe complex op dat met Rotterdams geld uit de grond is gestampt.

De jongens die dromen van een leven als Kalou of Gyan krijgen les in Engelse taal. I jump, he jumps', dreunt het groepje. Op het schoolbord staan sommen: hoeveel is twintig procent van veertig kilometer? De jongens krijgen les in religie, in wiskunde, in alles eigenlijk. In de klas hangt een Feyenoord-klok, op de kasten van de kamers zijn Feyenoord-stickers geplakt. Een van de ventjes loopt in een trainingsvest met de naam van de hoofdsponsor. Twee velden zijn nog deels in aanleg en ook Feyenoord is eigenaar van een club. Salgado speelt in de tweede divisie.

De jongens zijn tien tot veertien jaar jong. Een trimester lang, een maand of drie, zitten ze intern. Alleen in de vakanties gaan ze naar huis. De fraaie academie overziend, blijven toch vragen rondzingen. Vragen over het nut, over de bedoelingen van de weldoeners. Hoeveel van die kinderen zullen het eerste elftal van Feyenoord of Ajax daadwerkelijk halen?

Krijgen deze jongens geen valse hoop, want allemaal denken ze immers op een mooie dag te zullen schitteren in een mooi Europees stadion, terwijl slechts een enkeling die droom zal verwezenlijken. Hoeveel illusies zullen worden gebroken op de dag dat ze de harde mededeling krijgen dat ze niet goed genoeg zijn? Vragen waarop deze kinderen geen antwoord kunnen geven.

Het is kritiek die ze bij Ajax én bij Feyenoord gemakkelijk van tafel vegen: als de critici maar goed beseffen dat ze het op de scholen van de Nederlandse clubs beter hebben dan in de armoede thuis. En zij die het beloofde land niet halen, zijn toch betere voetballers geworden en hebben een opleiding genoten.

Sam Arday, één van de beroemdste coaches uit de Ghanese voetbalgeschiedenis en technisch directeur van de Feyenoord-opleiding, zegt: 'Ik heb lang op deze kans gewacht. Hier heb ik jaren voor gevochten en Feyenoord heeft het mogelijk gemaakt. Het is gewoon beter om talenten in hun eigen omgeving op te leiden en ze pas op iets hogere leeftijd naar het buitenland te laten vertrekken. Want naar het buitenland gaan, dat doen ze toch als ze goed zijn. En dan kan het beter zo, op onze manier, dan wanneer ze in handen vallen van louche managers.'

Dat Ajax in dezelfde vijver vist, interesseert hem niet. 'Ik wil niet eens weten wat Ajax precies doet.'

Ad Zonderland vertelt de anekdote van een voor hem wildvreemde die zijn kind aan hem toevertrouwde. De man zei iets in de trant van: 'Zo, dit is mijn zoon, hij is dertien jaar, ik geef hem nú aan u en ik kom hem over drie jaar weer ophalen. En ik weet zeker dat hij dan in het nationale elftal van Ghana staat. Alsjeblieft, maak er maar een goede voetballer van. Stond ik daar met dat jochie.' Rob Baan maakte iets dergelijks mee.

GHANA staat bekend om zijn goede jeugdvoetbal. Het land telt achttien miljoen inwoners en grossiert in eremetaal bij mondiale jeugdtoernooien. Vreemd genoeg zijn de prestaties bij de senioren matig. Sommigen zeggen dat dat komt omdat Ghana, waar officiële geboortecertificaten zeldzaam zijn, knoeit met leeftijden. Tijdens jeugd-WK's stelt het te oude spelers op, die dus in het voordeel zijn ten opzichte van hun 'leeftijdgenoten'.

Een verhaal dat volgens Zonderland zonder meer klopt. 'Elke Ghanese voetballer heeft twee leeftijden. Zijn voetballeeftijd én zijn gewone leeftijd. Dat is gewoon zo. We denken dat die goede resultaten voortkomen uit het feit dat al die jongetjes in die geselecteerde teams jaren ouder zijn. Of ik daar aanwijzingen voor heb? Ze zeggen het zelf.'

Feit is dat Ghana nog nooit deelnam aan een echt WK. In de Afrika Cup werd het land in de kwartfinales roemloos uitgeschakeld door Zuid-Afrika. Honderden Ghanese voetballers spelen in Europa, maar velen doen dat in de marge voor lage salarisjes, waarvan ze met moeite iets overhouden voor hun familie thuis.

Ghana heeft een stabiel politiek klimaat en de vrouw van president Rawlings opende eind vorig jaar de academie van Feyenoord. De vraag is nochtans gerechtvaardigd of Ghana wel zo'n geweldig kwalitatief voetballand is om een opleiding te vestigen. Tot de Nederlandse top drong in het verleden slechts een beperkt aantal Ghanezen door, onder wie Nii Lamptey (PSV), Prince Polley (FC Twente, Sparta) en Christian Gyan (Feyenoord).

'Er zit hier veel talent, maar niet overdreven veel', zegt Zonderland. Maar hij vindt ook: 'In potentie is er ruimte voor Feyenoord én Ajax en misschien nog wel een club. We weten dat een, misschien twee jongens per jaar de kans krijgen om naar Nederland te gaan.'

Het is allemaal afwachten hoe het rendement zal zijn en om winstgevendheid is het uiteidelijk natuurlijk te doen. En totdat de eerste talenten in Nederland doorbreken, slijpen critici hun messen om deze vorm van ontwikkelingshulp te veroordelen.

Zonderland: 'Critici vragen zich af waarmee we in godsnaam bezig zijn? Theo van Seggelen van de voetbalvakbond VVCS zegt: wat moet je nou in Afrika? Maar hij is nog nooit in Afrika geweest. Hij weet niet wat de behoefte van Ajax is. Waar praat die man over?'

Want al die opmerkingen over Nederland als een land dat bulkt van het talent, daarvan worden zij bij Ajax en Feyenoord een beetje moe.

De jeugd in het welvarende Nederland heeft zoveel keuzes om de vrije tijd door te brengen. En dat nu kun je van Ghana niet zeggen. 'Want het enige dat ze hier hebben is voetbal en religie', aldus Zonderland. 'Ik weet voor honderd procent zeker dat wij binnen twee jaar de eerste spelers afleveren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.