Spectaculair scoren hoeft van spitsentrainer Roy Makaay niet, vaak scoren wel. 'Hoe lelijk ook'

Uit de misère

Het gaat niet goed met het Nederlandse voetbal. De Volkskrant zoekt tot het WK voetbal naar een weg uit de misère in een wekelijkse serie. 

Roy Makaay, voormalig topspits, brengt jonkies van Feyenoord, op Varkenoord, de fijne kneepjes bij van het spits zijn. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Het probleem: De huidige lichting Nederlandse profvoetballers telt geen topspitsen. 

De oplossing: In de jeugd moet er veel meer gericht getraind worden op die positie.

‘Toshio, je moet rustiger schieten’, roept Roy Makaay als de jeugdspeler van Feyenoord de bal wild over het vangnet trapt. ‘Staat er soms een vriend achter die heg om de bal mee naar te huis te nemen?’, grapt de oud-spits van Bayern München terwijl het 16-jarige talent op zoek gaat naar de bal.

Terug op het veld stapt Makaay met een serieus gezicht op hem af. ‘Je doet te veel op kracht, terwijl je meer naar de keeper moet kijken. Vaak geeft die de oplossing al. Als je weet welke hoek hij open laat, hoef je niet hard te schieten. Messi maakt bijna al zijn doelpunten met de binnenkant van zijn voet.’

De jeugdspits van Feyenoord (tot 17 jaar) knikt. Hij heeft de boodschap begrepen. Met de bal aan de voet loopt hij terug naar de pion om het volgende schot op doel te lossen. Makaay, aan de rand van het veld: ‘Dit is het uitgelezen moment om hem op zijn verbeterpunten te wijzen. Nu is het aan hem om iets met die tips te doen.’

Sinds drie jaar maakt Makaay (43) als spitsentrainer deel uit van de technische staf van het eerste van Feyenoord. Een keer per week sluit hij in die rol aan bij de oudste jeugdteams (onder 17 en onder 19 jaar). Terwijl de rest van de ploeg zich bezighoudt met een positiespel, ontfermt de 43-voudig international zich een klein half uur over de aanvallers.

Nederland gold altijd als vruchtbare bodem voor spitsen van wereldklasse. Na Johan Cruijff volgden Ruud Gullit en Marco van Basten. Toen zij afzwaaiden, stonden Patrick Kluivert, Ruud van Nistelrooij en Makaay klaar. De afgelopen jaren streden Klaas-Jan Huntelaar en Robin van Persie in het Nederlands elftal om de plek van aanvalsleider. Nu is de droogte ingetreden.

‘In het Nederlands elftal zaten vaak één of twee spitsen op de bank die bij een Europese topclub speelden’, zegt Makaay. Dat is nu wel anders. Dost doet het goed bij Sporting Portugal en Weghorst timmert aan de weg bij AZ, maar er voetbalt op dit moment geen enkele spits bij één van de grote clubs in Europa. ‘Van Persie was de laatste der Mohikanen.’ Bij Manchester United werd hij in 2013 met 26 doelpunten topscorer van Engeland.

Hoe komt het dat er geen spitsen van wereldklasse meer worden opgeleid? Volgens Makaay zijn de tijden veranderd. Hij vertrok op zijn 22ste met een rugzak aan ervaring naar het buitenland. Tegenwoordig verkassen potentiële topspitsen soms al voordat ze hun debuut in de eredivisie hebben gemaakt. Een grote zak geld maakt ze ongeduldig om hun talent tot ontwikkeling te brengen.

Makaay speelde vier seizoenen bij Vitesse voordat hij een contract tekende bij Tenerife. Na twee jaar bij de Spaanse middenmotor vertrok hij naar Deportivo La Coruña waar hij met 29 doelpunten topscorer van Europa werd. De vier seizoenen erop scoorde hij 78 keer in dienst van Bayern München. Collega-spits Van Nistelrooij rijpte bij FC Den Bosch, Heerenveen en PSV voordat hij als 24-jarige doelpuntenmachine voor Manchester United koos.

‘Spits zijn is een ervaringsvak. Je moet veel wedstrijden spelen. Bij een club onder de absolute top is de druk minder groot. Als je daar als jonge aanvaller vier wedstrijden op rij niet scoort, krijg je de vijfde wedstrijd weer een kans. Bij een Europese grootmacht staat er een ander op.’

Bovendien, meent Makaay, stond hij als spits van Vitesse in de eredivisie tegenover spelers van internationale allure. Bij Ajax vormden Frank de Boer en Frank Rijkaard het centrale verdedigingsduo. Tegen PSV waren de internationals Jaap Stam, Stan Valckx en Arthur Numan zijn persoonlijke cipiers. ‘Het niveau in de eredivisie is omlaag gegaan, waardoor de stap naar het buitenland groter is geworden.’

Op trainingscomplex Varkenoord, in de schaduw van De Kuip, helpt Makaay mee nieuwe topspitsen op te leiden. Deze ochtend laat hij de drie aanvallers langs vier pionnen slalommen. Met een schijnbeweging moeten ze een opblaasbare pop op het denkbeeldige verkeerde been zetten voordat ze mogen afwerken.

Af en toe gaat Makaay nog langs bij zijn oude club Bayern München. Dan is hij aandachtig toeschouwer bij de training. Ook struint hij fora op internet af naar oefeningen die hij in zijn trainingen kan toepassen. ‘De oefening die ik vanmorgen heb gedaan, is een afgeleide van wat ik Robben weleens heb zien doen bij Bayern. Overal pik ik dingen op en geef er mijn eigen draai aan.’

Het contrast met vroeger is groot. Waar steeds meer clubs beschikken over een spitsentrainer, bestond het fenomeen Makaays tijd nog niet. Af en toe werkte hij na de training een paar extra ballen af – daar bleef het bij. In de winterstop vroeg hij de aanvallende talenten bij Feyenoord op welk punt zij zich wilden verbeteren zodat hij gericht te werk kan gaan.

Volgens Makaay zijn de meeste spitsen vandaag de dag te voorspelbaar doordat ze niet tweebenig zijn – zelf was zijn rechterbeen even sterk als zijn linkerbeen. ‘Als je je tegenstander tien keer aan dezelfde kant passeert om bij je sterke been uit te komen, ben je makkelijk te verdedigen’, zegt Makaay. ‘Als je beide kanten op kunt, is het een stuk lastiger voor de tegenstander. In de jeugd moet je er veel aandacht aan besteden. De eerste keren ziet het er misschien niet uit, maar op een gegeven moment wordt het een automatisme.’

Makaay wenst geen prototype van zichzelf te creëren. Hij wil zijn ervaring overbrengen. Als spits liet hij het maken van doelpunten er heel makkelijk uitzien. Spectaculair was het niet, effectief des te meer. Zijn onzichtbaarheid en doeltreffendheid leverde hem in Duitsland de bijnaam ‘Das Phantom’ op. Die zakelijkheid geeft hij mee aan de talenten op Varkenoord. ‘Een bal strak in de kruising is mooi, maar ook die telt maar voor één. Zoveel mogelijk doelpunten maken, daar gaat het om. Hoe lelijk ze ook zijn.’

Aan het eind van de spitsentraining legt Toshio nog maar eens aan voor een schot. In plaats van de bal wild met de wreef te schieten, plaats hij de bal met de binnenkant van zijn voet precies in de verre hoek. Een paar meter verderop klapt Makaay in zijn handen. ‘Klasse, Tos.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.