Spectaculair, maar vroeger sprongen de paarden hoger

'Ruige rubriek' verdwijnt langzaam naar de achtergrond

Op Jumping Amsterdam wordt weer gewedijverd om de hoogste sprong. Een spektakel, maar is het verantwoord? 'Hoe harder je rijdt, hoe sneller er een schroefje losspringt.'

Michael Greeve wint door als enige 1.90 meter te springen. Foto Klaas Jan van der Weij

'Iedereen die paardrijdt, kent dit filmpje', zegt Piet Raymakers junior terwijl hij zijn telefoon uit zijn zak haalt. 'Kijk: Franke Sloothaak met 2.40 meter. Wereldrecord puissance.' Op het beeldscherm laat hij de Duitse ruiter Sloothaak zien die in 1991 over een reusachtige rode muur van 2.40 meter springt. Na zestien jaar staat het mondiale hoogterecord nog steeds.

Bij het onderdeel Six Bars - afgelopen zaterdag in de Rai tijdens Jumping Amsterdam - draait het opnieuw om de hoogste sprong. Naar tijden en snelheden wordt even niet gekeken. 'Volgens mij heb ik er een goeie bij', zegt Raymakers jr. over zijn paard Hypericum C. De Brabantse ruiter won de wedstrijd in 2014 door zijn paard over 1.95 meter te laten springen.

Bij Six Bars staan zes hindernissen opgesteld. Normaal gesproken staan ze in lijn, maar daarvoor is in de Rai te weinig ruimte - daarom moeten de combinaties na twee sprongen één bocht maken. Iedere hindernis is een stukje hoger, in de eerste ronde ligt de laatste balk op 1.60 meter - de maximale hoogte bij reguliere springwedstrijden. Iedere ronde komt daar 10 centimeter bij. Het format is eenvoudig: ruiters die een foutsprong maken zijn af, degene die het langst overblijft wint.

Tekst gaat verder na het filmpje.

Hoogspringrecord paarden
2.40 meter door de Duitser Franke Sloothaak in 1991 met zijn paard Optibeurs Golo.

Hoogspringrecord mensen
2.45 meter door de Cubaan Javier Sotomayor in 1993 tijdens een buitenwedstrijd in Salamanca.

'Het draait allemaal om precisie en kracht', roept de speaker als de eerste ruiter de arena binnenrijdt. Het publiek in de uitverkochte Rai houdt iedere keer de adem in bij de laatste beslissende sprong. Al snel wordt de hoogste balk op 1.80 meter gelegd.

Six Bars is bedacht om de paardensport aantrekkelijk te maken voor het grote publiek. En inderdaad genieten de toeschouwers van het spectaculaire onderdeel. Maar is het wel verantwoord om op deze manier uiterste van de paarden te vragen? 'Ik vergelijk het met de autosport', zegt dr. Wim Back, paardenarts aan de Universiteit Utrecht. 'Hoe harder je rijdt, hoe sneller er een schroefje losspringt. Zo is het met Six Bars ook. De grenzen van ruiter en paard worden opgezocht, dat is topsport.'

Klinische keuring

Volgens Back lopen de paarden geen onverantwoord risico. 'De risico's worden beheersbaar gemaakt door de klinische keuring van de paarden voorafgaand aan de wedstrijden en door een adequate briefing van de professionele ruiters.' Paarden lopen het grootste risico bij de landing, waarbij scheurtjes in de pezen en botten kunnen ontstaan.

Het is niet nieuw om paarden zo hoog mogelijk te laten springen. Het ultieme hoogterecord staat op 2.47 meter van de Chileense kolonel Alberto Larraguibel Morales uit 1949. Die hindernis was echter schuin opgebouwd zodat het paard 'gemakkelijk' naar die hoogte kon vliegen.

In de vorige eeuw was het onderdeel puissance een vooraanstaand onderdeel bij hippische evenementen. Ruiter en paard moesten een klein parcours afleggen om te eindigen met een sprong over 'De Muur', een loodrechte hindernis die meer dan de twee meter hoog was. Six Bars lijkt op de puissance, maar de sprongen zijn minder hoog. Bovendien komt er meer techniek bij kijken omdat alle zes hindernissen in één ruk genomen dienen te worden.

Tekst gaat verder na het filmpje.

'De puissance ging ook wel eens mis', zegt Raymakers junior als hij zijn telefoon weer erbij pakt. Hij toont een filmpje waarop een combinatie de hoogte niet haalt en dwars door de muur (bestaande uit losse blokken) springt. Ruiter en paard komen ten val. 'Kijk dat bedoel ik. De puissance doet niemand graag.'

Uit het oogpunt van paardenwelzijn wordt de puissance steeds minder vaak gesprongen. Bovendien zijn de paarden van tegenwoordig minder geschikt voor de hoge sprong. Sprongen van over de 2 meter vragen extra krachtige paarden.

Voor de hedendaagse springparcoursen is een ander type paard nodig. Het draait in toenemende mate om wenden en keren. Meer dan vroeger is een snel paard vereist. Paarden met het vermogen om over 2.40 meter te springen worden amper nog gefokt.

Naar de achtergrond

De puissance is zo steeds verder naar de achtergrond gedrukt. 'Jammer', vindt Raymakers jr. 'Want het is een ruige rubriek.' Zelf denkt hij niet dat de legendarische records ooit nog verbroken gaan worden. 'Wil je het ooit eens proberen, zal je een bijzonder paard en heel veel lef moeten hebben.'

Raymakers jr. begint met veel zelfvertrouwen aan Six Bars, maar na twee rondes is het al afgelopen. Hij blijft steken op 1.70 meter, een tegenvaller. Michael Greeve, een andere Nederlandse ruiter, houdt het langer vol. Zijn paard gaat met gemak over 1.90 meter. Het is voldoende voor de zege. 'Zonde dat het al afgelopen is. Ik had best naar de 2 meter gedurfd.'

Six Bars is voor de ruiters van nu vooral educatief en lucratief. Aan de ene kant kunnen paarden wennen aan de ambiance van een grote arena en de hoge sprongen gelden als goede gymnastiekoefening. Bovendien krijgt de winnaar in de Rai 3.750 euro mee naar huis: een behoorlijke onkostenvergoeding. Eeuwige roem is niet te verdienen, omdat records niet worden bijgehouden.

Toch zijn de legendarische en stokoude records bij iedere ruiter bekend. Wat Greeve liever zou hebben? Het ultieme hoogterecord of een gouden olympische medaille. 'In onze sport draait alles om de Olympische Spelen. Maar als ik het juiste paard had, zou ik het wel proberen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.