Column Willem Vissers

Soms mag je best juichen als sportjournalist, zoals bij het wonderwippertje van Wijnaldum

Soms mag je best juichen als sportjournalist. Waarom niet? Bij mij heeft dat meestal niets met voorkeur voor een ploeg te maken, maar met de schoonheid van sport, met genialiteit, met een individuele actie die het team verheft en verlangen opwekt naar meer hemels snoepgoed.

Het is vooral het existentiële gevoel om hier, op deze plaats, op dit moment te mogen zijn. Om zo’n moment mee te mogen nemen in de herinnering. Het zal in het geheugen kruipen, op zoek naar het vakje unieke sportmomenten, en het zal zich af en toe laten zien in al zijn pracht.

Zo’n moment voltrekt zich vrijdag, tegen 22.30 uur, als de rode loper is uitgerold voor de slotfase van Duitsland – Nederland. Voor de sporter zelf ligt het natuurlijk anders, want die wil vaak alleen maar winnen. Voor mij is sport zonder een bepaalde esthetiek weinig waard.

De Duitsers zijn deze avond een beetje bange mannen gebleken, brekend met hun recente verleden van mooie voetballers. Ze zijn al blij met 2-2, maar Nederland is op rooftocht. Het scenario wisselt deze avond voortdurend. De deadline zit de schrijvende journalisten op de hielen. Sommigen moeten al tien minuten voor het einde hun eerste versie inleveren van wat een artikel moet worden. Terwijl dat eigenlijk helemaal niet kan bij zo’n wedstrijd, waarin schoonheid en sensatie in elk hoekje verborgen kunnen zitten.

Ik heb geluk, ik heb nog een minuut of twee na afloop, en snel tikken kun je leren. Adrenaline zakt naar je vingers, die automatisch denderen over de snelweg van het toetsenbord. Je tikt in trance, op golven van geluid in het stadion. Als het geluid luwt, kun je snel een paar zinnen tikken. Het probleem met deze wedstrijd is dat het geluid telkens aanzwelt, en aan het geluid hoor je wie in de aanval is. Bij de meerderheid van Duitsers op de tribunes is angst voor de nederlaag hoorbaar. Ze slaken een collectieve zucht van ontzetting. Nederland zou zomaar kunnen scoren nu.

Dan gebeurt het: de oranje balverovering, de beweging. De aanval. Het geniale passje van Memphis Depay op Georginio Wijnaldum. De aanname van Wijnaldum in het strafschopgebied. Hij loopt razendsnel om de bal heen, door lichtjes naar links uit te wijken, zodat hij makkelijker de buitenkant van zijn rechtervoet kan gebruiken. Wat hij gaat doen, is een kruising tussen intuïtie en voorbedachte rade. De meelopende Donyell Malen is even bang dat Wijnaldum hem niet heeft gezien, maar Wijnaldum is de minst zelfzuchtige voetballer van allemaal. Natuurlijk heeft hij Malen gezien. Hij tilt de bal met de buitenkant van de rechtervoet langs het been van verdediger Tah.

Malen neemt de bal ineens op de schoen na het subtiele boogje: 2-3, wedstrijd beslist. Ik klap hard, misschien wel tien seconden, al gaan die van mijn deadline af, want uitgerekend klappen en tikken zijn activiteiten die niet samengaan. Belangrijker is dat zich hier zo’n moment voltrekt dat zijn weg zal vinden naar de eeuwigheid. Opgeslagen bij de W, bij het wonderwippertje van Wijnaldum.

Meer over de wedstrijd tegen Duitsland

Nederland rekende vrijdagavond in de slotfase op spectaculaire wijze af met aartsrivaal Duitsland. Wat waren de factoren achter het succes?

Donyell Malen debuteerde met een beslissend doelpunt in duel met Duitsland. In de catacomben van het Volksparkstadion, spreekt Donyell Malen een mooie zin uit. ‘Het is een hele fijne groep om in mee te stromen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden