Sokken stoppen was ook leuk

`De Vliegende Huisvrouw' luidt de bijnaam van Fanny Blankers-Koen, die in 1948 tijdens de Spelen van Londen vier gouden medailles behaalde....

Die beroemde vier olympische medailles, ach, daar keek ze nooit meer naar, zei ze in de zomer van 2002, aan de vooravond van de Europese kampioenschappen in München. `Het zijn lelijke dingen. Van die armoedige gevallen van net na de oorlog. Geen echt goud.' Nuchter bleef ze tot het einde, Francina Blankers-Koen, ook buiten Nederland gelauwerd als de `atlete van de 20ste eeuw', die zondag op 85-jarige leeftijd in Hoofddorp in een verzorgingshuis na een langdurig ziekbed overleed.

Fanny Blankers-Koen - de Volkskrant noemde haar een paar jaar terug in een terugblik op de 20ste eeuw `zoveel meer dan een uitzonderlijk getalenteerde' sportvrouw: `Ze was in de naoorlogse jaren een baken van licht in de ontredderde samenleving. Een symbool voor nieuw elan en voor de rol van de vrouw bij de wederopbouw van de natie.'

Die woorden waren aan haar niet besteed. 'Feministe, ik? Dat had ze zelf indertijd ook nooit zo gezien, zei ze twee jaar terug. `Ik was een keer voor m'n huis een traploper aan het uitkloppen, stapt er een dame op me af die me verbaasd vroeg of ik daar als kampioene geen werkster voor had.' Krantenkop uit die tijd: 'Sokken stoppen is ook leuk.'

Die mythe - eenvoudige huisvrouw wint viermaal goud - werd vorig jaar in de biografie Een koningin met mannenbenen van Kees Kooman doorgeprikt.

'Het beeld van die zelfverzekerde kampioene zonder sterallures, tot vervelens toe opgeworpen in de vorige en huidige eeuw, is een valse voorstelling van zaken', schreef Kooman. FBK was bij tijd en wijle 'een egoïstisch kreng'.

Ze kreeg vijftig jaar terug ook al kritiek van tijdgenoten te verwerken. Die vonden het geen pas geven dat ze als huisvrouw en moeder van twee kinderen nog in een korte broek aan sport durfde te doen.

`Kon best', zei ze, `ik trainde maar twee keer in de week. En ik nam mijn dochtertje mee naar de NK en gaf haar daar de borst.'

Na haar olympische successen liep heel Amsterdam voor haar uit. Vanaf het Centraal Station reed ze in een open, roodgelakte Landauer met `vier bepluimde appelschimmels, geëscorteerd door palfreniers met versierde zwepen als een koningin' door de hoofdstad. Tienduizenden bevolkten de straten, zaten in bomen en lantaarnpalen. Het was een uitgesteld bevrijdingsfeest.

Haar buren schonken haar een damesfiets. Ook kreeg ze onderweg tijdens haar zegetocht suikerbonnen aangereikt door een onbekende dame: `U zult heel wat kopjes thee moeten zetten.'

Topsport in het naoorlogse Nederland. Suiker, een rijwiel, een radiotoestel van de KNAU, kruidkoeken - en een fles advocaat. Dat ze met die fles naar het publiek zwaaide, kwam haar nadien nog op een reprimande van geheelonthouders-organisatie De Blauwe Knoop te staan.

`Natuurlijk' bleef ze ook trainen, in 1950 tijdens de EK in Brussel won ze opnieuw drie gouden plakken. Twee jaar later, tijdens de Spelen van Helsinki, die daar eigenlijk al in 1940 hadden moeten worden gehouden, viel ze echter buiten de prijzen.

`Ik was toen beter dan in 1948. Maar ik had pech. Kreeg een grote steenpuist tussen mijn benen.' Twee jaar later stopte ze definitief. `Ik kreeg last van mijn knie.'

Weer twee jaar later werd in Rotterdam bij Diergaarde Blijdorp een bronzen beeld van haar onthuld. Dat vrouwentopsport nog niet in alle geledingen van de maatschappij was geaccepteerd, bleek uit het commentaar dat de toen nog zeer katholieke de Volkskrant.

`De flinkheid van mevrouw Blankers-Koen geldt niet allereerst haar sportieve prestaties, maar het feit dat zij een goede moeder is en het huishouden van de heer Blankers op een voortreffelijke wijze bestiert. Dat zij wat harder gelopen heeft dan andere vrouwen, is niet de kern van haar bestaan. (. . .) En wat voor haar geldt, geldt voor alle vrouwen.'

Vijftien jaar was de op 26-04-1918 geboren Fanny Koen toen ze zich op de atletiekbaan meldde. Ze had eerder gezwommen, maar met die laatste sport was ze gestopt omdat ze `Rie Mastenbroek, de topper in die jaren, toch nooit zou kunnen bijhouden'.

In 1935 leerde ze Jan Blankers kennen, atletiektrainer in Amsterdam, die nationaal kampioen hinkstapspringen was geweest. Blankers, van beroep sportjournalist, later chef-sport bij De Telegraaf, beschreef die ontmoeting als volgt: `Wij maakten officieel kennis en gingen een compagnonschap aan dat eens zou leiden tot een inniger band.'

Blankers liet haar uitkomen op de korte loopnummers, en op het hoog- en verspringen. Ze bleek op al deze disciplines een natuurtalent. In 1936 al deed ze mee in Berlijn, ze werd vijfde bij de 4 X 100 en zesde bij het hoogspringen. Ze zag Jesse Owens naar vier gouden medailles snellen.

`Ik, als jong meisje, vond dat prachtig. Bovendien was Jesse Owens een mooie jongen hoor. Ik heb zijn handtekening nog gevraagd.' Ze vond het `wel eng' toen Hitler het stadion binnenkwam, `iedereen ging staan. Al dacht je nog niet aan oorlog. Toch hing er iets onbestemds in dat stadion.'

In 1938 was er weer een internationaal toernooi, de EK in Wenen. Koen won daar twee bronzen medailles, op zowel de 100 als de 200 meter. Ze werd sterker en sterker, liep en spróng naar wereldrecords, maar ze moest in de donkere jaren daarna acht jaar wachten op een volgend groot evenement, de EK in Oslo. De Spelen van Tokio ('40) en Helsinki ('44) werden geschrapt.

Wel bleef ze in het bezette Nederland, net als zoveel anderen, gewoon sporten. Tot ver in 1944 werden er grote atletiekwedstrijden in het Olympisch Stadion gehouden, waar tienduizenden op af kwamen. Ze liep en sprong tijdens de oorlogsjaren meerdere wereldrecords, 1943 was haar topjaar.

Haar carrière was na 1948 nog niet voorbij, ze glorieerde in Brussel in 1950 nog eenmaal op een EK. Halverwege de jaren vijftig stopte ze definitief, maar ze bleef als ploegleidster nog aan de Nederlandse olympische équipe verbonden. Ze reisde in die hoedanigheid naar de Spelen van Rome, Tokio en Mexico.

Daarna was `de vrouw van een andere planeet', die op bruine bonen en een lepel levertraan tot haar prestaties kwam, vaak eregaste bij grote atletiek-evenementen en bij de Olympische Spelen.

In 1996 nodigde het IOC haar uit voor de Spelen in Atlanta. `Het IOC wilde iets doen met tien mensen die veel voor de sport hebben betekend. Maar mijn probleem is dat ik niet tegen de warmte kan en ik zegde af.'

In haar caravan keek ze met een vriendin naar de opening. `Toen alle atleten op het middenveld stonden, werden negen oude atleten op een podium geroepen. Toen begreep ik waarom ze me graag wilden hebben. Ik heb heel erg zitten huilen.'

Twee jaar geleden werd ze door de IAAF uitgeroepen tot atlete van de 20ste eeuw. Samen met Carl Lewis, die bij de mannen werd verkozen, beklom ze in Monte Carlo het podium.

`Het was een geweldige eer. Ik ben nog nooit eerder sportvrouw van het jaar geweest, ook niet in Nederland.' Nee, zelfs niet in haar gloriejaren. `Toen werd het Abe Lenstra.'

Marion Jones poogde in 2000 in Sydney FBK's Londense prestatie van 1948 te evenaren of zelfs te overtreffen, maar de Amerikaanse topatlete redde het niet. Blankers-Koen in 1999: `Als ik nu aan sport deed, zou ik wel bij de top horen, maar nooit meer vier gouden medailles halen. Dat kan niet meer.

`Maar wat lijkt het me geweldig op zo'n moderne kunststofbaan te lopen, op mooie spikes. En hoogspringen met je rug naar de lat toe. Zou ik nog best willen. Bovendien was ik dan nog lekker jong.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden