Soepele zege, wrange bijsmaak

Natuurlijk werd Sven Kramer in Berlijn wereldkampioen allround, maar de titel miste glans. Dat ligt niet aan de Fries, maar aan de concurrentie die de 'oude' vierkamp aan zich voorbij laat gaan.

Sven Kramer en Martina Sablikova, de wereldkampioenen allround 2016, maken per auto een ereronde in Berlijn Beeld afp

In de jeugdherinneringen van Sven Kramer is de maand maart het moment waarop Rintje Ritsma het kunstijs verruilde voor de surfplank. Het WK allround was achter de rug, het seizoen dus voorbij. De WK afstanden? Voor een echte Fries telde dat niet.

Die gloriedagen van het allroundschaatsen zijn verleden tijd. De WK afstanden worden sinds vorig jaar gehouden in het hart van de winter, februari, terwijl de oudste titelstrijd (sinds 1893) is verbannen naar de eerste lentemaand. De symboliek van de kalenderwijziging is duidelijk. Het allrounden is verwezen naar de marge: vanaf 2018 wordt het toernooi misschien zelfs maar om het jaar verreden.

Dat gegeven verleent de achtste wereldtitel van Kramer, gisteren op het overdekte ijs van Berlijn, een wrange bijsmaak. Hij is de meest bekroonde vierkamper in ruim honderd jaar schaatsgeschiedenis. Misschien volgen de komende jaren nog een negende en tiende wereldtitel. Dat niemand het aantal hoofdprijzen van de 29-jarige Fries ooit nog zal overtreffen, staat vast.

Maar wat stelt het voor?

Zelfs voor Kramer is het WK allround minder belangrijk geworden. Hij bekende in de aanloop naar Berlijn dat hij zijn overwinningen op de 5 en 10 kilometer, bij de WK afstanden in Kolomna, als het hoogtepunt van de winter ervoer. 'Ik merk dat de spanningsboog wel wat afloopt', zei hij. Hij sloot zich daarmee aan bij de voorkeuren die in het buitenland al veel langer leven. Vanwege de olympische status wordt aan afstandstitels meer belang gehecht dan aan de vierkamp.

In Berlijn werd die opvatting vooral uitgedragen door de enige schaatser die wellicht een bedreiging had kunnen zijn voor Kramer, de Russische drievoudig wereldkampioen 1.500 meter Denis Joeskov. Die gaf voor het toernooi al aan dat hij de 1.500 meter van de wereldbekerfinale in Heerenveen (komend weekeinde) belangrijker vond dan het WK allround een opmerking die allroundveelvraat Ritsma als blasfemie in de oren moet hebben geklonken.

Wat resteerde was het saaie toernooi waarop Kramer vooraf zei te hopen. Hij reed vier stabiele afstanden. Dankzij een goede 500 meter (36,54) kon er weinig misgaan. Hij won de 5 en 10 kilometer (6.14,13 en 13.07,19) en eindigde als derde op de 1.500 meter (1.47,05).

Weinig concurrentie over

De Noor Sverre Lunde Pedersen (tweede) en Jan Blokhuijsen (derde) konden hem geen moment bedreigen. Bart Swings, een andere medaillekandidaat, verspeelde zijn klassement met een val op de 5 kilometer. Joeskov was al niet van plan de 10 kilometer te rijden, maar hij haakte nog vroeger af. Uit vrees voor het verergeren van een liesblessure stopte hij al na de 500 meter.

Kramers overmacht en zelfvertrouwen bleken misschien wel het meest uit zijn keuze het WK te rijden op nieuwe ijzers: alleen uit bijgeloof durven de meeste schaatsers zoiets al niet aan.

Dat allrounden in de marge van het schaatsen is beland, blijkt niet alleen uit de herziene schaatskalender. De cijfers geven aan dat de vierkamp weinig wordt beoefend. Deze winter waagden zich volgens de cijferaars van speedskatingnews.info wereldwijd slechts 163 mannen aan de klassieke vierkamp, onder wie 24 Nederlanders.

Beeld anp

Niveau blijft hetzelfde

Het staat vast dat de Fries binnen die beperkte groep specialisten een klasse apart is. Hij heeft in tien deelnamen aan de WK allround nauwelijks fouten begaan. Op de afstanden die hem het slechtst liggen, de 500 en 1.500 meter, weet hij vrijwel altijd acceptabele tijden te rijden of boven zichzelf uit te stijgen. Hij maakt zelden grote fouten.

Ondanks het geringe aantal beoefenaars van het allrounden is het niveau van de discipline het afgelopen decennium niet opvallend gedaald of gestegen. Kramers voorsprong op de nummer acht van het klassement bedroeg altijd tussen de drie en vijf punten (sinds 2013 wordt de vierkamp slechts door acht rijders volbracht).

De laatste jaren is zijn voorsprong op andere medaillewinnaars wel kleiner dan aan het begin van zijn loopbaan. Maar dat kan ook komen doordat hij zich tot een kundig rekenmeester heeft ontwikkeld, in navolging van Ritsma. Hij smijt minder met zijn krachten sinds hij na de Winterspelen van Vancouver (2010) een jaar moest overslaan door een dijbeenblessure.

Sven Kramer bleef op de 10.000 meter de nummer twee, de Noor Sverre Lunde Pedersen, voor. Beeld anp

Rivalen komen en gaan

Wat Kramer het afgelopen decennium misschien het meest heeft gemist, is een geduchte rivaal. Dat had zijn titels meer cachet kunnen geven (al had hij dan wellicht minder gewonnen). Ard Schenk vocht duels uit met Kees Verkerk, Ritsma streed jarenlang tegen Ids Postma, de wankelmoedige Gianni Romme moest zichzelf steeds opnieuw zien te overwinnen.

Kramer zag potentiële rivalen komen en gaan. Chad Hedrick en Enrico Fabris hadden vooral oog voor olympisch succes. Shani Davis verlegde zijn aandacht naar de middellange afstanden zodra hij begreep dat de Fries onverslaanbaar was. Håvard Bøkko miste de mentale hardheid. Koen Verweij en Jan Blokhuijsen worstelen te veel met zichzelf om hem serieus partij te kunnen geven.

Zelfs extreem winterweer heeft de klasse van Kramer nooit voorzien van een extra dosis heroïek: hij vergaarde al zijn titels op overdekte banen.

Beeld anp

Heeft de Fries met zijn overmacht de teloorgang van het allrounden bespoedigd? Het zou niet zo moeten zijn. Doorgaans verleent een groot kampioen zijn sport extra allure.

Dat is Kramer niet gelukt. Met zijn vechtlust en perfectionisme heeft hij zijn concurrenten eerder ontmoedigd dan gemotiveerd. Ze kozen voor olympische afstanden. Ook heeft hij zijn eigen belang altijd beter behartigd dan dat van de oerdiscipline waarin Nederland vooral de laatste twee decennia uitblonk: slechts drie buitenlanders veroverden de titel.

Al die factoren hebben ertoe bijgedragen dat Kramers trits titels door velen wordt gezien als het bewijs dat de vierkamp aan belang heeft ingeboet. Zijn zevende zege, in 2015, was niet eens voldoende om genomineerd te worden voor sportman van het jaar. Zelfs een fietscrosser werd door een vakjury hoger aangeslagen dan de meest bekroonde allrounder aller tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden