Sneeuwschoenlopen

MET SNEEUWSCHOENEN KAN HET: VRIJUIT WANDELEN IN DE MAAGDELIJKE SNEEUW. ZWITSERSE BERGGIDSEN EN GEMZEN WILLEN GRAAG PAAL EN PERK STELLEN AAN DE NIEUWE SPORT....

Beneden in het dal is het nog altijd wachten op de witte zegen van boven.

Hier, hoog boven Blatten in het Zwitserse Lötschental, is de wereld wit. Traag gaat het vooruit. Het officie¿e pad is intussen in geen velden of wegen meer te bekennen.

Wandelen in Tiefschnee? Op bergschoenen zou je meteen tot aan je heupen wegzakken. Even tegen een helling oplopen? Onherroepelijk gleed je onderuit.

En toch kan het, dankzij de sneeuwschoen. De extra brede onderzetschoen, beslagen met ijzeren punten, verdeelt de druk onder je voeten én houdt grip op de bodem. Glijden is er niet bij. Je moet je benen optillen, anders kom je niet vooruit.

Vanuit Blatten ging het omhoog vanochtend. Eerst over een gemarkeerd pad, later zomaar wat in het wilde weg. Beperkingen zijn er niet op sneeuwschoenen, je kunt overal komen. Onder de bomen, dwars over hellingen.

Linkerskistok vóór en rechtervoet bijzetten. Rechterskistok voor en linkervoet bijzetten. Dat is het ritme, en zo verder. Zoals bij het hardlopen, met dit verschil dat de links-rechtskadans niet vanzelf gaat.

Moeilijk is het niet, vermoeiend wel. Hoe snel zou het gaan? Eén, twee kilometer per uur?

Aandacht en concentratie vergt het, waardoor je vooral de meters voor je verkent en minder opgaat in de wijde omgeving, zoals tijdens het langlaufen.

Ineens is het gedaan met de stilte. Een groepje skileraren in de dop is onderweg met een ervaren berggids. De cursisten moeten lawinepiepers zoeken: apparaatjes die sneeuwslachtoffers kunnen traceren door signalen af te geven.

Jaarlijks komen in de Alpen zeker 150 mensen om door lawines, aldus de berggids die zich voorstelt als Pius Herzen. Alleen al hier in het Lötschental staan zestig monumentjes van slachtoffers uit de afgelopen eeuw. Maar gewone skiërs lopen weinig gevaar, zegt hij. 'Zolang ze maar op de geprepareerde pistes blijven.'

Toerskiërs en sneeuwschoenlopers - de gids kijkt kritisch naar mijn schoeisel - komen daarentegen wel degelijk in de risicozones. Die lopen ('Net als u', klinkt het ietwat nors) lukraak hun neus achterna, zonder enige kennis van de bergen. Een lawineslachtoffer heeft het eerste kwartier 90 procent kans om te overleven, daarna loopt de overlevingskans snel terug, onderwijst hij. Het is dus zaak dat de aanstormende skileraren de piepers snel terugvinden.

Het sneeuwschoenwandelen heeft zich ontwikkeld tot een heuse sport. Op elke tien paar ski's die in Zwitserland verkocht worden, gaat dit seizoen een stel sneeuwschoenen over de toonbank. Volgens Jerun Vils, directeur van het toeristenbureau in het nabijgelegen Kandersteg, zijn wintersporters telkens op zoek naar een andere Schneeerlebnis.

Natuurlijk ziet hij die wandelende toeristen op hun brede schoenen graag komen, maar ze veroorzaken soms wel overlast. Alpineskiërs op de pistes zijn controleerbaar, wandelaars zijn dat niet. Ze lopen in lawinegebieden rond, verstoren het wild dat 's winters toch al zo kwetsbaar is. Vils ziet zijn sneeuwwandelende gasten dus graag onder leiding van een gids de bergen ingaan. Daarvoor zijn er dit seizoen in Zwitserland voor het eerst - het is een Europese primeur - snowshoetrails uitgezet door veilige gebieden, waar ook de steenbokken en gemzen zich niet aan de recreërende mens zullen storen.

Blauwe routes zijn makkelijk te belopen, de rode zijn middelzwaar, op de steile, de zwarte trails staan geen wegwijzers en zijn alpine kennis en gebruik van GPS nuttig.

Hoteleigenaar Lukas Kalbermatten heeft aangeboden samen een freie sneeuwwandeling, buiten paden, te maken. Hij kent het gebied als geen ander, weet waar de lawines dreigen, waar het wild wil rusten.

Kalbermatten trekt het spoor door de ongerepte sneeuwvlakte richting Fafleralp. Het tempo van de voormalige toplanglaufer, die nog aan wereldkampioenschappen deelnam ('ik jog soms nog een enkele keertje, verder slokt het hotel al mijn tijd op') is goed bij te houden.

Soms gaat het in gewoon wandeltempo. Op andere plekken, waar de sneeuw metershoog ligt, gaat het langzamer. Daar moeten de benen hoog worden opgetild, is het zaak de skistokken met beleid in de sneeuw te planten.

Kalbermatten heeft liever niet dat ik in zijn spoor stap. 'Als het dan 's nachts gaat vriezen, krijg je een pad vol diepe, harde kuilen, waar mensen die na ons komen, flink van zullen balen. Loop maar een beetje schuin achter me.'

Kalbermatten maakt soms onverwachte omwegen. In plaats van rechtdoor gaat hij op sommige plekken linksom, links van een rij dennen bijvoorbeeld, rechts langs een heuveltje.

'Een lawinegebied', wijst hij naar de hoge bergwanden aan zijn rechterhand die vol sneeuw liggen.

Hoe hij dat weet?

'Ik ben hier geboren.'

Bij de Gnadenkapelle van Kühmatt houden we halt en eten een appel. Links en rechts staan de karakteristieke Walliserschuren, gebouwd van larikshout dat zwartgeblakerd is door de zon. Opgetrokken op palen, waarop een platte steen is gelegd. 'Muizenstenen', zegt Kalbermatten, knaagdieren kunnen dankzij die steen niet bij het graan komen.

Kühmatt, dat niet permanent bewoond is, ligt aan de voet van het Unescowereldnatuurerfgoed van de Aletsjgletsjer, die zich vanaf hier met een mooie bocht in de richting van het drietal bergen Jungfrau, Mönch en Eiger slingert. Het gebied, dat voluit JungfrauAletsjBietschhorn heet, is in mei 2002 benoemd tot mondiaal erfgoed.

Het was de eerste streek in de Alpen die voldeed aan de eisen van de Unesco. 'Een hele eer', zegt Kalbermatten, 'maar wel een die verplichtingen schept.' Het Lötschental dient nu te voldoen aan ecologische eisen, maar dat blijkt geen al te grote opgave. De weinige boeren die hier nog actief zijn, werken al biologisch. De hotels, zoals dat van Kalbermatten zelf, ontvangen de gast op verantwoorde wijze.

Die gast kan hier heel goed zonder auto. Trein en gele postbus vanaf Goppenstein brengen hem in dit dal voor de deur van elk Gasthof. De energie wordt opgewekt door het snelstromende water uit de bergen. Achter Blatten staat een kleine centrale, waarin de schoepen dag en nacht draaien. Kalbermatten: 'In de winter komen we iets tekort, dus kopen we in. In de zomer hebben we een overschot, dan verkopen we energie. Over het gehele jaar genomen spelen we quitte.'

Later die middag loop ik alleen vanuit Blatten omhoog, ditmaal braaf de sneeuwschoenpaden volgend. De route gaat in de richting van Weissenried, ook weer zo'n verlaten gehucht vol zwartbruin geblakerde houten schuren op palen. Wegwijzers geven de richting aan.

Uren duurt de wandeling. Het uitzicht op de Langgletsjer, een kleine buurman van de Aletsj, is ontzagwekkend. Aan de andere kant van het dal, waar op sommige punten pas om één uur 's middags de winterzon opduikt, staat de Bietschhorn. Verder weg bevindt zich de Finsteraarhorn. Geen mens die je tegenkomt, alleen wat herten en gemzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden