Smith mist kracht voor een uitschieter

Vierde. Weer vierde. Rutger Smith wilde het niet geloven. Hij keek beduusd, was onthutst. Hij begreep niet hoe hij opnieuw naast de medailles had kunnen grijpen....

Net als bij de EK in Göteborg, vorige zomer, liet de 26-jarige kogelstoter in Osaka op de slechtst denkbare manier zien dat hij tot de wereldtop behoort. Hij mocht ruiken aan een medaille, maar slaagde er niet in zijn vorm met een uitschieter kracht bij te zetten. Bij de WK in Helsinki, twee jaar geleden, leverde een superstoot het zilver op.

Met de 21.29 meter van Helsinki zou Smith in Osaka derde zijn geworden. Met zijn 21.13 bleef hij veertien centimeter steken achter de voormalige wereldkampioen Andrei Mikhnevich. De Wit-Rus won de titel in 2003, slechts 22 dagen nadat hij was teruggekeerd na een schorsing van twee jaar wegens doping.

De afstand deed Smith zo mogelijk nog meer verdriet dan de klassering. Hij dacht in grootse vorm te zijn. In trainingen stootte hij persoonlijk record na persoonlijk record. Zelfs na zijn vierde plaats hield hij vol in ‘22-meter-vorm’ te zijn. Hij was er na de kwalificatieronde, waarin hij van alle deelnemers de verste stoot afleverde (21.04), van overtuigd dat hij het de Amerikaanse favoriet Reese Hoffa moeilijk kon maken in de finale.

Die illusie vervloog zaterdag snel. Hoffa legde de loden kogel van 7.25 kilo in zijn eerste stoot al twintig centimeter verder dan Smith ooit heeft gestoten. Hij zette een sublieme reeks neer, waarin hij slechts eenmaal onder Smiths Nederlandse record van 21.62 bleef. Met zijn beste stoot werd hij de eerste kogelstoter in twintig jaar die de titel opeiste met een afstand van meer dan tweeëntwintig meter: 22.04. De Amerikaanse titelverdediger Adam Nelson werd tweede met 21.61.

‘Het liep niet’, zei Smith, die tevergeefs zocht naar betere verklaringen voor zijn tegenvallende prestatie. Vorige maand, bij een Grand Prix in Madrid, had hij Hoffa nog voor het eerst in twaalf ontmoetingen verslagen. Zijn herziene trainingsaanpak leek te werken. Hij leek te hebben geleerd van de EK indoor in Birmingham, afgelopen maart, waar hij strandde in de kwalificatieronde.

Na die wanprestatie besloot Smith het discuswerpen, het onderdeel waarop hij zich zondag voor de finale plaatste met een persoonlijke record van 66.60 meter, ondergeschikt te maken aan het kogelstoten. Met zijn trainer Gert Damkat maakte hij exactere afspraken over krachttraining. En hij keerde terug bij sportpsycholoog Rico Schuijers. Hij zag in dat hij zonder mentale begeleiding niet optimaal kon presteren.

‘Dit is frustrerend. Met 21.13 buiten de medailles vallen komt niet vaak voor’, zei Smith, die de geschiedenis van zijn sport uitstekend kent. Bij acht van de tien voorgaande WK’s had zijn verste stoot hem minimaal brons opgeleverd. Toch was hij met een derde plek ook niet tevreden geweest. ‘Je gaat voor goud. Ik had de laatste week het gevoel dat ik 22 meter kon stoten. Ik wist dat dat nodig was voor goud.’

Ondanks de teleurstellende uitslag zag Smith, kort na de wedstrijd, geen reden zijn aanpak meer af te stemmen op de sterke Amerikanen. Die doen, in tegenstelling tot Smith, vaak mee aan internationale wedstrijden. De Groninger geeft de voorkeur aan nationale wedstrijden, waarin hij nauwelijks tegenstand ondervindt. Hij vindt dat reizen naar Grand Prix-wedstrijden ten koste gaat van zijn trainingsarbeid en rust.

‘Hoffa kan altijd 21 meter stoten. Dat niveau heb ik nog niet. Ik moet echt in een vorm groeien. Pas dan kan ik 21 meter stoten. Ik moet pieken, dat is mijn manier.’

Misschien heeft Smith gelijk. Misschien werkt trainen in afzondering voor hem het beste. Misschien gaat hij minder goed presteren, als hij trainingen overslaat om in het buitenland wedstrijdhardheid op te doen.

Maar Hoffa en Nelson merkten na de wedstrijd in Osaka op dat zij juist sterker zijn geworden door hun onderlinge strijd. Door samen te trainen en veelvuldig de competitie aan te gaan, zijn ze allebei sterker geworden. Ze hebben de traditie van sterke Amerikaanse kogelstoters in stand gehouden. Zes van de zeven laatste wereldkampioenen komen uit Amerika. Alleen de kampioen van 1999, C. J. Hunter, is betrapt op doping.

‘Nelson heeft juweeltjes van kennis met me gedeeld’, zei de 29-jarige Hoffa dankbaar. ‘Hij heeft me jarenlang opgejaagd en me voorzien van onschatbare informatie, over het werpen, maar ook over mentale strijd. Eindelijk ben ik in staat te slagen dankzij zijn onbaatzuchtige hulp.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden