Achtergrond WK turnen

Slordige ‘vlieger’ Epke Zonderland loopt kans op het WK turnen te worden afgestraft

Epke Zonderland in actie op rekstok tijdens de wereldkampioenschappen turnen in Doha, Qatar. Beeld ANP

Spektakel aan de rekstok wordt op prijs gesteld, zeker door het publiek. Maar keurig turnen is tijdens de WK in Doha belangrijker in de ogen van de jury. Dat is in het nadeel van Epke Zonderland, de koning van de vluchtelementen.

Epke Zonderland won sinds 2014, het jaar van zijn wereldtitel rekstok in China, geen groot kampioenschap meer. Er lagen een hersenschudding, vingerblessures, verstopte luchtwegen, misgrepen en rugpijn aan ten grondslag. Maar er was meer. Sinds 2016 wordt het reglement van de turnoefeningen, het Code of Points zoals de gymnastiekfederatie FIG dat noemt, strenger gehanteerd.

Dat lijkt ten nadele van de soms wat slordige ‘vlieger’ Epke Zonderland te werken. Het werpt de vraag op: kan Zonderland  zaterdagmiddag tijdens de WK-finale in Doha nog opstijgen naar de hoogste trede van het erepodium? Hij werd vorig jaar in Montréal tweede op de WK en kopieerde die klassering deze zomer in Glasgow, bij de Europese titelstrijd.

Zuivere, rondslingeren aan de rekstok

In oktober liet turncommentator en oud-bondscoach Hans van Zetten in zijn column in het magazine Gymsport.nl een sirene afgaan: Zonderland zou nooit meer wereldkampioen kunnen worden door een veranderd puntenreglement. Zijn stelling: de opbrengst van het spektakelturnen van Zonderland brengt minder op dan het zuivere, rondslingeren aan de rekstok, met hier en daar een enkel vluchtelement.

Zijn conclusie was dat de combinaties van vier vluchtelementen zoals Zonderland die turnt (de Cassina verbonden met de Kovacs, de Kolman in combi met de Gaylord) een te geringe beloning krijgen: slechts tweetiende punt ‘voor de verbinding’. Die combinaties worden ook eerder afgestraft bij een slordigheid in de beweging, zoals gebogen armen of licht gespreide benen. In zijn vaktaal schreef Van Zetten: ‘De combinatiebonus van 0,2 punt ben je al kwijt bij  één uitvoeringsfoutje van 0,3 punt.’

Van Zetten vervolgt: ‘De balans tussen kunstturnen en spectaculair vliegwerk is zoek. Een tussentijdse aanpassing van de Code is nodig. Pas dan heeft Epke in Tokio 2020 weer een kans.’ In Doha moet Zonderland het doen met wat het is: er wordt strenger gestraft en daar is hij met zijn soms ruw en wild ogende rekoefening de dupe van. Een turnoefening duurt een kleine minuut en moet tien verschillende elementen bevatten.

Strengere regels sinds 2017

Dat de wereldbond per 2017 strengere regels geschreven zou hebben (een foutje van 0,1 is volgens Van Zetten een fout van 0,3 geworden) klopt niet, stelt Vincent Reimering. Hij is bij de WK het hoofd van de jury bij ‘horizontal bar’, de rekstok. De leerkracht uit Spijkenisse is voorzitter van de D-jury, die over de moeilijkheidsgraad van de oefening gaat (de D is van difficulty). De E-jury gaat over de uitvoering en deelt bij fouten of slordigheden afstraffingen uit (E staat voor execution).

Volgens Reimering worden de bestaande regels simpelweg strenger gehandhaafd: ‘Het verhaal van Van Zetten is gedeeltelijk waar. Het is echt niet zo dat die regels aangescherpt zijn in de nieuwe code 2017-2020. Op dat gebied is niets veranderd. Die regels, van de 0,3 aftrek bijvoorbeeld, die waren er altijd al. Alleen nu wordt de juryleden, ook bij de bijeenkomsten op een WK als hier in Doha, op het hart gedrukt die regels strenger en strikter toe te passen.’

Van Zetten, een autoriteit in de sport, schrijft dat in één vluchtelement drie keer een fout kan worden opgemerkt en afgestraft: een stijlfout (benen licht geopend), een amplitudefout (opvangen met licht gebogen armen) en een timingfout (te laat de stok terugpakken). ‘Als de jury dat constateert, zal drie keer 0,3 punten in mindering worden gebracht op de E-score.’

Dat betekent dat Zonderland in van zijn vier voorgenomen vluchten boven de rekstok al 0,9 punten kan verliezen van de perfecte uitgangscore van 10 punten. Een halfslachtige salto kan hem dus al de wereldtitel kosten? Reimering erkent die mogelijkheid. ‘Maar meerdere straffen in één element, dat kon in de vorige code, die van na Londen 2012 tot en met de Spelen van Rio 2016, ook al. Ik deel daarom niet de mening dat Epke’s kansen met deze regel geslonken zijn.’

Na de Zomerspelen van 2012, waar Zonderland met een spectaculaire oefening als publieksfavoriet olympisch goud veroverde, werd de bonus voor het combineren van twee vluchtelementen (losse salto’s boven de stok), verhoogd: van 0,1 naar 0,2 punten. Op basis van die verhoging werd Zonderland ook de wereldkampioen van 2013 (Antwerpen) en 2014 (Nanning). Maar bijvoorbeeld een 0,5 punt extra verdienen met de drievoudige combinatie waarmee Zonderland het publiek in Londen op de banken kreeg (de Cassina-Kovacs-Kolman): dat ziet Reimering niet meer gebeuren.

‘Spectaculair turnen vindt men bij de FIG leuk, maar het doel van de code is zo keurig mogelijk te turnen. Niet zo moeilijk mogelijk. Men gaat niet naar 0,5 punten voor een triple omdat je daarmee je eigen regels ondergraaft. De FIG wil dat je turnt wat je kunt turnen, en dat zo netjes mogelijk. Het draait niet om trucjes. Ik vind de vluchtelementen van Epke niet slordig. Het zijn andere onderdelen, waarbij hij aftrek krijgt’, aldus Reimering.

Het jurylid is ervan overtuigd dat Zonderland vorig jaar in Montréal wereldkampioen was geworden (en niet de conservatief en netjes turnende Kroaat Srbic) als hij bij een van zijn vluchten (de Kovacs) niet met één maar met twee handen de stok had gepakt. De eenhandige stunt van Zonderland was groots en spectaculair, maar die onbedoelde redding kostte hem de titel.

Epke Zonderland in actie op de rekstok tijdens de team finale voor mannen op de wereldkampioenschappen turnen in Doha , Qatar. Beeld ANP

Tweemaal twee vluchtelementen

Zonderlands ervaren coach, de immer ingetogen Daniël Knibbeler, is ook niet overtuigd van de stelling van Van Zetten. ‘Er wordt wel strenger beoordeeld. Maar niet volgens strengere regels. Kromme armen bij het vangen kon al 0,3 korting betekenen. Benen uit elkaar 0,1 of 0,3. Dat was al zo. Hier en daar zijn regels zelfs versoepeld. Maar van belang is voor ons dat de bonussen voor de combinaties zijn gehandhaafd. Daarom turnt Epke zaterdag in de rekfinale tweemaal twee vluchtelementen.’

Zonderland heeft volgens zijn coach juist baat bij het combineren van vluchtelementen, ook al meent commentator Van Zetten dat de balans tussen risico en beloning zoek is. Om goed te kunnen vliegen moet zijn turner wel keurig te werk gaan.

Knibbeler: ‘Je verplicht jezelf om na de eerste vlucht de stok heel precies te pakken, anders kun je de tweede niet correct maken. Dat spectaculaire turnen wordt daarmee dan weer wel beloond. De combi is moeilijk, je ziet het weinig tot niet, maar als je het beheerst, dan heb je naar mijn mening niet meer kans op aftrek. Een geslaagde combinatie betekent altijd dat de eerste greep naar de stok goed is geweest. En dat er strenger beoordeeld wordt, dat gebeurt omdat de jury beter kijkt, maar dat is volgens mij niet in Epke’s nadeel.’

De zeer informele Knibbeler, een voormalig skateboarder, stelt dan op officiële toon: ‘De codewijziging na Londen en vervolgens na Rio heeft geen negatieve invloed gehad op het rekstokturnen in het algemeen en dat van Epke in het bijzonder.’ Sterker, sinds die codewijziging zijn vijf vluchtelementen toegestaan, de helft van de tien verplichte elementen dus. ‘Je mag nog vaker vliegen’, zegt Knibbeler.

Achteruitvliegen over de stok

Dat uit zich volgens commentator Van Zetten bij sommige turners in oefeningen met vier Tkatchevs. Het is volgens hem geen aanwinst voor de turnsport. ‘Dat is achteruitvliegen over de stok met de ogen gericht op die stok. Daar zie ik het spektakel niet van.’

Vorig jaar, bij de WK in Montréal, was er opwinding over de supercombinatie van twee en drie vluchtelementen die Zonderland overwoog: eerst de Cassina en de Kovacs en dan, na een tussenslinger om de rekstok, de Kovacs gestrekt, de Kolman en de Gaylord 2. In de warming-up lukte het duizelingwekkende kwintet. Commentator Van Zetten schreeuwde het uit in zijn tv-positie. In de wedstrijd bleef die historie uit.

Ook in Doha zal Zonderland geen poging wagen. ‘Die twee plus drie was te instabiel’, heeft coach Knibbeler vastgesteld. De twee plus twee (zonder de Kovacs gestrekt) zit er ‘knettergoed’ in en moet de sleutel tot de wereldtitel in Doha vormen. ‘Want ik wil hier wel eerste worden’, zegt Zonderland, de 32-jarige routinier die zijn twaalfde WK turnt. De Fries gaat geen gekke dingen ondernemen deze keer. De ‘vier op een rij’, zoals Knibbeler hem nog eens zou willen laten doen, is voor een ander podium, de Zomerspelen van Tokio bijvoorbeeld.

Zonderland denkt voor goud 15,0 punten te moeten scoren. Dat kan met een een moeilijkheidsgraad van 7,1 punten (D-score) , het maximale voor Zonderland. Daar moet een uitvoeringsscore (E-score) van 7,9 bijkomen voor een redelijke cleane uitvoering. Zonderland is in de  finale als tweede turner aan de beurt en moet voluit risico nemen. ‘Als ik die 15,0 haal, dan kan ik in alle rust op de stoel gaan zitten’, denkt Zonderland. Wat hem betreft, is de gebroken ketting van titels aan herstel toe. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden